Hoe komt het dat tijd soms zo langzaam en dan weer zo snel gaat?

Tijdsbesef is iets vreemds. Soms gaat een uur in een oogwenk voorbij en de andere keer lijkt de tijd weer te kruipen. Hoe komt dat? Wij proberen een antwoord te vinden op die vraag. 

Innerlijke klok

Wie literatuur zoekt over het tijdsbesef van mensen, is wel even zoet. Er zijn veel boeken over geschreven en menig wetenschapper heeft zich gebogen over dit onderwerp. Niet zo gek ook, want het begrip tijd is abstract en ergens ook wel mysterieus. Want hoe komt het dat sommige uren zo langzaam gaan, terwijl anderen juist weer heel snel voorbij gaan? Ze duren allemaal precies 60 minuten. Dat die 60 minuten telkens anders aanvoelen heeft volgens verschillende wetenschappers en filosofen te maken met de zogenoemde innerlijke klok. Deze innerlijke klok wordt aangevoerd door hersencellen die de metronoom van de hersenen voeden. Een metronoom is een apparaat dat het tempo van muziek aangeeft, maar de hersenen beschikken dus ook over zo’n mechanisme. Deze hersencellen zijn niet zo precies als een klok, maar kunnen wel ongeveer de tijd inschatten. Zo geven zij door aan de metronoom wanneer een bepaalde activiteit ongeveer afgelopen moet zijn of juist moet beginnen. De innerlijke klok zorgt er volgens fysicus Albert Einstein onder meer voor dat dingen die wij leuk vinden minder lang lijken te duren dan dingen waar wij niet zo van genieten. Hij geeft een voorbeeld: “Als we 2 uur in het gezelschap van een leuk meisje doorbrengen, hebben we het gevoel dat er pas 2 minuten voorbij zijn; als we 2 minuten op een gloeiend hete kachel zitten, hebben we het gevoel dat het 2 uur heeft geduurd.”

Tijd op vakantie

Het is overigens niet altijd zo dat leuke dingen sneller voorbij gaan dan minder leuke activiteiten. Wie op vakantie gaat en 10 dagen op het strand ligt, zal volgens onderzoek van de Tilburg University het idee hebben dat de dagen omvliegen. Wie tijdens een 10 dagen durende vakantie allerlei dingen onderneemt, zal het gevoel hebben dat de tijd langzamer gaat. Dat heeft volgens Niels van de Ven van Tilburg University hier mee te maken: “Al die ervaringen vragen je volle aandacht, en daardoor voelen je dagen vanzelf lang en vol.” Dit zegt hij tegen RTL Nieuws.

Verwachtingen

Ook het verwachtingspatroon van de mens bepaalt of de tijd vliegt of kruipt. Van de Ven stuurt voor zijn studie naar tijdsbesef 350 mensen per bus naar de Huishoudbeurs of de Efteling. De mensen in de ene bus krijgen te horen dat de heenreis heel lang zou duren, terwijl tegen de anderen niets wordt gezegd. Wat blijkt? De mensen die denken dat de heenreis heel lang zou zijn, denken dat de terugreis veel korter is. In werkelijkheid duren beide reizen even lang. De mensen die vooraf niets te horen krijgen over de duur van de heenreis, schatten de lengte van de heen- en terugreis ongeveer gelijk in.

Vermindert tijdsbesef door ziekte

Tijdsbesef kan ook worden beïnvloed door ziekte. De cellen die de metronoom in de hersenen aanstuurt raken dan beschadigd, waardoor de signalen niet meer goed doorgegeven worden. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn in het geval van dementie, de ziekte van Parkinson of een hersentumor. In een artikel van Trouw over tijdsbesef uit 2007 wordt de situatie van een Duitse man aangehaald. Hij was van het een of het andere moment zijn tijdsbesef volledig kwijt en zag de mensen heel snel langs zich heen trekken. Uiteindelijk blijkt dat er een tumor op de cellen van de metronoom drukt.

Als het tijdsbesef vermindert of zelfs helemaal verdwijnt, is het lastig om nog normaal te functioneren. Besef van tijd en plaats zijn erg belangrijk in de huidige maatschappij. Wie dit niet heeft, kan bijvoorbeeld onmogelijk op tijd komen op afspraken.

Lees ook
Meer over Alzheimer, waarvan dementie de meest voorkomende vorm is.

Meer over de ziekte van Parkinson

(Bron: De Stentor, RTL Nieuws, Trouw, Tilbury Unversity, dementie.nl,

Geef een reactie