Hoe zit het? Waarom vliegen vogels soms in een V-formatie?
Publicatiedatum: 20 januari 2026
Ogenschijnlijk simpele vragen zijn vaak het moeilijkst om te beantwoorden. In de rubriek Hoe zit het? proberen wij elke week het antwoord te vinden op zulke vraagstukken. Deze keer: waarom vliegen vogels soms in een V-formatie?
Minder energie verbruiken
Lange afstanden afleggen kost vogels veel kracht. Vooral voor trekvogels, die soms duizenden kilometers non-stop vliegen, is efficiënt omgaan met energie van levensbelang. Precies daar komt de V-formatie van pas. Wanneer een vogel vliegt, slaat hij met zijn vleugels lucht naar beneden en naar achteren. Daardoor ontstaat aan de uiteinden van zijn vleugels een opwaartse luchtstroom. De vogel die schuin achter hem vliegt, kan deze luchtstroom benutten en hoeft hierdoor zelf minder hard te werken.
Niet alle vogels doen het
Vogels die in een V-formatie vliegen, zijn vooral grotere soorten met lange, brede vleugels, zoals ganzen, zwanen en kraanvogels. Deze trekken vaak over grote afstanden en profiteren daarbij van de energiebesparing die deze manier van vliegen oplevert. Door hun forse lichaamsbouw en grote vleugelspanwijdte veroorzaken ze krachtige luchtstromen, waar de vogels die erachter vliegen slim gebruik van maken.
Kleinere vogels, zoals spreeuwen en zwaluwen, kiezen juist voor een andere aanpak. Zij vliegen meestal in grote, compacte zwermen die voortdurend van vorm veranderen en sierlijke patronen in de lucht vormen. Dit zwermgedrag helpt hen vooral om roofdieren te verwarren en razendsnel te reageren op dreiging.

Vogels werken samen en wisselen elkaar af
De vogel helemaal vooraan in de V heeft het het zwaarst, omdat hij geen voordeel heeft van de luchtstromen van anderen. Daarom wisselen ze elkaar regelmatig af als leider. Zo verdelen ze de inspanning eerlijk over de groep. Dit laat zien dat vogels goed met elkaar samenwerken.
Ook kunnen de vogels elkaar goed zien en horen wanneer ze in deze samenstelling vliegen. Het helpt bij het volgen van de juiste route tijdens de trek. Ook kunnen ze elkaar waarschuwen voor gevaar of aangeven wanneer het tijd is om van positie te wisselen. Het geluid dat ze maken is dus niet zomaar een geluid, maar een manier van communiceren.
Veiligheid in de groep
Vliegen in een groep vergroot niet alleen de efficiëntie, maar vooral ook de veiligheid. Voor roofdieren is het lastig om 1 vogel uit de groep te isoleren. Doordat ze dicht bij elkaar en in formatie vliegen, is het moeilijk om een individueel dier te onderscheiden en apart aan te vallen. Een vogel die alleen vliegt, vormt daardoor een veel makkelijker doelwit dan één die onderdeel is van een groep. Daarnaast profiteren ze van meerdere paar ogen. Doordat ze tegelijk hun omgeving in de gaten houden, wordt gevaar sneller opgemerkt. Zodra 1 vogel een roofdier ziet, kan de hele groep direct reageren door van richting of hoogte te veranderen.
(Bron: eoswetenschap.eu, vogelbescherming.nl, Quest. Foto: Shutterstock)



