Ambtelijke molens malen traag

Het is bijna een jaar geleden dat de vorige griepepidemie heerste. Die duurde 18 weken en leidde tot 9500 sterfgevallen, meest ouderen. In Tijd voor MAX van 4 april 2018 vroeg ik met de directeur van de ouderenbond KBO-PCOB, Manon Vanderkaa, aandacht voor deze ‘wintersterfte’. Die term was met opzet zo gekozen, naar analogie met de rundersterfte in de Oostvaarderplassen. Wij verbaasden ons erover dat de massale sterfte onder ouderen veel minder aandacht in de media kreeg.

Inmiddels maakt ook de politiek zich steeds meer zorgen over vaccinaties in het algemeen. Op maandag 21 januari 2019 houdt de Tweede kamer een hoorzitting over vaccineren en ik mag daar wat zeggen over de griepprik. Snel gaat het allemaal niet, maar voor het eerst sinds jaren wordt er actie ondernomen om de vaccinatiegraad te verhogen.

5 voor 12

De deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor kinderen is gedaald tot bijna onder de 90%. Nu wordt het kritiek, want bij verdere daling kunnen de kinderziektes waartegen wordt ingeënt weer terugkomen. Ik heb dat soort ziektes zelf meegemaakt: mijn zusjes hadden tegelijkertijd maanden achter elkaar kinkhoest en dat familieverhaal is mij altijd bijgebleven. Polio leidde vaak tot zichtbare invaliditeit. Hersenvliesontsteking kwam veel vaker voor dan nu. Ook van mazelen kon je doodziek zijn. Allemaal ziektes die grotendeels uitgeroeid zijn door vaccinatie. En die kunnen nu weer optreden als vaccinatie wordt veronachtzaamd.

Bij het RVP is het 5 voor 12. Gelukkig heeft de overheid zich nu gerealiseerd dat er vol moet worden ingezet om de dalende trend tegen te gaan. Er wordt geïnvesteerd in betere voorlichting en aandacht voor twijfelende ouders. Anderzijds is de aanval tegen de anti-vaxxers ingezet door het actief tegengaan van onjuiste informatie.

Kwart over 12

Voor de dalende vaccinatiegraad tegen griep (influenza) is het kwart over 12! Ongeveer een derde van de bevolking behoort tot de risicogroep voor influenza. Sinds eind vorige eeuw is de vaccinatiegraad in die doelgroep gezakt van 77 procent naar 50 procent. Dat heeft grote invloed op het beloop van een epidemie en zelfs op de levensverwachting. In de media leidde dat tot de bijna opgewekte constatering dat daardoor de AOW-leeftijd minder snel zal stijgen!

Een belangrijke oorzaak van die daling in de vaccinatiegraad is dat het programma de afgelopen 10 jaar niet is vernieuwd. Nederland loopt achter bij de ons omringende landen wat betreft het invoeren van nieuwe, verbeterde griepvaccins. Daarover moet de Gezondheidsraad eerst advies geven en dat gaat veel te traag. Na een spoedprocedure van het RIVM wordt vanaf 2019 het vernieuwde, viervoudige griepvaccin gegeven, maar er zijn inmiddels ook sterkere griepvaccins met hulpstoffen of met een hogere dosering voor ouderen, en een kindervaccin met levend verzwakt virus, dat je in de neus kunt sprayen. Een universeel griepvaccin, dat niet meer jaarlijks hoeft te worden toegediend, zal helaas nog jaren op zich laten wachten.

Tenslotte loopt de Gezondheidsraad ook al jaren achter in de advisering over aanvullende risicogroepen voor de griepvaccinatie. Zo adviseerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) al in 2012 om alle zwangeren een griepprik te geven, om de zwangerschap te beschermen maar ook de pasgeborenen die nog geen griepprik kunnen krijgen. Nederland is het enige land in Europa dat deze aanbeveling nog niet heeft overgenomen. Dat geldt ook voor vaccineren van alle kinderen tegen griep: dat wordt op aanraden van die WHO al in ongeveer de helft van Europa gedaan. Dat beschermt die kinderen maar blijkt ook nog eens bij ouderen minder griep te geven.

Mijn adviezen aan de Tweede Kamer

De vaccinatiegraad onder de (huidige) risicogroepen moet omhoog, door betere voorlichting, inzet van social media, tegengaan van onderschatting van de effecten van griep, en het wegnemen van angst en wantrouwen tegen het vaccin en vaccinatie. Dat laatste heeft ook zijn weerslag op het vertrouwen in het RVP voor kinderen.

