verpleeg- en verzorginshuizen

Bewoners verpleeg- en verzorgingshuizen vaak afhankelijk van hulp familie, vrienden en vrijwilligers

De afgelopen jaren is er veel veranderd in de zorg. Verpleeg- of verzorgingshuizen worden samengevoegd, want ouderen blijven steeds langer thuis wonen. Alleen de meest kwetsbare ouderen verhuizen naar een verpleeg- of verzorgingshuis. Maar over de kwaliteit van de zorg in deze instellingen, is men niet altijd positief. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat een kwart van de bewoners zelden of nooit buitenkomt en dat zij voor zorg vaak afhankelijk zijn van de hulp van familie, vrienden en vrijwilligers.

Verslechtering gezondheid

Voor veel bewoners is een verslechtering van de gezondheid de aanleiding voor een opname in een verpleeg- of verzorgingshuis. Maar liefst 4 op de 5 bewoners heeft (zeer) ernstige lichamelijke beperkingen. Driekwart van de bewoners heeft geheugenklachten en 4 op de 10 bewoners heeft te maken met dementie. Momenteel wonen er 100.000 ouderen in een verpleeg- of verzorgingshuis. Meer dan de helft is vrouw en 80 jaar of ouder. Het onderzoek van het SCP is gehouden onder 1600 bewoners.

Bezoek

Uit het onderzoek blijkt verder dat 1 op de 7 bewoners zelden of nooit bezoek krijgt. Op bezoek gaan bij anderen doen de ouderen nauwelijks. Ruim twee derde van de ondervraagden bezoekt zelden of nooit anderen. Het bezoek dat zij krijgen zijn veelal familieleden; de kinderen en kleinkinderen komen het vaakst. Andere vrienden en kennissen komen minder vaak op bezoek, want die zijn zelf op een hoge leeftijd of kampen met gezondheidsproblemen.

Bijna de helft van de bewoners geeft aan vaker naar buiten te willen voor een wandeling of een boodschap. Door gezondheidsproblemen of niemand hebben om dat met hen te kunnen, maakt dat het er niet van komt. Het een heeft met het ander te maken, want de ouderen die niet vaak buiten komen, zijn ook degene die het minste bezoek krijgen, concludeert het SCP.

Afhankelijk van familie, vrienden en vrijwilligers

Naast de zorg van het personeel, krijgt driekwart van de ondervraagden hulp van familieleden. Dit is meestal een van de kinderen. Zij helpen bij de administratie, de boodschappen en de was. Maar ook de rol van de vrijwilliger is onmisbaar. Maar liefst 4 op de 10 bewoners krijgt hulp van een vrijwilliger. Zij helpen bijvoorbeeld bij de dagelijkse eetmomenten en maken met de bewoners uitstapjes. Ook vrienden spelen een rol, maar die is minder frequente. Zij wonen vaak verder weg of zijn om (medische) redenen niet altijd in staat om vaker te komen.

Niet allen slecht nieuws

De ANBO nuanceert in een reactie de uitkomsten van het onderzoek. “Uit de cijfers blijkt dat 64 procent van de bewoners wel buitenkomt. De helft dagelijks en de andere helft minimaal 1 keer per week”, aldus de organisatie. “En gelukkig krijgt 80 procent van de bewoners wel wekelijks visite”, aldus Liane den Haan van de ANBO.

Een groot deel van de ouderen neemt ook deel aan de activiteiten die worden verzorgd in de verpleeg- en verzorgingshuizen. Ze gaan ook regelmatig met elkaar koffiedrinken en bezoeken het winkeltje in het huis. Op 22 september 2017 wordt het vervolgonderzoek van het SCP gepresenteerd. Hierin vertellen bewoners over hoe zij de kwaliteit van zorg en het leven in verpleeg- en verzorgingshuizen ervaren.

(Bron: SCP/ANP)

Geef een reactie

Reactie

  1. Hanneman says:

    Niks participatiesamenleving. Den Haag nam en neemt de riemen weg en men moet maar zien hoe te roeien. En dus dobberen de meeste van de participatiedroom van Rutte afhankelijk gemaakten ergens op het woelige water. Hier en daar iets van een reddingsboei maar serieuze belangstelling voor het probleem? Niet bij de VVD of aangetrouwden. Naar ik heb begrepen is het participatiemodel “afgekeken” van een dure buitenwijk in Londen. U weet wel, zo’n wijk met vrijstaande kastelen omheind met dure hekken. Waar de bewoners een riant leven leiden die in al hun goedheid nu en dan een pannetje soep afleveren bij wie daar om verlegen zou kunnen zitten. Men kan het zich permitteren. Het pannetje én de actie. Er wonen daar geen “gewone” mensen met werkgevers die het onderste uit iedere kan willen. Geen politiemannen, vrouwen en evenmin overbelaste zorgbieders, brandbestrijders, onderwijzenden of anderszins uitgebrande werkvloergangers. Heel anders dan in Nederland waar de gemiddelde gewone man en vrouw, jongen of meid is gehouden aan presteren, consumeren en tegenslagen incasseren. Als ze daarin onvoldoende slagen worden ze als onzelfredzaam naar datzelfde woelige water gedreven als onze ouderen. Voor heel veel mantelzorgers is hun “plicht” of “roeping” aan het verworden tot een overspannende bezigheid. Het lijkt mij dat Schippers’ opruimdwang van de zorg gaat leiden tot veel leed in de toekomst. Mijn toekomst en de uwe. Want de in het hierboven staande artikel groep drijft nu nog een beetje uit op “wat er ooit was” maar tegen de tijd dat jongeren van nú aan (mantel)zorg toe zijn bestaat er helemaal niets meer. Hierboven gaat het over een specifieke groep ouderen in voorzieningen. Er is nog zo’n groep. De “Tot iedere prijs zolang mogelijk thuisblijvenden”. Waar het “zo lang mogelijk” vaak een bijzonder rekbaar begrip blijkt. Waar eenzaamheid en de onmogelijkheid van de dingen in het dagelijkse leven tot veel narigheid en beperking leidt. Vereenzaming en leefverarming zal gemeengoed zijn. Er zal tegen die tijd worden gesteld dat “vroeger alles beter was” maar ja…. dát was vroeger. Het nú van later wordt iets waanzinnigs. Gelukkig maar dat er ook een pilletje of poedertje zal zijn. Toch?