Amerikaanse toestanden

De aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen moet voor trouwe volgers van ´House of Cards´, de populaire serie op de betaalzender Netflix, uiterst verwarrend zijn. Voortdurend lijken de realiteit van Hillary Clinton en Donald Trump diefje met verlos te spelen met de fictie van het gespeelde presidentsechtpaar Frank en Claire Underwood. De ene meedogenloze intrige volgt de andere in razend tempo op, er worden valkuilen voor de opponent gegraven, er wordt met modder gesmeten. En zelfs voor een moord deinst men – gelukkig alleen in de tv-serie –  niet terug. En dat alles in een nietsontziende strijd om de macht, de hoogste zetel in het meest invloedrijke land ter wereld. Het is te bizar voor woorden.

Ongekend hard

De verharding in het politieke debat is in historisch perspectief ongekend. De confrontaties tussen Clinton en Trump gaan zelden over de inhoud; er wordt op de man/vrouw gespeeld en voortdurend wordt getracht de ander vliegen af te vangen. Vaak zoeken de politieke opponenten hun toevlucht tot grofheden. Met name Trump bezondigt zich hieraan, vooral nadat zijn ‘kleedkameruitspraken’ over vrouwen – héél toevallig vlak voor het tweede tv-debat – naar buiten kwamen. Sindsdien is de strijd nog verder verhard en maakt Trump als de welbekende kat in het nauw vreemde sprongen; wat heet, hij slaat wild om zich heen. Het merkwaardige is dat hij ondanks alle fatsoensnormen aan zijn laars lapt, toch bepaalde groepen mensen weet te bereiken. Mensen, die het geloof in de politiek hadden verloren en zich nu aan deze ‘would be’ leider vastklampen.

Hoge amusemenstwaarde

De tv-kijkers vinden het geweldig; ze smullen ervan. De amusementswaarde is hoog evenals de kijkcijfers, maar de politiek is er niet mee gediend. Integendeel; de geloofwaardigheid van de politiek wordt door deze botsingen in diskrediet gebracht. Zelden worden de problemen getackeld waar de Verenigde Staten daadwerkelijk mee kampen: de werkloosheid, de gezondheidszorg, de economie en de veiligheid. Nee, het gaat om keiharde oneliners die goed in het gehoor liggen, om het zonder blikken of blozen uiten van beschuldigingen – soms bewuste leugens – om de tegenstander onderuit te halen, om het ‘framen’ van kwesties die – als je ze maar vaak genoeg herhaalt – door de kiezers ook nog voor waar worden genomen.

Politiek is marketing geworden

Weldenkend Nederland kijkt hoofdschuddend naar die drie televisiedebatten die een essentieel onderdeel vormden van de campagnes van de twee presidentskandidaten. Telkens wanneer je je afvraagt of het nóg gekker kan worden, moet je constateren dat de grenzen nog niet bereikt zijn. Maar ja, dat is aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, met zulke Amerikaanse toestanden zullen we in ons brave ‘Den Haag’ toch nooit geconfronteerd worden, denkt menigeen. Weet dan dat marketingdeskundigen van de Nederlandse politieke partijen de verkiezingscampagnes in de States nauwkeurig bestuderen. En dat doen ze al jaren en de lessen die daar worden geleerd, worden vervolgens hier toegepast. Politiek is marketing geworden en politici worden door hun doorgewinterde campagneteams als product ‘in de markt gezet’. De politiek in ons land gaat dan ook steeds meer Amerikaanse trekken vertonen.

Gelikte presentatie

Niets wordt meer aan het toeval overgelaten, imago gaat voor inhoud. Neem bijvoorbeeld de presentatie van Lodewijk Asscher als kandidaat-lijsttrekker van de PvdA: een opkomst met muziek in een strak geregistreerde Amerikaans aandoende ‘town hall meeting’ op een school in Amsterdam en een speech omringd door aanhangers omdat dat zo goed overkomt op camera. Social media – ik waarschuw u maar alvast – gaan in de campagnes voor de komende Tweede Kamerverkiezingen net als in de VS een ongekend grote rol spelen. Overigens heb ik ergens gelezen dat een grote landelijke partij in Nederland een verkiezingsbudget heeft van 1 tot 2 miljoen. In Amerika is dat 1 tot 2 miljard! Per inwoner is er vijftig keer zoveel budget beschikbaar…

De camera’s zijn genadeloos

Terug naar de tv-debatten. Berucht geworden is dat in 1960 tussen vide-president Richard Nixon en de toen nog tamelijk onbekende John F. Kennedy. Nixon was grieperig, gebruikte geen make-up, zweette zichtbaar, terwijl de jeugdige Kennedy fris en fruitig oogde. De tv-kijkers wezen Kennedy als winnaar aan, terwijl radioluisteraars Nixon beter vonden. Die debatten worden trouwens uitentreuren doorgeoefend in rollenspellen, waarbij de kandidaat tot het uiterste uitgedaagd wordt.  De televisiecamera’s leggen alle zwakheden van de kandidaten genadeloos bloot. Hoe de opponenten overkomen bij het publiek, weegt zwaarder dan wat zij zeggen. Denk aan het gesnuif van Trump en diens als een roofdier om Clinton heen cirkelen tijdens het tweede debat. Een tv-debat kan een ‘gamechanger’ zijn, zeker in een jaar met twee in feite impopulaire kandidaten en nog nooit zoveel zwevende kiezers.

