Zwaluwen horen bij de zomer!

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, dus daarom hebben we met deze column gewacht tot het echt hoogzomer is!

Insecten snappen uit de lucht

Er wonen maar een beperkt aantal vogels in ons land die leven van insecten die uit de lucht gesnapt moeten worden. De meeste insecteneters pikken de vliegjes, bladluizen, rupsen en kevertjes van de bladeren, de boomtakken of van de grond. Alleen de zwaluwen en in mindere mate ook de vliegenvangers zijn van het luchtplankton afhankelijk. Of ze hier kunnen overleven hangt af van de hoeveelheid vliegende insecten per kubieke meter. Daalt de hoeveelheid vliegjes beneden een bepaald minimum, dan kost de energie om al vliegend in de lucht insecten te vangen, meer dan de energie-opbrengst van het voedsel dat bemachtigd wordt.

Bij regenachtig weer kent de boerenzwaluw nog wel een paar trucjes, bijvoorbeeld door dicht langs een elzenhaag te vliegen om dan met de vleugels de bladeren aan te tikken. Of ze doen een korte uitval vanuit een vaste zitplaats om zo energie te sparen. Maar als de temperatuur langdurig te laag blijft spelen zich in de zwaluwwereld ware drama’s af. Ouders verlaten zelfs de nesten met jongen, omdat ze anders zelf omkomen.

Interessante mannen hebben lange staartpunten

Zwaluwen herkennen die op een draad zitten of bij een nest is niet zo moeilijk. Ze verschillen onderling sterk en je hoeft alleen maar op de staart te letten om te weten met wie je te maken hebt. De boerenzwaluw heeft 2 lange, ver uitstekende staartpunten. Bij het mannetje zijn die extra lang. Hoe langer de staartpunten, des te sneller er gezwenkt kan worden en des te beter kunnen ze vliegen vangen. De vrouwtjes weten dat, want die vallen vooral op de mannen met de langste staartpunten! Boerenzwaluwen doen hun naam eer aan. Je vindt ze vooral in de stallen van de boerderijen. Ze nestelen ook wel onder bruggen en in oude kippenschuurtjes. Als ze maar binnen en onder dak kunnen nestelen. Boeren- en huiszwaluwen zijn echte cultuurvolgers. Ze zijn afhankelijk van onze stenen gebouwen. Vroeger woonden ze alleen in zuidelijker streken in grotten. De boerenzwaluwen achterin, onder dak. De huiszwaluwen vooraan, aan de buitenkant. Een zwaluw die binnen rondvliegt en daar zijn babbelliedje zingt is dus altijd een boerenzwaluw.

column_nico_zwaluwnest_shutterstock

Nest van de huiszwaluw.

Huiszwaluw is een metselaar

De boerenzwaluwen komen meestal zo eind maart terug, de huiszwaluwen een paar weken later. Allebei overwinteren ze in tropisch Afrika. Van boerenzwaluwen is bekend dat ze in de tropen ’s avonds in groepen van duizenden samen komen, om te slapen in rietvelden en bamboebossen. Huiszwaluwen schijnen de hele winter in de lucht te blijven en net als gierzwaluwen in de lucht te slapen. Hier aangekomen worden al snel de kolonies opgezocht. Huiszwaluwen zijn echte kolonievogels. Aan de buitenkant van de huizen bouwen ze onder het overstek hun nest. Het zijn echte bouwvakkers want er wordt, heel kunstig, een halve voetbal van veel slik en wat strootjes tegen de gevel geplakt. U hoeft dus niet altijd op de uiterlijke kenmerken te letten. Zwaluwen die nesten maken tegen de gevel van een huis zijn altijd huiszwaluwen. ’s Morgens kunt u ze begin mei aan de rand van slikplasjes zien rond strompelen om modder te verzamelen voor het nest. Dan valt ook gelijk op dat een zwaluw niet echt lopen kan. De poten lijken meer op klauwtjes en zijn eigenlijk alleen maar geschikt om aan rotswanden te hangen of op een draadje te zitten. De lange staartpunten ontbreken. Een korte gevorkte staart en witte kin in plaats van roodbruine zijn de belangrijkste verschillen met de boerenzwaluw.

Boerenzwaluw jakkert

In de vlucht snel een zwaluw herkennen vraagt enige oefening. Zelf let ik altijd op de manier van vliegen, waardoor ik ook op grote afstand de zwaluwsoort kan vaststellen. Boerenzwaluwen jagen en jakkeren. Meestal vliegen ze met grote snelheid in rechte lijnen voorwaarts met af en toe een scherpe zwenking naar links of naar rechts. Rakelings tussen 2 prikkeldraden door, eventueel onder de buik van een paard of een koe, alles in een hoog tempo. Als ze wat hoger vliegen wordt er iets meer gebruik gemaakt van zweefvluchtjes, maar het tempo blijft erin.

Boerenzwaluw.

Boerenzwaluw.

