Wat is vogeltrek?

Vogeltrek is een enorme verhuizing van vogels van hun broedgebieden naar hun overwinteringsgebieden en omgekeerd. Maar trek is ook verplaatsing over korte afstand. Zo pendelen kokmeeuwen dagelijks van hun slaapplaatsen op de meren naar de stad en weer terug. Eigenlijk vallen alle vormen van reizen onder het begrip trek. Ook planten trekken. De ene keer met behulp van vogels, de andere keer met behulp van water en wind. De reden is voor alle reizigers hetzelfde: overleven.

Waardoor wordt trek veroorzaakt?

Al eeuwenlang houden geleerden zich met die vraag bezig. Verder dan het feit dat vogels kwamen en gingen kwam ook een wijze man als Aristoteles niet. Tot laat in de middeleeuwen deden de vreemdste veronderstellingen de ronde. Vogels zouden naar de maan vliegen, in de modder kruipen om te overwinteren, vogels zouden veranderen in een vis of in een andere vogel. Mensen dachten bijvoorbeeld dat de koekoek veranderde in een sperwer.

We denken nu dat vogels na de laatste ijstijd in de zomers het terugtrekkende ijs volgden. Daar vonden ze licht en voedsel in overvloed. Zo zou de drang om te reizen erfelijk zijn doorgegeven met het doel kou en voedselschaarste te omzeilen tegen het invallen van de winter. Na de vorstperiode keren de vogels dan weer terug.

Oriëntatie en navigatie

Hoe het precies zit met de trek weten we nog niet. Duidelijk is in ieder geval wel dat vogels trekken, lang voordat het voedsel schaars wordt. Ze leggen dikke vetlagen aan. Hoe verder ze moeten vliegen des te groter is de vetvoorraad die ze aanleggen.

Er zijn bijzondere voorbeelden van oriëntatie en navigatie bekend van trekvogels. Een kleine karekiet, een vogel van nog geen tien gram, vloog enkele jaren achtereen naar Afrika om in het voorjaar steeds weer in hetzelfde Hollandse rietmoeras terug te keren en zijn lied te zingen. Van fitissen is hetzelfde bekend. Een boerenzwaluw vloog 16 jaar achtereen vanuit Engeland naar Zuid-Afrika en elke keer vond hij dezelfde balk van de boerenschuur terug om zijn nest op te bouwen. Hoe doen die vogels dat? Wat voor middelen gebruiken ze op hun duizenden kilometers lange vluchten? Gps?

Jonge spreeuwen gefopt

Het verschil tussen oriëntatie (weten waar je bent) en navigatie (de koers bepalen) wordt duidelijk aan de hand van de inmiddels wereldberoemde proef die de Nederlander Perdeck in 1958 met spreeuwen nam. Volwassen spreeuwen werden gevangen en per vliegtuig vanuit Nederland naar Zürich gebracht. Ook jonge pas uitgevlogen spreeuwen werden naar Bazel getransporteerd. Na het vrijlaten van de 15.000 vogels bleek dat de jonge vogels naar Spanje en Portugal vlogen en de oudere vogels, die al eens eerder op trek waren geweest, vertrokken naar het hun bekende overwinteringsgebied in Zuid-Engeland. De jongen vlogen in de erfelijk ingeprente richting en stuurden niet bij, ze vervolgden hun zuidwestelijke erfelijk bepaalde koers. De oudere vogels ‘wisten waar ze waren’ en vlogen in noordwestelijke richting naar de hun bekende plek in Zuid-Engeland.

Sterren en aardmagnetisme

Inmiddels weten we dat vogels gebruik maken van het gezicht, van reuk en van het aardmagnetische veld. Zowel bij navigatie als bij oriëntatie maken vogels gebruik van bakens. De stand van de sterren aan de nachtelijke hemel, vooral de Poolster, is voor nachtelijke trekkers van groot belang, evenals het geluid van de branding langs de kust. Voor alle trekkers is ook het weertype en de luchtdruk van belang. Sommige trekvogels zijn in dat opzicht ware weerprofeten, zoals de gierzwaluw en de boerenzwaluw.

Geef een reactie