Melancholie

De titel zegt het al, dit wordt een melancholische bijdrage. Vandaag is het somber buiten, dat is waarschijnlijk de reden dat ik één van de reisboeken ter hand neem die ik zelf geschreven heb. Dat doe ik vrijwel nooit, is het boek eenmaal klaar en uitgegeven dan is het even feestelijk wanneer het eerste exemplaar wordt bezorgd, maar wanneer het eenmaal in de boekenkast is ‘bijgezet’ durf ik er nooit meer in te kijken.

Reis door Zuid-Amerika

Vandaag pakte ik ineens het boek dat ik over onze grote reis van bijna een jaar, in een zeer oude camper, maar met zeer jonge kinderen, door geheel Zuid-Amerika, heb geschreven. Het Mes van de Andes. Dat was 40 jaar geleden… En dan kan het niet anders of de melancholie kruipt naar binnen. Uit het boek vielen allerlei visitekaartjes. Dat noemde je toen zo, ik weet niet of die benaming nog steeds geldt. Vele, vele kaartjes want als je toen iemand een hand gaf kreeg je onmiddellijk zijn visitekaartje. Of dat nog zo toegaat weet ik niet, maar dat hindert me niet want er is veel dat ik niet weet. Ik pakte een kaartje en las de naam van Carlos Lohle. Onder zijn naam de straat waar hij woont en daar weer onder de naam van één van de mooiste en interessantste steden op aarde: Buenos Aires. En ineens ben ik terug, ik zit in de kamer van Carlos, hij heeft mij en mijn vrouw net een glas wijn ingeschonken en vraagt wat de kinderen willen drinken. Carlos is schrijver en hoewel hij niets dan bescheidenheid tentoonspreidt is toch snel duidelijk dat hij niet zomaar wat schrijft, maar een beroemdheid is in Argentinië. Beroemde schrijvers blijken vrienden en hij citeert moeiteloos uit hun geschriften. Maar met hetzelfde gemak praat hij met onze 12-jarige dochters en 5-jarig zoontje. Wanneer hij voorstelt samen wat te eten in de stad fluistert de laatste “gaat het dan weer over martelen”, want we zijn in de tijd van Videla en Carlos heeft kort daarvoor verteld dat hij in staat van grote en voortdurende angst verkeert, omdat zijn studerende zoon ’s nachts is opgehaald en hij al weken niets meer van en over hem gehoord heeft.

Verleden tijd

Ik leg het kaartje van Carlos terug in mijn boek en terwijl ik me bedenk dat Carlos overleden zal zijn kruipt de melancholie dieper naar binnen. Ik lees namen van mensen die toen ongetwijfeld belangrijk voor me zijn geweest, maar die geen enkele herinnering meer oproepen. Af en toe verbeeld ik me een gezicht te kunnen verbinden aan Savas Dandolo, Juan Carlos Perez, Ivan Melendrez Binder of Herminio S. Devito, maar wat ze voor onze reis betekend hebben, ongetwijfeld hebben ze hun hulp aangeboden, maar wat ik voelde op het moment dat ik hun kaartje in mijn handen gedrukt kreeg is verleden tijd en die kan ik nooit meer terughalen.

Maar dan glijdt een brief uit mijn boek.

Blij als een kind

Ik weet niet hoe dat andere schrijvers vergaat, maar ik denk er zelden aan dat er lezers zijn en dat één van die lezers de moeite zou nemen mij te schrijven. Krijg ik een brief dan ben ik blij als en kind, zelfs als iemand me laat weten dat ik maar beter voorgoed moet ophouden. Dat vind ik niet leuk, laat dat duidelijk zijn, maar ik waardeer de moeite die een onbekende genomen heeft zijn of haar misnoegen kenbaar te maken. De brief die nu voor me ligt is geschreven op 3 december 1999 en zorgt ervoor dat de melancholie het raam uit glipt. 1999, dat moet dus onze tweede reis, dit keer door een deel van Zuid Amerika, zijn geweest. Die zonder onze kinderen. De briefschrijver heeft met mijn boek binnen handbereik een deel van onze reis gevolgd en wil mij laten weten dat hij dat met genoegen heeft gedaan. Hij heeft zelfs gelogeerd bij mensen waar wij ook geweest zijn! Hij schrijft: “Na 8 dagen naar Cordoba, met een bus naar Los Cocos en aldaar de weg gevraagd naar Hotel Los Pinos. In eerste instantie leek het gesloten, maar achterom hoorden we geluid van mensen en honden. Adriana heette ons welkom. Ze vertelde dat ze Engelse les had en een beetje Duits sprak. Ze wist zich u beiden te herinneren, u schrijvend in de serre en uw vrouw fotograferend en ook nu brandde het potkacheltje. 3 dagen bleven we bij haar en bij het afscheid vroeg Adriana dat, mochten we op één of andere wijze met u in contact komen, de meest hartelijke groeten van haar aan u beiden zouden willen overbrengen. Om verder naar Salta te reizen wisten we uit uw beschrijving dat we niet over Cruz del Eje, maar via Cordoba moesten gaan.”

Bijna dodelijk ongeluk

Herinneringen, bedekt door een in al die jaren gevormde stoflaag, kruipen naar buiten. Adriana, die ons liefdevol eten en wijn komt brengen nadat we op de zandweg, die mijn vriendelijke briefschrijvers dus niet genomen hebben, bijna een dodelijk ongeluk hebben gehad. Door mijn schuld, want toen mijn vrouw, die achter het stuur zat, weigerde een vrachtwagentje te passeren ik zo stom was haar over te halen dat toch te doen, kwamen we in het rulle zand terecht en waren over de kop geslagen en hadden waarschijnlijk ook nog kennis gemaakt met een ons tegemoet komende bus en dat hadden we wis en waarachtig nooit overleefd als… We hebben het overleefd en Adriana is daar zo mogelijk nog blijer over dan wijzelf. Vandaag, bijna 20 jaar later, beleef ik het hele voorval opnieuw en vraag me weer af hoe het mogelijk is dat we in die totale verlatenheid in de Andes, niet alleen levend uit onze gehuurde auto zijn gestapt maar, hoe weet ik niet, bij Adriana terecht zijn gekomen.

Herinneringen die reizen opleveren

Soms vraag ik me wel eens af wat belangrijker is, het reizen zelf of de herinneringen die dat reizen oplevert. Veel mensen denken uitsluitend aan de duur van de reis. Maar een reis begint ver voor de dag van vertrek en eindigt niet op de dag van aankomst in de eigen vertrouwde omgeving. Moge dat een troost zijn voor lezers die mijn melancholie over het voorgoed voorbije herkennen…

Geef een reactie