Wereldwijde stijging deelname onderwijs

Sinds april 2017 leven we met 7.5 miljard mensen op de wereld. In het kader van de geboorte van die 7.5 miljardste mens zet MAX Vandaag voor 6 belangrijke thema’s de vooruitgang die de mensheid in 200 jaar heeft geboekt op een rij. Immers, dankzij die progressie leven mensen langer, gezonder, gelukkiger en met meer zeggenschap over en invloed op hun lot. Met tot slot: de wereldwijde stijging van de deelname aan het onderwijs.

Onderwijs wordt gezien als een fundamentele rijkdom, zowel voor het individu als voor de maatschappij. Tegenwoordig is basisonderwijs niet alleen een recht maar ook een plicht: van regeringen wordt verwacht dat ze toegang tot basisonderwijs verzekeren, terwijl burgers door de wet worden verplicht onderwijs te volgen tot een bepaald basisniveau.

De wereld heeft in de afgelopen 200 jaar een enorme uitbreiding doorgemaakt in de toegankelijkheid van het onderwijs. Wereldwijd is in die periode het aantal geletterden enorm toegenomen. Voornamelijk doordat steeds meer kinderen basisonderwijs volgen. Ook deelname aan het middelbaar en hoger onderwijs kent een groei: het gemiddeld aantal schoolgaande jaren is nu veel hoger dan 100 jaar geleden.

Sub-Sahara

Ondanks deze wereldwijde vooruitgang zijn er landen die zijn achtergebleven op het gebied van deelname in onderwijs voor hun burgers. Dat is voornamelijk in landen ten zuiden van de Sahara het geval, waar nog steeds een percentage van minder dan 50 procent van de jongeren kan lezen en schrijven.

De wereld ontwikkelt zich en als gevolg hiervan zal het aantal mensen dat onderwijs heeft genoten stijgen. Naar schatting zullen er in 2050 nog slechts 5 landen zijn waar meer dan 20 procent van de mensen geen onderwijs heeft genoten. Dat zijn Burkina Faso, Ethiopië, Niger, Guinea en Mali.

Nederland

De groei van toegang tot basisonderwijs is bereikt door een belangrijke toename van overheidsuitgaven aan onderwijs. In 1820 gaat in Nederland al meer dan 65 procent van de kinderen naar school en in 1900 is dat percentage gestegen naar 83.5 procent. In 1945 gaat 91.4 procent van de Nederlandse kinderen naar school en in 1985 volgen alle Nederlandse kinderen basisonderwijs. Daarna fluctueert het percentage, om in 2010 weer op 100 procent uit te komen. (Lees verder over de geschiedenis van het onderwijs in Nederland).

Kenia en Ghana

In 1875 staan in landen als Kenia en Ghana minder dan 1 procent van de kinderen ingeschreven op een school. In 1930 is dat gestegen naar ongeveer 10 procent. In 1970 is dat in beide landen verder gestegen, tot meer dan de helft. In de afgelopen 50 jaar is dat percentage verdubbeld en staan in zowel Kenia als in Ghana alle kinderen ingeschreven op een school.

Inschrijving én aanwezigheid

Schoolinschrijvingen en aanwezigheid zijn de 2 belangrijkste manieren om de bereikbaarheid van onderwijs in een land te meten. Maar ingeschreven staan op een school en er ook aanwezig zijn, zijn 2 verschillende dingen. In de meerderheid van de ontwikkelingslanden is het aantal inschrijvingen hoger dan het aantal aanwezigen. Uit onderzoek blijkt dat in 59 ontwikkelingslanden met vergelijkbare gegevens in 24 landen de aanwezigheid beduidend lager is dan het percentage inschrijvingen.

In landen in Afrika is dit verschil het grootst. In Niger, Tsjaad en Liberia wordt geschat dat minder dan de helft van de schoolplichtige kinderen daadwerkelijk naar school gaat.

Schoolgaande jaren

Het aantal schooljaren voor een bevolking is eveneens een manier om het onderwijsniveau van een land te bepalen. In 2010 genieten we in Nederland gemiddeld 11.7 jaar onderwijs, in Groot-Brittannië bijna 12.5 jaar en in Zuid-Korea zelfs bijna 13 jaar. In Kenia is dat bijna 6.5 jaar en in Ghana bijna 7.7 jaar.

Over de hele wereld zien we een toename in het aantal schooljaren per burger. Het is het gevolg van een toegenomen waardering van de voordelen van onderwijs voor het individu en de maatschappij alsmede een gevolg van de toename van onderwijsvoorzieningen van de overheid.

Als het aantal mensen dat geen basisonderwijs heeft genoten afneemt, zal het aantal dat middelbaar en hoger onderwijs heeft genoten toenemen. In 1970 zijn er in de wereld 700 miljoen mensen die middelbaar of hoger onderwijs hebben genoten. Voor het jaar 2100 wordt geschat dat dit aantal is toegenomen met een factor 10.

Kwaliteit

Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de prestaties van leerlingen van 15 jaar op het gebied van taal en exacte vakken. Landen in Oost-Azië scoren hoog, zoals Singapore, Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan en Japan. China scoort het hoogst. Nederland scoort in Europa als één van de beste landen. In heel Europa is het prestatieniveau ongeveer gelijk, vergelijkbaar met Canada. Niet alleen de kwaliteit van het onderwijs speelt hier een rol, maar ook de cultuur van een land. Over de Afrikaanse landen bestaan op dit gebied geen gegevens.

Democratie

Landen met een gemiddeld hoog opgeleide bevolking hebben een grotere kans om in een democratie te leven. Hoe meer in het verleden is geïnvesteerd in onderwijs, des te groter de kans is dat dat in de toekomst leidt tot een democratische overheid. Mensen met een hogere opleiding zijn eerder geneigd zich politiek in te zetten dan mensen met een lagere opleiding. Tevens hebben hoger opgeleiden een groter gevoel voor burgerplicht.

Onderwijs en economische groei

Wetenschappers zijn het er over eens dat onderwijs een bepalende factor is voor economische groei. Hoe hoger het opleidingsniveau, des te hoger het overloopeffect is voor de hele samenleving. Een hoger opleidingsniveau zorgt ervoor dat een land kan innoveren, technologische vooruitgang kan creëren en economische groei kan garanderen. Beter onderwijs zorgt niet alleen voor een hoger individueel inkomen, het is een voorwaarde voor economische groei.

(Bron: Our World in Data, Universiteit van Oxford, Wikipedia)

Bekijk ook:
Extreme armoede: een afnemend probleem
Alfabetisering: dé basisvoorwaarde voor ontwikkeling
Democratie verovert de wereld
Verdere afname in wereldwijde kindersterfte
Vaccinatie: de grote levensredder

Geef een reactie