Huiszwaluw klautert

Een huiszwaluw vliegt heel anders. Even zweven met rechte gestrekte vleugels en dan volgt meestal een kort klimvluchtje, alsof ze de trap op moeten klauteren. Daarna volgt weer een zweefvluchtje naar beneden, gevolgd door een korte klimvlucht. Het tempo ligt beduidend lager dan dat van de boerenzwaluw en de zwenkingen zijn ook minder abrupt. Verder is de huiszwaluw door zijn korte, gevorkte staart en gedrongen uiterlijk minder slank dan de boerenzwaluw. In vlucht is verder de helder witte stuit, dat is de plek waar de rug over gaat in de staart, een uitstekend veldkenmerk in de vlucht. Omdat ze nogal zwenken, kantelen en zwieren is die plek ook als ze wat hoger vliegen toch vaak nog goed te zien. Een enkele keer ziet u misschien een wat kleinere bruine zwaluw, zonder die witte stuit tussen de huiszwaluwen vliegen. Dat is de oeverzwaluw, die in het buitengebied woont en zijn nest uitgraaft in zandige oevers.

column_nico_huiszwaluw_shutterstock

Huiszwaluw

Bij veel vogels is de zang zo belangrijk dat je ze vaak eerst hoort zingen en pas daarna ontdekt. Bij de zwaluwen is dat niet het geval. Ze zingen ook in de vlucht wel een liedje, maar veel indruk maakt dat niet. Het leukst vind ik zelf het luisteren naar een boerenzwaluw in de stal. Het liedje lijkt dan wat luider door de akoestiek en klinkt nog heel aardig en gevarieerd met veel gezellig gebabbel. Als de boerenzwaluw je ontdekt krijg je een verontwaardigd en opgewonden ‘sjiet sjiet’ naar je hoofd geslingerd. Dat valt ook de katten ten deel die te dicht in de buurt van het nest komen en met dappere schijnaanvallen worden weggejaagd. Bij de huiszwaluw zit er vooral veel gekwetter en gestirrrrp in. Voor ons klinkt het allemaal heel onsamenhangend en brabbelend.

Gierzwaluw is supervogel

Er zijn vogels die zich eigenlijk geen vogel zouden mogen noemen. Ze leggen eieren en hebben veren, maar daar houdt het dan ook op. Struisvogels, emu’s, kiwi’s en destijds de dodo zijn geen vogels maar loopvogels. Echte vogels kunnen vliegen en als dat zo is dan is de gierzwaluw een supervogel. Een jonge gierzwaluw die uitvliegt zet in de 4 jaren die daar op volgen geen poot meer op de grond. Bijna 1.500 dagen van 24 uur non stop in de lucht betekent meer dan 35.000 vlieguren, een aantal waarop menige KLM gezagvoerder jaloers op zou zijn. Pas na 4 jaar zijn ze volwassen en zetten ze een poot aan land en dat is dan altijd in het nest onder de dakpannen of in een muurspleet. Lopen kunnen ze niet echt, een beetje kruipen maar vliegen des te beter.

Gierzwaluwen doen alles in de lucht

Nestmateriaal verzamelen, slapen, paren en als de wolken het konden dragen zouden de gierzwaluwen hun nest zeker op de wolken bouwen. Maar dat gaat niet en vandaar dat ze bij ons huizen bouwen en dan vooral onder oude dakpannen die niet al te precies op het dak liggen. Daar zit hem nou juist het probleem, want met al die renovatiewoede en herinvesteringen van overwaarden wordt alles netjes, strak en dicht gemaakt en heeft de gierzwaluw het nakijken. Gelukkig wordt er steeds meer rekening gehouden met hun wensen en kan men complete kolonies met behulp van speciale gierzwaluwdakpannen inrichten.

De gierzwaluw giert

Gierzwaluwen vormen een aparte orde en ze behoren dus niet tot dezelfde familie als de boeren- en huiszwaluwen. Ze zijn ook duidelijk wat groter. Het sikkelvormige silhouet, de slanke vleugels en de hoge snelheid maakt ze uniek in de vogelwereld. De vleugelslag is snel en diep en wordt afgewisseld met lange glij- of zweefvluchten. De ogen liggen diep in de kop, weggestopt tussen de veren. Het snaveltje lijkt niet veel voor te stellen, maar als ze hun bek open doen ontstaat er en muil die menige vlieg een hartverlamming zal hebben bezorgd. Door het tegenlicht en de hoogte waarop ze vliegen maken ze een gitzwarte indruk, maar in werkelijkheid zijn ze zwartgrijs van kleur. Soms is de wat lichter gekleurde kin te zien. Deze zwaluwen hoor je vaak wel eerst voordat je ze ziet. Met een hard en scherp gierend geluid jagen ze op zomeravonden door de straten. Ze lijken dan wel een soort duivelsvogels die, zonder zich ook maar iets van ons aan te trekken, hun avondrituelen opvoeren. Het schijnt zo te zijn dat op die krijstochten de dames naar de nesten worden gejaagd, waarna de heren zich terugtrekken en hoog boven de wolken, sluimerend op de thermiek de nacht doorbrengen. Gierzwaluwen zie je ook vaak laag over het water scheren. Meestal zijn het dan meerdere exemplaren. Dan zijn ze meestal heel zwijgzaam en zo geconcentreerd op de jacht dat ze bijna tussen je benen door vliegen. Kabaal maken doen ze vooral in de buurt van de nesten en omdat ze in kolonies broeden moet er kennelijk altijd veel en luidruchtig worden overlegd.

zwaluwen

Gierzwaluw

Gierzwaluw is een Europeaan

Gierzwaluwen leveren prestaties die onze stoutste fantasie te boven gaan. Bij slecht weer gaan onze gierzwaluwen even naar Londen of Parijs om daar een voedselbal, die bestaat uit honderden aan elkaar geklitte vliegjes, te verzamelen. Daarna vliegen ze weer terug naar huis. De jongen kunnen wel bijna 14 dagen overbruggen doordat ze tijdens de depressies in een soort coma raken. Temperatuur en hartslag gaan omlaag en als je ze oppakt lijken ze wel dood. Maar als de zon gaat schijnen herleven ze en na een voedering zijn ze weer helemaal boven Jan! Het is de moeite waard om in verschillende vogelboeken wat meer te lezen over deze bijzondere vogel, want u valt dan van de ene verbazing in de andere.

Geef een reactie