Er moet meer voortvarendheid in de adviezen van de Gezondheidsraad komen, over de aanvullende risicogroepen en over betere vaccins voor specifieke groepen. De vaccinatiegraad onder zorgverleners moet omhoog naar 100 procent, aangezien goed voorbeeld goed doet volgen. Je wilt als dokter of verpleegkundige je patiënten natuurlijk niet besmetten met je eigen griep. Bovendien moet de zorg juist doordraaien tijdens een griepepidemie en niet zoals vorig jaar vrijwel platliggen door zieke medewerkers. Rapporteren van de vaccinatiegraad per zorginstelling is een eerste stap, zodat je als patiënt weet of je in dat ziekenhuis risico loopt; verplichten van de griepprik voor zorgverleners is de laatste stap en de staatssecretaris gaat dat laten onderzoeken.

Tenslotte dient de vaccinatiecampagne zich uit te strekken van november tot het hoogtepunt van de epidemie. Immers, daarna start nog de helft van alle griepgevallen, voor wie een griepprik dus nog op tijd kan zijn. Onderzocht moet worden of meer toedieningskanalen nodig zijn, zoals de apotheek, scholen en GGD, ook voor mensen buiten de klassieke risicogroepen (onderwijs, politie, overheid).

Griep en longontsteking

Een aanzienlijk deel van de oversterfte door griep heeft te maken met longontsteking door bacteriën als pneumokokken, die binnendringen in het door influenzavirus aangetaste luchtwegslijmvlies. Daartegen bestaat al tientallen jaren een vaccin, dat vrijwel overal ter wereld wordt gegeven aan ouderen en andere risicogroepen. Na bijna 20 jaar nadenken heeft de Gezondheidsraad geadviseerd om alle ouderen tegen longontsteking te gaan inenten. De staatssecretaris heeft besloten dat die pneumokokkenprik voor ouderen van 60 jaar en ouder beschikbaar zal zijn. De uitvoering zal over 5 jaren gespreid worden en de prik moet elke 5 jaar herhaald worden.

Mijn advies aan de Tweede kamer is om de toediening van de griepprik en de pneumokokkenprik te combineren. Dan hoeft u maar één keer naar de huisarts. Die maatregel en alle andere genoemde innovaties zullen leiden tot een verhoging van de vaccinatiegraad en een betere bescherming van ouderen. Dat moet toch te regelen zijn vóór de volgende winter! Maar ja, die ambtelijke molens…

Geef een reactie

Reactie

  1. oosterwijck says:

    Communicatie in de zorg. …

    Gisteren kreeg ik voor het eerst in mijn leven hartklachten. Daarom even naar de huisarts gebeld. Een half uur lang in de wacht gezet, totdat ik het zat was en in de auto naar de huisarts ben gegaan. Daar zij de telefoniste/assistente geirriteerd dat ik eerst had moet bellen en niet zomaar moet komen. Na uitleg van mijn ervaring was ze weer rustig en zei dat veel mensen klagen over de bereikbaarheid en dat ‘men’ bezig met een nieuw systeem. Ik weet al wat er mis is: niet genoeg mankracht in de praktijk. Daarna een onderzoekje door de huisarts, die een ambulance wilde bestellen. Ik moet met spoed naar de ‘Hart Eerstehulp’ in het ziekenhuis. Dat vond ik niet nodig en ben zelf met de auto gegaan. Bij de balie werd ik foutief naar de cardioloog verwezen. Daar aangekomen was men verbaasd omdat de genoemde dokter daar niet werkzaam was, maar op de hart eerste hulp werkzaam was. Toen ik had uitgelegd, dat ik daar moest zijn werd ik verwezen naar de betreffende afdeling. Na ook daar een misverstand werd ik op een bed gelegd en aan de monitor gelegd en bloed afgenomen. Twee sensors gingen steeds los van de huid omdat mijn borsthaar in de weg zat. op de monitor las ik een foutmelding. Als de verpleger binnenkwam, melde ik dat. Het antwoord was steevast: “O, .. Dat geeft niet”. Dat was rond 12.00 uur in de middag. Het hartfilmpje vertoonde een afwijking, waardoor ik nog een ander onderzoek moest ondergaan. Daarna moest ik ook nog een foto laten maken en een fietstest maken. Ik moest even wachten. Dat wachten duurde van 12.00 uur tot 18.00 uur. Ik hoorde vanaf mijn bed, dat op de gang inmiddels 3 brancards stonden te wachten op een bed, dat er niet was. Af en toe kwam er iemand in mijn kamer, kijken of alles goed was. Elke keer sprak ik mijn verbazing uit, dat ik zolang moest wachten op het verloop van het onderzoek. Rond 17.30 uur dertig kwam men zeggen dat ik naar huis mocht, omdat bij de wisseling van de dienst vergeten was om mij op te halen en nu waren er andere mensen voorgagaan. En men had mijn bed nodig voor een nieuwe oproep. Ik had daar de hele middag voor ‘ Jan Lul’ liggen wachten op iets dat niet ging gebeuren. Toen ben ik naar huis gereden nadat ik eerst €10 in de parkeermeter heb verloren. Ik begrijp nu, nog beter, waarom de zorgkosten zo hoog zijn.