25 augustus 1970: matrozen en mariniers vegen de Dam schoon

De 25e augustus 1970 is de geschiedenis ingegaan als de dag waarop matrozen en mariniers de Dam schoonvegen van zogenaamde Damslapers. Die Damslapers onteren volgens vele Nederlanders ons Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam, waardoor de actie van het marinepersoneel veel bijval heeft gekregen. Als gevolg van het verbod op het Damslapen breken in Amsterdam 4 dagen lang heftige gevechten uit tussen rellende jongeren en de politie. De matrozen en mariniers zien dit met lede ogen aan en besluiten de politie een handje te helpen.

De actie uit 1970 op de Dam van matrozen en de mariniers is niet de eerste. Op dinsdag 4 april 1967 voeren ongeveer 120 mariniers en matrozen een zuiveringsactie uit op het Centraal Station in Amsterdam. Daar hangen zogenaamde ‘nozems’, ‘provo’s’ en ander ‘langharig werkschuw tuig’ rond, die volgens de militairen van de zeemacht hun geliefden en verloofden lastigvallen als de matrozen en de mariniers op de trein zijn gestapt. Ze delen klappen uit aan de nozems en trakteren enigen van hen op een ‘gratis knipbeurt’. Een week later is het weer raak als matrozen uit de marinekazerne aan het Amsterdamse Kattenburg vernielingen aanrichten op plekken waar hippies samenkomen. Officieren grijpen in en de ‘Jantjes’ gaan terug naar de kazerne. 80 matrozen krijgen een relatief lichte straf.

Rond 1970 is Amsterdam het ‘magisch centrum’ van Europa, waardoor vele hippies de hoofdstad bezoeken. Ze komen onder andere samen op en rond het Nationaal Monument op de Dam. Ze blowen daar, maken muziek, vrijen en slapen op het monument, dat ook wordt gebruikt als toilet. Veel Nederlanders vinden dat weinig respectvol ten aanzien van de oorlogsslachtoffers. Talloze omwonenden klagen over overlast en criminaliteit. Burgemeester en wethouders van Amsterdam besluiten daarom op 21 augustus een slaapverbod op en rond de Dam in te voeren, dat op 24 augustus om 18.00 uur van kracht gaat.

damslapers

Ongeregeldheden als gevolg van het slaapverbod

Eind juli en begin augustus slapen tussen de 600 en 1.000 mensen elke nacht op en rond de Dam. Er wordt gebedeld en sommigen bedrijven straathandel en verkopen drugs vanuit portieken van onder andere winkels. Hierdoor voelen klanten en personeel zich geïntimideerd. Het aantal diefstallen is in vergelijking met het jaar ervoor verdubbeld. Winkeliers durven uit angst voor represailles geen aangifte te doen.

Op maandag 24 augustus 1970 om 19.00 uur, 1 uur na het ingaan van het slaapverbod, verzamelen zich zo’n 1.000 jongeren op de Dam die het niet eens zijn met het slaapverbod of die uit zijn op rellen. Ze gooien met stenen naar de politie van wie een aantal gewond raakt. Om 22.00 uur raakt de bemanning van een motor met zijspan van de politie omsingeld door agressieve jongeren, die het tweetal met stenen bekogelen. 1 agent voelt zich genoodzaakt een waarschuwingsschot te lossen, waarna hij 3 maal laag vuurt, met als gevolg dat 3 mensen gewond raken. Eén van hen is de fotojournalist van De Tijd Daniel Koning, die vermoedelijk een van de grond opgesprongen kogel in zijn rug krijgt. De 2e is een Nederlandse student en de 3e een vreemdeling. Beiden raken gewond in het been. Tot 02.00 uur zijn de jongeren met de politie slaags en worden veel ruiten vernield. Tientallen raken gewond, onder wie agenten. 4 mensen worden aangehouden wegens plundering, 5 gaan de cel in wegens geweldplegingen.

Mariniers en matrozen vegen de Dam schoon

Op de ochtend van 25 augustus 1970 zitten matrozen en mariniers in Doorn en Den Helder aan de koffie. Ze bespreken wat er is gebeurd in Amsterdam. Een aantal van hen besluit wat aan de situatie in de hoofdstad te doen. Ze willen hulpverlenen aan de politie, het in ere herstellen van het Nationaal Monument op de Dam en optreden tegen jongeren die zich misdragen. Eén van hen zegt: “Onze vaders hebben nog voor dit monument gevochten. De politie kan het niet aan, daarom komen wij dit zaakje even opknappen. We hebben alle kazernes gebeld.” Om 18.30 uur zijn de matrozen en mariniers uit Den Helder gearriveerd in Amsterdam. Een aantal raakt in discussie met de jongeren op de Dam. Na enkele minuten houden zij het voor gezien en vertrekken richting Centraal Station. Daar komen ze matrozen en mariniers uit Doorn tegen, waarna ze besluiten gezamenlijk naar de Dam te gaan.

Om 19.50 uur rennen de matrozen en de mariniers naar het Nationaal Monument op de Dam, met hun broekriemen in de hand om klappen mee uit delen. Met enkele charges vegen ze de Dam schoon en slaan de hippies op de vlucht richting de Damstraat. De mariniers en matrozen stellen zich vervolgens op voor het Nationaal Monument op de Dam. Om 20.00 uur is de actie voorbij en gaan ze weer richting Centraal Station. Onderweg zingen ze het lied van de Nederlandse komiek en zanger Dorus: “Zorg dat je erbij komt, bij de marine, bij de marine”. Hierna voert de politie nog enige charges uit, waarbij het tot gewelddadige confrontaties komt. Jongeren bekogelen de politie met stenen. Om 23.00 uur wordt het rustiger. Alleen op het Damrak en omgeving vinden tot na middernacht ongeregeldheden plaats. Er volgen vele arrestaties. Er gaan 7 mensen de cel in wegens gewelddadigheden en 2 wegens belediging.

