Rogier de Haan: ‘Spoofing groeit, de wet blijft achter’
Publicatiedatum: 2 juli 2026
Spoofing, waarbij oplichters zich voordoen als bankmedewerker, neemt toe en leidt vaak tot grote financiële schade. Toch pakt het voor slachtoffers niet altijd hetzelfde uit: de één krijgt het geld terug, de ander blijft met lege handen achter. Dat verschil zit in de wet, die niet goed aansluit op deze moderne vorm van fraude.
Spoofing: zelfde opzet, niet minder geraffineerd
Spoofing, oftewel bankhelpdeskfraude, is altijd hetzelfde van opzet. Een argeloos slachtoffer wordt gebeld door iemand die zich voordoet als bankmedewerker. Die zogenaamde bankmedewerker heeft vastgesteld dat de bankrekening van het slachtoffer is gehackt. Dieven zijn bezig al het (spaar)geld weg te sluizen. Maar gelukkig gaat de ‘bankmedewerker’ helpen om al het geld van het slachtoffer in veiligheid te brengen, door het tijdelijk over te boeken naar een veilige rekening. In werkelijkheid is de ‘bankmedewerker’ een oplichter. De ‘veilige’ rekening is niet veilig. Deze fraude is zo geraffineerd en wordt zo geloofwaardig gebracht, dat zelfs politieagenten en collega’s van MAX erin tuinen. Niet zelden gaan ze voor meer dan een ton het schip in.
Verschillende uitkomsten
Het is duidelijk dat er maar één dader is: de oplichter. Toch hebben ook banken hierin een grote verantwoordelijkheid. Zij weten als geen ander van het bestaan van deze oplichting, en horen hun klanten daar zo goed mogelijk tegen te beschermen. Het komt dan ook vaak voor dat als de oplichter slaagt in zijn missie en het geld heeft afgepakt, de bank deze schade aan de klant moet vergoeden.
2 recente uitspraken van het hoogste college van het Kifid (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening) zorgen nu voor een totaal verschillende afhandeling van vrijwel identieke spoofingzaken. In de ene zaak gaf het slachtoffer zijn bankcodes door aan de ‘bankmedewerker’. Met die codes werd € 50.000 weggesluisd. Het Kifid oordeelde dat de bank de schade aan de klant moet vergoeden. In de andere zaak maakte het slachtoffer zelf € 59.000 over naar de door de ‘bankmedewerker’ opgegeven tijdelijke ‘veilige’ rekening. Het Kifid oordeelde dat de bank niets hoeft te vergoeden.
De wet schiet tekort
Hoe kan het dat het ene slachtoffer alles vergoed krijgt, en de ander niets? Het antwoord is simpel. Als iemand anders geld van jouw rekening haalt, ben je beschermd door de wet. De bank moet al je geld terugbetalen. Dat is alleen anders als je ‘grof nalatig’ bent geweest. En dat is niet het geval, zegt het Kifid nu, als je dacht dat je te maken had met een bankmedewerker. Zelfs niet als je hem al je betaalcodes gaf. Een baanbrekende uitspraak. Maak je zelf je geld over naar een andere rekening, dan heb je deze bescherming niet. De wet heeft simpelweg geen rekening gehouden met deze oplichtingstruc.
Meer bescherming noodzakelijk
Het Kifid toetst deze zaken aan het Nederlandse recht. En kan niet anders dan in deze bijna identieke zaken totaal anders te oordelen. Spoofing is een groot maatschappelijk probleem. Alle slachtoffers verdienen hiertegen bescherming van de wet. Het Kifid geeft een belangrijk signaal: het is aan de wetgever om meer bescherming te bieden tegen oplichters. Daar sluiten wij ons bij aan. En voor nu is de les: boek nóóit geld over in opdracht van iemand die je niet kent.
Heeft u vragen aan MAX Ombudsman? Als MAX-lid kunt u met vragen, problemen of klachten gratis terecht op het telefonisch spreekuur van MAX Ombudsman. Het spreekuur is elke werkdag bereikbaar van 10.00 tot 12.00 uur (lokaal tarief) op nummer 035 – 677 55 11.
Rogier de Haan heeft in 2013 samen met Jeanine Janssen MAX Ombudsman opgericht. MAX Ombudsman maakt veel voorkomende klachten en georganiseerd onrecht zichtbaar. Hierover gaan de columns van Rogier de Haan. Lees hier al zijn columns.
(Foto: Shutterstock)



