Cafébrand in 't Hemeltje in Volendam

1 januari 2001: hoe de cafébrand in ’t Hemeltje de gemeenschap van Volendam heeft geraakt

Wat een feestelijke inluiding van het nieuwe jaar moet worden, loopt op 1 januari 2001 uit op een drama: de brand in café De Hemel. Ook wel ’t Hemeltje genoemd. In 2026 inmiddels 25 jaar geleden. 14 jongeren verliezen in die nacht het leven en ongeveer 200 raken gewond. Sommige overlevenden van de brand zijn zowel lichamelijk als geestelijk voor het leven getekend.

Veel meer bezoekers in ’t Hemeltje dan toegestaan

Tijdens de jaarwisseling van 2000 naar 2001 stromen de kroegen aan de Dijk in Volendam vol met feestvierende mensen. Er zijn 3 cafés gevestigd in het dijkpand Haven 154-156: café de Blokhut bevindt zich in het souterrain, op de begane grond is de Wir War Bar gevestigd en op de eerste verdieping café ’t Hemeltje, een populair café onder jongeren. In ’t Hemeltje zijn op dat moment zo’n 300 jongeren aanwezig, terwijl de kroeg eigenlijk plaats mag bieden aan 80 bezoekers. Het is er dus erg vol maar wel gezellig.

De medewerkers van het café zijn ongeveer een week bezig geweest met het ophangen van de kerstversiering. Er zijn draden gespannen boven de bar waarop dennentakken zijn gelegd. Ook zijn er duizenden lampjes opgehangen om een gezellige sfeer te creëren tijdens de feestdagen.

Steekvlam

Tijdens oud en nieuw worden sterretjes uitgedeeld, die vlak na de jaarwisseling worden afgestoken. Een bundel aangestoken sterretjes komt in aanraking met de kerstversiering aan het plafond. Doordat die kerstversiering niet is geïmpregneerd met brandwerende middelen, vliegen de dennentakken in brand. Een steekvlam schiet door het pand. Hierop valt de brandende kerstversiering naar beneden, bovenop de feestvierende jongeren.

Barman René Schilder probeert een brandblusser te pakken, maar krijgt die niet los. “Dan sta je voor het vuur en zie je het groter en groter worden”, zegt hij in een interview met KRO-NCRV. Hij probeert het vuur te doven en rent naar de bar om water en ijs te pakken. Maar als hij bij de bar komt, gaat het mis. Bij René gaat het zicht op zwart: “Vanaf dat moment weet ik niets meer.” Hij verlaat als één van de laatsten het brandende café en loopt zeer ernstige brandwonden op.

Cafébrand in 't Hemeltje

“Git- en gitzwarte rook”

Bedrijfsleider John Veerman staat op dat moment in de Wir War Bar. Hij is net 7 weken bedrijfsleider. Hij krijgt door dat het misgaat. Veerman: “Op een gegeven moment wordt er aan mijn arm getrokken door een collega. Die wijst verschrikt naar rechts. Git- en gitzwarte rook kwam naar beneden, met een kracht en een expansie, die elke beschrijving tart. Ik wist meteen: dit is mis. Rook gaat normaal gesproken omhoog, maar dit woekerde naar beneden door de kracht. De Wir War vulde zich met rook.”

Hij ziet zwarte rook en is bang voor koolmonoxidevergiftiging. “Er was geen lucht meer daarboven, dacht ik meteen. Ik dacht: de pui moet open, voor de zuurstof. Ik vloog naar de pui om ‘m open te trekken, maar werd op hetzelfde moment onder de voet gelopen. Krukken en tafels werden door de pui gegooid. Toen ben ik naar de naastgelegen bar gerend, ik kwam daar op zo’n manier binnenlopen dat iedereen wel doorhad dat het menens was. Ik heb 112 gebeld en gevraagd om ambulances en veel brandweer en nógmaals benadrukt véél ambulances.”

Accepteer de cookies om dit element te weergeven.