Ook op 26 augustus is het onrustig op en rond de Dam. De politie wordt met stenen bekogeld, aangevallen met stokken en kettingen en zelfs met flessen brandende benzine. Kroegbazen van de Nieuwendijk dreigen knokploegen de straat op te sturen om een einde te maken aan de ongeregeldheden. Zij worden gemaand zich rustig te houden. De vernielingen van die dag zijn minder talrijk dan op 24 en 25 augustus. Er raken 6 agenten gewond en 24 personen worden aangehouden wegens openlijke geweldpleging. Op de avond van 27 augustus staan wederom honderden jongeren op de Dam, die door de politie om 22.20 worden verwijderd. Er volgen 5 arrestaties. Na dagen van ongeregeldheden is het weer rustig in Amsterdam.

Reactie van de regering en van de marine

De regering reageert bezorgd over de gebeurtenissen in Amsterdam. Zij vindt dat de jongeren elke mogelijkheid hebben aangegrepen om het heft in eigen handen te nemen en noemt hun optreden in tal van gevallen misdadig van karakter. Zware vernielingen aan straten, auto’s, trams en winkels vinden plaats, alsmede plunderingen en diefstallen. Vele agenten en jongeren raken gewond als gevolg van de massale geweldplegingen, waarbij dus ook van benzinebommen gebruik is gemaakt. Hierdoor zijn mensen in levensgevaar gekomen. De regering drukt haar afschuw en verontwaardiging uit en betoont medeleven met de gewonden. Tevens veroordeelt de regering het optreden van de mariniers en de matrozen.

Nationaal Monument Amsterdam

De commandant der Zeemacht in Nederland en de commandant van het Korps Mariniers veroordelen het onrechtmatige optreden van de matrozen en de mariniers: “Het verdient scherpe afkeuring dat marinepersoneel op deze wijze het recht in eigen hand neemt.” Ze stellen een onderzoek in en nemen maatregelen om dergelijke acties in de toekomst te voorkomen. Het onderzoek duurt 3 maanden. Degenen die worden opgespoord, krijgen enkele dagen verzwaard arrest. Er verschijnen uiteindelijk 5 mariniers voor de Zeekrijgsraad, van wie er 1 een boete krijgt van 100 gulden wegens het beschadigen van een auto.

De onrechtmatige daad van de matrozen en de mariniers heeft bij veel Nederlanders de reactie opgeroepen dat het rellende en werkschuwe tuig eindelijk eens goed is aangepakt. Ook minister-president Piet de Jong, voormalig commandant van een Nederlandse onderzeeër tijdens de oorlog en premier van Nederland in 1970, heeft later zijn sympathie betuigd over het optreden van de mariniers en de matrozen. Daardoor is het optreden van de Amsterdamse politie tijdens de rellen ondergesneeuwd. Een aantal agenten is gewond geraakt en sommigen zijn in levensbedreigende situaties terechtgekomen. De actie van de mariniers en de matrozen op 25 augustus 1970 zit vast in ons collectieve geheugen, terwijl de politie het 4 dagen lang heeft moeten opnemen tegen de jongeren in een zeer agressieve en anarchistische sfeer. Het is logisch dat het eigengereide en onrechtmatige optreden van de mariniers en matrozen veel aandacht heeft gekregen, maar daarbij is het moedige optreden van de Amsterdamse politie tijdens de rellen als gevolg van het slaapverbod in de vergetelheid geraakt.

Het Damslapen is na de rellen voorbij: er zijn in Amsterdam genoeg plekken voor hippies en andere jongeren om te bivakkeren, zoals in jeugdherbergen en in het Vondelpark. Het Monument op de Dam staat symbool voor het vele leed dat Nederland is aangedaan tijdens de oorlog en voor de vele doden uit die oorlog. Nadat de rust in Amsterdam is teruggekeerd, is het Monument op de Dam weer de plek waarvoor het eens is gebouwd, namelijk voor herinnering, bezinning en respect.

(Bron: Trouw, Marineschepen.nl, Dagenvanhetjaar.nl, G-geschiedenis.eu, De Telegraaf, Het Vrije Volk, Brief van minister-president Piet de Jong 1970, Uitspraak Raad voor de Journalistiek 1971, Wikipedia)

Geef een reactie

Reacties (2)

  1. Dina Dejong says:

    Als de dag van gisteren. We, familie en vrienden van marinemensen, waren zo trots als een aap met zeven staarten op ‘onze jantjes’, die gezamenlijk de damslapers hebben verjaagd. Dat de politie in Amsterdam het in die dagen ook niet gemakkelijk had (understatement) zagen we niet. Dat had ook minder aandacht in de media van toen. Nu, een halve eeuw later, is dat wel anders…

  2. Gerard1949 says:

    Heb me ook tijdens een bezoek aan de Dam me geergerd aan de Damslapers.
    Tijdens de aktie was ik gelegerd in de Kromhout kazerne in Tilburg.
    Was hofmeester,
    We hadden ook een regiment mariniers is opleiding tot chaufeur.
    De mariniers en de onderofficieren waren trots op deze aktie