Terschelling

Iedereen weet dat Nieuw-Zeeland bestaat uit 2 eilanden. Dat er nog een derde is weten minder mensen. Stewart eiland, als u op het Noorder eiland in Bluff op de boot – en een uur later in Rakiura aan wal stapt, nog een blik werpend op de Half Moonbaai, denkt u echt dat u aan het eind van de wereld bent.

Ver weg

Datzelfde dacht ik toen ik op een regenachtige morgen op Terschelling aankwam, de blik gericht op de Brandaris en de eerste huizen van de hoofdstad West-Terschelling. Denkend aan Stewart eiland schoot door mijn hoofd dat reizen een relatief begrip is, immers voor de één is een reis vanuit pakweg Sittard naar Terschelling net zo spannend en net zo ver als voor de ander naar Stewart eiland. Ik heb beide reizen gemaakt en kan naar waarheid zeggen dat ik op Terschelling net zo ver weg was van al het vertrouwde, het over bekende, het degelijk veilige, de haast, het gevoel geleefd te worden in plaats van je eigen tempo te bepalen, als op Stewart eiland. Misschien kwam de vergelijking tussen die 2 eilanden in me op omdat op een boot stappen, niets anders dan water zien en dan met je koffertje of rugzak richting land stappen je automatisch doet geloven heel ver weg te zijn.

Wat te denken van Baaiduinen?

Ik huurde een fiets en trapte, en met tegenwind was Terschelling direct aanzienlijk groter dan ik verwacht had, over een fraai fietspad richting het huisje dat ik voor een week gehuurd had. Ik reed door plaatsjes waarvan ik wist dat ik enkele namen zou onthouden, andere zou vergeten. Aangekomen in mijn huisje schreef ik ze direct op. Waarom eigenlijk? Omdat ik vanaf het moment dat ik van boord kwam een warm gevoel voor het eiland had. Maar zover ben ik nog niet, ik zit voor mijn raam met uitzicht op een beeIdschone boerderij en schrijf namen op: Skiep, Kinnum, Kaard, Lauderum en wat te denken van Baaiduinen? Ik ga naar buiten, het is droog geworden. Wat is belangrijker dan regen of droog tijdens de vakantie? Zon is de top, regen is de vijand. Koffie in Midsand, waarvan, lees ik, de kern dateert uit 1679. Ik zal niet beweren dat ik terug ben in 1679, wel dat de moderne tijd hier heel ver weg is. In het museum lees ik dat Karel van Aremburg in de 16e eeuw Heer van Terschelling was! Schaam me dood, wat weet ik van mijn eigen land? Waarom weet ik wel dat de maorinaam voor Stewart eiland Te Punga o Te Waka A Mauri is en heb ik nooit gehoord van Karel? Wederom, omdat reizen altijd verbonden was met ver weg. Terwijl dichtbij zoveel schoonheid biedt.

Brandaris

Neem die Brandaris. Ik keek er naar, het was het eerste wat ik zag, maar nu pas in dit liefdevolle museum lees ik dat het eerste bericht over een toren op Terschelling dateert uit 1559. In de Amsterdamse vroedschap wordt dan op 14 september de Ste Brandarius toorn opder Scellinck besproken. Die oer-Hollandse toren, gebouwd om stormen te trotseren, staat daar al bijna 400 jaar stoer en onverbiddelijk naar mij en duizenden bezoekers van zijn eiland te staren.

Boschplaat

De volgende dag fiets ik naar een restaurant aan zee dat een naam draagt die zo helemaal niet bij dit nuchtere eiland past: Elvis Hartbreak Hotel. Blijkt geen hotel, wel een restaurant en de man of vrouw die dit begonnen is had een overvloedige liefde voor Elvis. Tot op de wc blijft Elvis bij je. Wie nooit een fan was wordt dat hier. Krijgt ook nog een beeldschoon uitzicht. Terug fietsen door de Boschplaat, al 50 jaar erkend Europees natuurreservaat. Wie van natuur en eenzaamheid houdt, pak de boot.

Een naam waar u op Terschelling niet onderuit kunt is die van Hessel. Alhier net zo beroemd als Elvis in de wereld. Maar nergens heeft Elvis zo’n gevaarlijke concurrent gehad als Hessel. Hoewel hij moeiteloos het Geldredome vol zingt blijft hij Terschelling trouw. Ik weet dat want dat heeft hij me hoogstpersoonlijk verteld. In zijn eigen restaurant, waarin hij zijn eigen theater heeft en in de zomer elkeavond optreedt – bomvol verzekert het personeel me – en in de winter 2 keer per week. Eén van die avonden zit ik op de eerste rij en hoewel ik geen kenner ben van de muziek die hij speelt ben ik vanaf de eerste minuut, ik geef het toe, totaal in de macht van deze raszanger, muzikant en performer.

Mijn reis eindigt komisch.

Ik ben te vroeg bij de boot en stap een winkel binnen om een broodje te kopen. Ik vraag de mevrouw achter de toonbank of ze op Terschelling woont waarop ze antwoordt “Ja, maar ik ga elke week aan de wal, want ik doe een cursus om begrafenissen te leiden.” Ik moet daarom lachen. Ben je een week op een eiland om aan niets anders te denken dan vrijheid, ruimte, wind in de bomen, weids strand, de zee, leven… en dan ineens terug op aarde. Nog 3 kwartier met de snelboot en ik ben ook weer terug ‘aan de wal.’

Lees ook: Maxime op reis: Texel.

Geef een reactie