Het klasje van Hoogendijk

De afgelopen jaren zie je ook in Nederland een verharding van het politieke debat optreden. In geen enkel opzicht doen de tv-debatten denken aan de eerste versies ervan, zoals het ‘klasje’ van Ferry Hoogendijk in 1966 met de fractievoorzitters van de vijf grootste partijen (onder wie een stoïcijns pijprokende Roolvink van de ARP) in schoolbankjes naast elkaar. De omgangsvormen tussen de heren politici waren uiterst vriendelijk en de gemiddelde tv-kijker kreeg de indruk dat die grote partijen eigenlijk ‘een pot nat’ waren, waarvan nieuwkomer Koekoek met zijn Boerenpartij kon profiteren.

Wilders vs. Rutte

Tegenwoordig trekt vooral de heer Wilders erg van leer in het debat, maar ook uitlatingen als ‘Pleur op’ van notabene de minister-president doen het inhoudelijke debat geen goed. Als je dat soort termen nodig hebt om je standpunt te ondersteunen, ondergraaf je je eigen positie. Op 13 maart, twee dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen vindt er een live tv-debat plaats tussen VVD-leider Mark Rutte en PVV-voorman Geert Wilders. Dat belooft een boeiende tweestrijd te worden bij ‘EenVandaag’ op NPO 1 met een groot kijkerspubliek. Ik wil er overigens voor pleiten dat de goede gewoonte in ons land om de partijprogramma’s te laten doorrekenen door het Centraal Plan Bureau in brede zin wordt doorgetrokken, zodat we gevrijwaard blijven van loze kreten, beloftes en beschuldigingen. Ik hoop dat de twee kemphanen straks de verleiding kunnen weerstaan om zich te verlagen tot het elkaar beschimpen. Van mij mag het debat best hard zijn, zolang het maar over de inhoud gaat. Gelukkig begeven onze politici zich nog niet op het diepe niveau van de Amerikanen.

Geef een reactie

Reactie

  1. Hanneman says:

    Nederland is geen samenleving. Nederland is een businessmodel. De kiezer is nooit aan zet. Het zijn de voorzitters van raden van bestuur, de captains of industry en hun vazallen -dus dienaars van hún belangen- en een clubje puissant rijken die aan zet zijn. Verkiezingen zijn, zo is mij in m’n leven gebleken, al te vaak flauwekulfestijnen waarvan de uitkomsten eigenlijk altijd in het voordeel van de voornoemde rijken en bestuurders in hun dienst uitvallen. Het gewone volk speelt een kleine rol in de beeldvorming maar de werkelijke substantiele zaken zijn al beklonken. Dus de indruk wordt gewekt dat als maar voldoende kiezers op de SP stemmen dat dán het Nationaal Zorgfonds er ook werkelijk zal komen. Maar u en ik weten toch wel beter? Voor mij persoonlijk staat het al als een paal boven water dat de vijfhonderd euro eigen risico grens spoedig zal worden overschreden. Dat wélk referendum ook in de toekomst een wassen neus zal blijken, alle praat over democratie ten spijt. Wanneer Europese wetgeving in een referendum wordt afgekeurd is het zéér aannemelijk dat langs onzichtbare kanalen die wij als bevolking niet kennen het leeuwendeel van zo’n wet tóch zal worden geimplementeerd. Dat daarbij de belangen van bevolking leidend zouden zijn is een illusie. Mooie voorbeelden zijn dan “de onderste steen zal boven” en het moet voor ouderen met een sterfwens toch mogelijk zijn om bij wet die laatste stap te kunnen doen. Al die praatjes zijn aardig maar ze kosten niet zo heel veel en staan in gen enkele verhouding tot de binnengehengelde belastingvoordelen voor bedrijven en zeer rijke particulieren. En de kermis komt er weer aan. Die, waarbij het lijkt af te hangen van de olijke schittering in de ogen van Pechtold, de braafheid van Buma, de brutaliteit van Wilders of de debatartiest Rutte. Samsom of zijn sociaal-democratische collega Asscher tellen al niet eens meer écht mee. De Partij van de Arbeid is eigenlijk al stilletjes overleden en de nabestaanden moeten nog op de hoogte worden gesteld. Ik neem aan dat dat in Maart zal gebeuren. Tja, de verkiezingen in de verenigde staten. Het zal in veel opzichten lijken op de televisieserie die hierboven is genoemd, géén idee, nog nóóit gezien. Maar dat het er in de verenigde staten anders of buitenissiger aan toe zou gaan als hier in Nederland waag ik te betwijfelen. Er is hier in verkiezingstijd wel dégelijk iemand vermoord. En wat voor iedereen zichtbare brutaliteit is bij meneer Wilders zou maatgevend zijn? Hoe brutaal moet je zijn om zonder knipperende ogen de éne na de andere leugen te debiteren en glashard te stellen dat het om behoud van democratische waarden gaat? Shit. Wat verschrikkelijk toch eigenlijk dat het verbale talent in dit leven is bedeeld aan types als Rutte en wat fijn voor de VVD en aanleunpartijen. Maar wat kloten voor de meesten onder ons. Voorstrakjes; Durf het bijna niet meer te vragen maar….. U gelieve strakjes, in Maart, heel goed na te denken over op wie? Alstublieft?