Paniek

Er breekt paniek uit in ’s Hemeltje. De jongeren zitten als ratten in de val, want ontsnappen is bijna niet mogelijk. De hitte loopt snel op tot zo’n 500 graden. Hierdoor ontbranden kledingstukken spontaan. Er ontstaat kortsluiting als de isolatie van de elektriciteitsdraden van de kerstverlichting doorbrandt, waardoor het donker wordt. Ook de dichte rook maakt het zicht onmogelijk. Iedereen probeert in paniek door de hoofdingang te vluchten, waardoor veel jongeren in de verdrukking komen. Ze worden vertrapt, ze verstikken en verbranden.

14 jongeren komen om het leven. Ongeveer 250 raken gewond, van wie er 200 ernstig aan toe zijn. Omdat de capaciteit van de brandwondencentra in Purmerend, Beverwijk, Groningen, Rotterdam en Utrecht te klein zijn, worden gewonden ook naar België en Duitsland vervoerd.

Processie na de brand in 't Hemeltje

Rechtszaak

5 maanden na de brand in ’t Hemeltje begint de rechter-commissaris op verzoek van het OM een gerechtelijk vooronderzoek. Horecabaas Jan Veerman wordt samen met zijn dochter Laura en de bedrijfsleider John Veerman (geen familie) als verdachten aangemerkt. 2 commissies doen in 2001 onderzoek naar de toedracht en de afwikkeling van de cafébrand. Daaruit komt een beeld naar voren dat in de gemeente Edam-Volendam een gedoogcultuur heerst en dat nieuwe wettelijke regels bewust niet zijn uitgevoerd. Deze kritiek is voor burgemeester F. IJsselmuiden en wethouder W. Visscher aanleiding om op te stappen.

De commissie-Alders constateert dat in ’t Hemeltje op de bewuste avond te veel mensen in de uitgaansgelegenheid zijn geweest, dat Jan Veerman de brandveiligheidsvoorschriften aan zijn laars heeft gelapt en dat de kerstversiering te laag heeft gehangen en bovendien zeer brandbaar was. De vele jongeren hadden moeite het pand te verlaten, omdat de nooduitgangen niet in orde waren. Het OM eist de maximale straf tegen Veerman: 16 maanden onvoorwaardelijk. Hiermee wil het OM een signaal afgeven aan alle horecaondernemers in Nederland, zodat zij zich niet verschuilen achter de gebrekkige controle door de gemeente. Het OM eist tegen dochter Laura 3 maanden en tegen bedrijfsleider John Veerman 10 maanden celstraf. Alle 3 zouden ze onnadenkend en nalatig hebben gehandeld.

Commisssievoorzitter Alders bij de presentatie van het rapport-Alders

Commisssievoorzitter Alders (r) bij de presentatie van het rapport-Alders.

Laura en de bedrijfsleider worden vrijgesproken. Veerman wordt veroordeeld tot 12 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van 240 uur. Ook mag hij 2 jaar zijn beroep als horecaondernemer niet uitoefenen. Om Veerman de mogelijkheid te bieden voor alle betrokkenen tot een bevredigende afwikkeling te komen, kiest het college voor een voorwaardelijke straf. Het OM gaat in hoger beroep, maar laat doorschemeren daarvan af te zien als hij tot een schikking komt met de slachtoffers van de brand. Die schikking komt er: Veerman betaalt enkele miljoenen aan schadevergoeding en verkoopt de panden aan de Haven aan de gemeente. De locatie zal 50 jaar lang geen horecabestemming krijgen.

Accepteer de cookies om dit element te weergeven.

“Kunstmatige coma”

Veel slachtoffers lopen brandwonden op en zijn daardoor voor het leven getekend. Ook hebben sommigen last van psychische schade. René Schilder wordt na de brand naar het brandwondencentrum in Beverwijk vervoerd. Schilder in een interview met de Brandwonden Stichting: “Na de brand lag ik bijna 3 maanden in het brandwondencentrum in Beverwijk. Ik werd 4 weken in een kunstmatige coma gehouden. Mijn lichaam was voor 40 procent verbrand. Alleen door huidtransplantaties konden mijn grote brandwonden helen. De onverbrande huid van mijn benen is getransplanteerd naar de brandwonden in mijn gezicht, op mijn handen en armen. Door de vele huidtransplantaties is alleen mijn linkerkuit onbeschadigd.

