Huishoudens met stadswarmte betalen structureel meer

Huishoudens met stadswarmte betalen soms tot wel honderden euro’s meer per jaar dan huishoudens met een gasaansluiting. Dit ondanks de bescherming van de Warmtewet 2014 die is ingesteld om te waarborgen dat stadswarmte niet duurder uitvalt dan gas. Dit blijkt uit onderzoek van Radar, in samenwerking met vergelijkingswebsite EasySwitch.nl.

Overstappen vrijwel onmogelijk

In Nederland maken zo’n 600.000 huishoudens gebruik van blok- of stadsverwarming. Bij blokverwarming wordt een heel huizencomplex voorzien van warmte via een collectieve ketel. Bij stadsverwarming wordt restwarmte gebruikt van bijvoorbeeld een energiecentrale, verbrandingsinstallatie of fabriek in de buurt. Het is voor die huishoudens niet of nauwelijks mogelijk om over te stappen naar een andere energieleverancier. In de Warmtewet is volgens het ‘niet meer dan’-principe vastgelegd dat stadswarmte niet duurder mag zijn dan gas, maar in de praktijk blijkt dat niet op te gaan. Met een omrekentool die vergelijkingssite EasySwitch.nl ontwikkeld heeft kan worden berekend hoeveel euro’s per jaar mensen met stadsverwarming meer betalen dan wat zij met exact hetzelfde verbruik jaarlijks kwijt zouden zijn met een gasaansluiting. De tool gaat uit van het tarief van de goedkoopste gasleverancier en vaste leveringskosten van de goedkoopste gasleverancier in de markt. Daarnaast wordt er 169 euro aan jaarlijkse kosten voor aanschaf en onderhoud van een cv-ketel en 179 euro aan jaarlijkse netbeheerkosten meegerekend.

Jaarafrekening

De meeste mensen met blok- of stadsverwarming wonen in de provincie Flevoland (ruim 30 procent), gevolgd door Utrecht en Noord- en Zuid-Holland. Net als bij een gasaansluiting moet er bij blok- en stadsverwarming elke maand een termijnbedrag betaald worden aan een energiemaatschappij en is er jaarlijkse afrekening. Die jaarafrekening is niet te vergelijken met een gewone jaarafrekening. Er wordt gerekend met andere eenheden (gigajoules) en in de prijs voor de geleverde warmte zitten ook transportkosten (van de ketel naar een woning) en servicekosten (voor het verwarmen van centrale ruimtes en het onderhoud van de ketel).

Monopoliepositie

Huishoudens met blokverwarming kunnen in principe wel overstappen naar een andere gasleverancier. Dit moet dan wel collectief gebeuren. Bij stadsverwarming is deze mogelijkheid er echter niet. Deze huishoudens zitten vast aan de warmteleverancier van de betreffende wijk. Zij zijn niet aangesloten op een landelijk netwerk, waarbij aanbieders elkaar beconcurreren. De leverancier van de warmte heeft hierdoor een monopoliepositie. Om consumenten daar tegen te beschermen is in 2014 de warmtewet in werking gegaan. Daarin is geregeld hoeveel een leverancier maximaal in rekening mag brengen. De tarieven worden elk jaar vastgesteld door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De tarieven zijn dus begrensd, maar zijn nog altijd hoger dan de scherpe actieaanbiedingen waarvan huishoudens met een gasaansluiting gebruik kunnen maken.

Herziening Warmtewet

Op dit moment wordt bijna een kwart van de nieuwbouwhuizen aangesloten op stadswarmte. Die toekomstige bewoners moeten de warmte afnemen van de desbetreffende stadswarmteleverancier. Mensen die hun warmtevoorziening zelf willen regelen, met bijvoorbeeld een warmtepomp, moeten alsnog betalen voor de aansluit- en vastrechtkosten voor stadswarmte. De Warmtewet moet consumenten beschermen tegen een monopolie, maar in deze situatie betaalt men zelfs voor een product dat niet wordt afgenomen. In 2018 wordt er een herziening van de huidige warmtewet verwacht, die huidige knelpunten moet oplossen. Daarnaast is een aantal nieuwe onderdelen toegevoegd om de mogelijkheden voor verdere ontwikkeling en groei van de markt voor collectieve warmtelevering te versterken.

Op de website van Radar zijn reacties te lezen van onder andere NUON en ACM.

(Bron: radar.nl, ANP)

Geef een reactie