Fabel of waar, gaat het lichaam in spaarstand tijdens het lijnen?

Veel mensen herkennen het, aan het begin van een dieet vliegen de kilo’s er met gemak af, maar na verloop van tijd kan dit opeens veel langzamer gaan. Er wordt wel eens gezegd dat het lichaam in een spaarstand gaat als we lijnen, maar is dat überhaupt mogelijk? Of is het een fabel?

Energiebehoefte

Om af te vallen is het nodig om minder calorieën binnen te krijgen dan dat het lichaam nodig heeft. Op een gegeven moment blijkt echter vaak dat ook al wordt er nog net zo weinig gegeten als aan het begin van het dieet, het gewicht niet meer (zo snel) zakt. Dit komt onder andere doordat iemand met meer gewicht meer calorieën verbruikt dan een dunner iemand. Het kost namelijk meer energie om een grotere hoeveelheid bloed, spieren en vetcellen van energie te voorzien. Bij een daling van het gewicht neemt de energiebehoefte dan ook af.

Minder eten om te blijven afvallen

Tijdens het lijnen is dat onhandig. De vermindering van het eten geeft in eerste instantie minder brandstof dan het lichaam nodig heeft. Hierdoor neemt het gewicht af. Na verloop van tijd verlaagt de energiebehoefte echter en wie dan net zoveel blijft consumeren, merkt dus veel minder of zelfs helemaal geen verschil meer. Dan moet er nog minder gegeten worden, om af te blijven vallen. Voorbeeld: een vrouw van 90 kilo valt af tot 80 kilo. Doordat er minder energie nodig is om het magerder lichaam draaiende te houden, kan zij met haar nieuwe gewicht minder eten dan voorheen. Dat kan wel 100 kilocalorieën per dag schelen.

Spaarstand

Daarnaast kan het lichaam inderdaad in een soort spaarstand gaan, adaptieve thermogenese genaamd. De ruststofwisseling draait hierbij op een lagere stand dan mensen die niet lijnen. Het lichaam spaart energie om met het ‘voedselgebrek’ om te gaan. Klaas Westerterp, hoogleraar humane energetica in Maastricht heeft hier onderzoek naar gedaan en daar in het American Journal of Clinical Nutrition over gepubliceerd. Daaruit blijkt dat de 91 mensen die hij 8 weken lang gevolgd heeft, bijna 10 kilo zijn kwijtgeraakt. Daarna bleken zij op gewicht te blijven en na 10 maanden gemiddeld 65 kilocalorieën per dag minder nodig te hebben dan op grond van hun nieuwe gewicht is berekend. Hoe meer afgevallen, hoe lager hun ‘kachel’.

Vetcellen in de stress

De Maastrichtse hoogleraar functionele genetica Edwin Mariman heeft ontdekt dat die lagere verbranding kan worden verklaard door stress in de vetcellen. In vetcellen wordt veel energie opgeslagen en die cellen gaan in verzet als er minder binnen komt. Die spaarstand kan tot wel jaren na het gewichtsverlies blijven bestaan is in de Volkskrant te lezen. Mensen die nog meer willen afvallen, moeten dus blijvend minder eten. Omdat dit moeilijk vol te houden is, sneuvelen veel diëten op de langere termijn.

Is er iets aan die spaarstand te doen?

Volgens Margriet Westerterp, hoogleraar voedselinnameregulatie in Maastricht, kan bepaalde voeding een daling van de ruststofwisseling deels voorkomen. Een dieet met veel eiwitten zet het lichaam bijvoorbeeld harder aan het werk. Doordat er meer energie nodig is om eiwit af te breken dan om koolhydraat te verwerken. Ook groene thee en rode peper kunnen, mits consequent geconsumeerd, het energiegebruik stimuleren. Wie elke dag een halve theelepel rode peper aan het eten toevoegt, gebruikt op korte termijn 4 procent meer energie, blijkt uit Maastrichts onderzoek. Dat is alleen vrij lastig om vol te houden, erkent Westerterp. Als laatste kan krachttraining iets van verschil maken. Daardoor neemt de spiermassa namelijk toe en spieren gebruiken in ruststand meer energie dan vet.

Conclusie

Afvallen wordt bemoeilijkt door verschillende processen in het lichaam. Een dunner lichaam heeft een lagere energiebehoefte dan de voormalige dikkere. Er moet dus goed gekeken worden of er wel echt minder brandstof binnen komt dan het lichaam op dat moment nodig heeft. Een afgevallen lichaam gaat daarnaast efficiënter om met die energie: de spaarstand is dus zeker geen fabel. Een crashdieet, waarbij iemand zijn voedselinname drastisch vermindert is wat dat betreft ook niet aan te raden. Vaak vermindert iemands energie dan ook flink, waardoor er veel minder wordt bewogen. En het is op de langere termijn sowieso niet vol te houden, waardoor een jojo-effect ontstaat. Het is daarom verstandiger een dieet geleidelijk uit te voeren. Ga 10 á 20 procent in calorieën omlaag en blijf bewegen. Het afvallen duurt dan misschien een stuk langer, maar het gewicht neemt uiteindelijk wel af en het resultaat is een stuk duurzamer.

(Bron: de Volkskrant, Quest, drogespieren.nl)

Geef een reactie