Hoe weergevoelig bent u?

De wintertijd gaat komende week in en dan slaan ook griep en verkoudheid weer toe. Maar wist u dat het weer mogelijk ook invloed heeft op andere aspecten van onze gezondheid? Onderzoekers vinden steeds vaker verbanden tussen het weer en allerlei fysieke en mentale ongemakken.

We kennen het allemaal wel: we voelen ons vrolijker als de zon schijnt en balen als het somber weer is of als de dagen korter worden. Maar deze ‘weergevoeligheid’ kan bij mensen ook grotere effecten hebben: (meer) pijn, veranderend gedrag, depressie of opkomende medische kwalen. De biometeorologie doet onderzoek naar deze relatie tussen weer, lichaam en geest. Deze wetenschap staat nog in de kinderschoenen, maar zeker is inmiddels wel dat het weer ons welbevinden in meer of mindere mate beïnvloedt, al weten we nog niet precies hóe.

Veel mensen zijn weergevoelig

Heel veel mensen zijn weergevoelig. Uit onderzoeken blijkt dat ongeveer de helft van de mensen in meer of mindere mate gevoelig is voor het weer. Vrouwen en kinderen waarschijnlijk meer dan mannen en ouderen. Mogelijk is weergevoeligheid ook genetisch bepaald. Heeft vader of moeder een beter humeur als de zon schijnt? Dan zijn de kinderen waarschijnlijk ook gevoeliger voor licht en warmte. De klachten die mensen ondervinden van het weer kunnen verschillen; concentratiestoornissen, vermoeidheidklachten, slapeloosheid, nervositeit, stress, maar ook depressie.

Niet iedereen houdt van de zon

Verrassend resultaat uit de onderzoeken is wél dat veel meer mensen last hebben van een slecht humeur in de zomer dan in de winter. Dat laatste is ook naar voren gekomen uit een Nederlands onderzoek van een aantal jaren geleden onder jongeren. Het bleek dat maar 17 procent van hen echt blij werd van zon en warmte. Daartegenover zei 27 procent van de ondervraagden juist in de zomer wat meer last te hebben van een slecht humeur. Slechts 9 procent van de ondervraagde jongeren gaf aan chagrijnig te worden van bewolkt en regenachtig weer. Een grote meerderheid maakte het niet uit wat voor weer het is.

Hyphothalamus en hypofyse

Zonlicht, temperatuur, luchtvochtigheid, luchtdruk en de elektrische samenstelling van de lucht zijn weerfactoren die invloed kunnen hebben op ons lichaam. Het weer heeft waarschijnlijk effect op belangrijke regelsystemen in ons lichaam, zoals de hypothalamus (verantwoordelijk voor het regelen van onze lichaamstemperatuur) en de hypofyse (stuurt hormoonklieren en organen aan). Klachten ontstaan vooral bij plotselinge veranderingen in het weer en de wetenschappers denken dat onze hormonen daarin een rol spelen, denk aan serotonine (het gelukshormoon) en melatonine (het slaaphormoon).

Somber door te weinig zonlicht

Bekend is dat de zon ervoor zorgt dat in ons lichaam ‘gelukshormonen’ als serotonine en endorfine vrijkomen. Een herfstwandeling in de zon kan sommige mensen gelukkig maken. Maar misschien zijn het de mooie herfstkleuren in het bos waar u vrolijk van wordt! Het is overigens wel medisch bewezen dat gebrek aan zonlicht bij sommigen somberheid kan veroorzaken, in de volksmond een herfst- of een winterdepressie. Zo’n Seasonal Affective Disorder (SAD) gaat gelukkig vanzelf over als de dagen weer langer worden, als je in de winter vaker naar buiten gaat of bij een speciale zonlichtlamp gaat zitten. Bij minder blootstelling aan zonlicht produceert je lichaam meer melatonine, een hormoon waar je slaperig van wordt. Daarnaast produceren je hersenen minder serotonine, een neurotransmitter die je stemming, eetlust, slaap en seksueel verlangen negatief beïnvloedt. In de tropen komt dit niet voor, daar schijnt de zon lang genoeg, maar op hogere breedten zoals in Scandinavië en Canada is het niet ongewoon. Waarschijnlijk is de aanleg van SAD genetisch bepaald. Grote delen van de IJslandse bevolking lijden niet aan SAD. IJslanders buiten IJsland lijden ook niet aan SAD, terwijl immigranten in IJsland wél aan een winterdepressie kunnen lijden.

Worden we van hitte agressiever?

Er bestaat een verband tussen hitte en agressie. In de VS zijn onderzoeken gedaan naar het aantal delicten waarbij agressie werd gebruikt tijdens perioden met extreem warm weer. Vooral tijdens langdurige hittegolven waarbij het in steden ’s nachts niet of nauwelijks afkoelde, kwamen meer ruzies, opstootjes en relletjes voor en moest de politie vaker uitrukken. Maar misschien is dit ook wel het effect van dat als het ’s nachts te warm is, je niet goed kunt slapen en slaapgebrek mogelijk tot meer agressie leidt. Of warm weer echt effect heeft op ons humeur is de vraag. Als aan mensen gevraagd wordt wat hun favoriete weer is, geven de meeste mensen aan dat ze zich het comfortabelst voelen als de temperatuur tussen 20 en 25 graden schommelt en de zon schijnt en dat ze bij temperaturen boven de 30 graden minder goede zin krijgen. Vooral als het heel lang erg warm blijft, beginnen veel mensen te mopperen.