Na mijn ontslag uit het brandwondencentrum volgde een lang revalidatietraject. Ik moest eigenlijk alles opnieuw leren. Hierbij had ik enorm veel last van mijn trekkende littekens. Mijn armen waren er het ergst aan toe. Ik kon ze niet meer strekken. Als ik ’s ochtends wakker werd, stonden mijn armen in een hoek van negentig graden. In de jaren die volgden heb ik 20 vervolgoperaties ondergaan om dit te verhelpen.”

“Losse stukjes van een compleet iets”

Saul Jonk raakt tijdens de brand niet gewond, maar heeft veel moeite gehad om zijn ervaringen te verwerken. Jonk tegen de NOS: “De brand heeft een litteken op mijn ziel achtergelaten.” Hij kan zich tot in detail herinneren wat er zich die nacht heeft afgespeeld. Jonk: “Je proefde de angst in de lucht, de hitte. Mijn jas smolt weg. Ik dacht: dit was het. Niemand van ons gaat hier nog levend uitkomen.” Saul schrijft later een lied over de brand en over zijn goede vriend René Schilder.

Melanie Klene is 15 jaar als ze aanwezig is in de nieuwjaarsnacht in het café. Ze kan zich weinig herinneren van de ramp. Klene in een interview met het NOS Radio 1 Journaal: “Het zijn eigenlijk vooral flarden. (…) Op een gegeven moment heb ik in mijn herinnering keihard ‘brand!’ geroepen. Alleen kan ik dat me niet meer duidelijk voor de geest halen.” Hoe ze de mensenmassa is ontvlucht, weet ze ook niet meer precies. “Uiteindelijk voelde ik dat ik werd opgetild door iemand. Dat moment staat me nog heel helder bij, omdat dat het eerste moment was waarop ik eigenlijk weer zuurstof kreeg. Maar hoe ik vervolgens buiten ben gekomen, weet ik niet. Het zijn allemaal losse stukjes van een compleet iets.”

Schuldgevoel

NH-journalist en overlevende van de brand Gerie Smit maakt samen met NH-journalist Mischa Korzec in 2025 een documentaire over de brand, getiteld Museum voor De Hemel, waarin ze met overlevenden terugkeert naar het café. Smit is 15 als ze aanwezig is tijdens de bewuste nieuwjaarsnacht in ’t Hemeltje. Smit tegen WNL: “Ik weet nog dat ik dacht: ik ga dood. Ik viel op de grond, maar hoe ik eruit ben gekomen, weet ik niet meer. Ik was aan het overleven.” Na de brand wil ze vooral weg uit Volendam. “Ik was een boze puber, ik wilde er niks mee te maken hebben. En nu ben ik trots op m’n dorp.”

In Museum voor De Hemel onderzoekt Smit ook de jarenlange stilte in het dorp. “Het schuldgevoel is in Volendam heel sterk”, zegt ze. “Mensen die er niet bij waren, voelen zich schuldig. Zij hebben alles gezien, maar dachten: ik mag er niet over praten, want ik heb niks. Nu, 25 jaar later, merk je dat die gesprekken eindelijk ontstaan.” Voor de documentaire reist Smit naar het Zweedse Göteborg, waar in 1998 een vergelijkbare ramp heeft plaatsgevonden. “Het mooie is: die Zweedse jongeren hebben direct contact gezocht met Volendam. Ze zeiden: wij hebben hetzelfde meegemaakt, we zijn 2 jaar verder. Ze wilden vooral laten zien dat het leven verder gaat.”

Recht tegenover de rampplek is een herdenkingsmonument geplaatst voor alle slachtoffers van de cafébrand. Het is gemaakt door de Volendamse kunstenares Jans van Baarsen en is getiteld Water.

Herdenkingsmonument voor de slachtoffers van de cafébrand in 't Hemeltje

Het Volendams Museum presenteert vanaf 18 oktober 2025 de expositie Onderbroken tijd. In deze expositie staan de Volendamse jongeren centraal die in 2001 tussen de 14 en 25 jaar oud waren. Hun ervaringen laten zien hoe diep de brand het leven en de gemeenschap van Volendam heeft geraakt. Maar ook hoe veerkracht en verbondenheid bijdraagt aan herstel en hoop.

(Bron: NOS.nl, WNL.tv, NHnieuws.nl, NU.nl, KRO-NCRV.nl, RD.nl, Brandwondenstichting.nl, Wikipedia. Foto’s: ANP)

Geef een reactie