Hittestress in steden

Klimaatverandering en als gevolg daarvan stijgende temperaturen hebben vooral invloed op de ‘hittestress’ in de steden. Gebouwen houden de warmte langer vast, wat met name in de nachten soms wel 5 graden kan schelen.

Droge winden hebben grote invloed

Niet in Nederland, maar in landen met bergen zoals Zwitserland en Oostenrijk, waait soms een harde, droge wind, de zogenaamde föhn. Vochtige lucht wordt tegen een bergmassief opgestuwd. De wolken die ontstaan door afkoeling laten regen los. Aan de andere kant van de berg stroomt de uitgedroogde lucht soms met grote snelheden naar beneden. De plotselinge verandering van luchtvochtigheid, luchtdruk en mogelijk ook de veranderende elektrische samenstelling van de lucht veroorzaakt bij de Alpenbewoners een scala aan klachten, uiteenlopend van zware hoofdpijn tot concentratiestoornissen, agressie en depressie. Het is bekend dat de rechtbank in Oostenrijk rekening houdt met weersomstandigheden bij de beoordeling van delicten. Ook elders in bergachtige gebieden waar winden waaien met namen zoals de Bora, de Mistral en de Sirocco hebben mensen vaak dezelfde klachten.

Positieve en negatieve ionen

Pioniers op het gebied van elektriciteit in de afgelopen eeuwen waren tevens de eerste onderzoekers die een mogelijk verband zagen tussen luchtelektriciteit en biologische effecten. Onderzoek heeft aangetoond dat geladen deeltjes in de lucht, zogeheten luchtionen, een rol spelen in de gezondheid en psychische klachten kunnen veroorzaken. De verhouding positieve en negatieve ionen verandert doordat positief geladen oppervlakken zoals bijvoorbeeld een airconditioning en televisie- en computerschermen binnenshuis negatieve ionen aantrekken. Als binnenshuis de positieve ionen overheersen, kunnen klachten ontstaan. De klachten worden in veel gevallen minder als je naar buiten gaat of als het evenwicht tussen positieve en negatieve ionen wordt hersteld. Andersom kunnen mentale alertheid, doelmatigheid en een verbeterend psychologisch welbevinden worden ervaren als de concentratie negatieve ionen boven een bepaald niveau ligt. Waarschijnlijk speelt het hormoon serotonine daarbij weer een rol.

Meer aandacht voor de biometeorologie

Moeten artsen meer rekening houden met het weer? Er zijn landen waarin de invloed van het weer serieus wordt genomen. Bij onze oosterburen zijn speciale ‘bio-weerberichten’ en word je van tevoren geïnformeerd dat je door het weer misschien niet kunt slapen, je minder kunt concentreren of zelfs agressief kunt worden. Maar misschien zijn we er in Nederland te nuchter voor en moet eerst zwart op wit staan dat er een relatie is tussen het weer en ons welzijn. Meer onderzoek in de biometeorologie zal mogelijk antwoorden opleveren. Misschien wordt het weerbericht dan ook met andere ogen bekeken.

Hippocrates was de eerste

Hoewel biometeorologie een relatief nieuwe wetenschap is, legde de Griekse medicus Hippocrates al 400 jaar voor Christus een verband tussen weer, lichaam en geest. Bij de behandeling van zieken hield hij rekening met seizoenswisselingen en weersomslagen. Hippocrates adviseerde de legerleiding ook om bij bepaalde meteorologische omstandigheden niet of juist wel aan te vallen.

Onrust in de klas

Aan dieren merk je vaak als eerste dat er ander weer op komst is. Koeien en paarden gaan bij elkaar liggen voordat er onweer komt, katten stoppen met jagen en honden worden onrustig. Juffen en meesters merken vaak aan de kinderen dat er een storm op komst is. Kinderen worden onrustig, geïrriteerd en verliezen hun concentratie. Voordat het onweer komt, daalt de luchtdruk snel. Deze plotselinge verandering van druk speelt mogelijk een rol of het komt wellicht door een verandering van de elektrische samenstelling van de lucht.

Tekst: Margot Ribbelink. Margot (52) is biologe en is sinds 1990 als meteorologe in dienst bij MeteoGroup. Tot en met 2013 was Ribberink te zien als weervrouw bij het ‘RTL Weer’ op RTL 4. Ze presenteert nu het weerbericht op zowel radio als tv bij Omroep MAX en diverse regionale zenders. Daarnaast geeft Ribberink lezingen over het weer, klimaatveranderingen en duurzaamheid.

(Bron: MAX Magazine nr. 43 2017)

Benieuwd naar de weersomstandigheden van de komende dagen? Bekijk daarvoor het actuele weer.

Geef een reactie