mus

Het gaat (nog steeds) niet goed met de mus: zo helpt u ze

Hoewel de huismus tijdens tuinvogeltellingen vaak de meest geziene vogel is, neemt de populatie toch sterk af. Sinds 1990 is het aantal huismussen gehalveerd en daarom op de Rode Lijst van de vogelbescherming gezet. Waarom neemt de populatie huismussen zo snel af? En hoe kunnen we ze helpen?

Nestgelegenheid

Dat de huismus nu veel minder vaak in ons land rondvliegt dan 30 jaar geleden, heeft onder andere te maken met de manier waarop er tegenwoordig gebouwd wordt. De huismus bouwt het liefst zijn nest onder dakpannen of in holten van gebouwen. Maar door de vele nieuwe gebouwen, die zonder dakpannen en holten worden gebouwd, ontstaat er een gebrek aan nestgelegenheid. Het creëren van nestelplekken is dan ook een manier om ze te helpen. Door bijvoorbeeld klimplanten als blauwe regen, hop of de wilde wingerd tegen muren aan te laten groeien, wordt het voor de mussen aantrekkelijker hun nest hier te bouwen. Doorgaans voelen zij zich op dit soort plekken veilig genoeg om hun jongen te verzorgen.
Het is voor de mussen ook belangrijk dat ze hun nest kunnen bouwen in een omgeving met groenblijvende, hoge, gesloten bomen en planten. De jongen vliegen, bij het verlaten van het nest, het eerst naar deze plekken. Ook de ouders gebruiken de beschutte plekken als uitkijk of schuilplaats voor ze het nest in gaan.

Insecten aantrekken

De jonge huismussen eten voornamelijk insecten en larven. Deze vinden hun ouders in stilstaand water, dood hout of mest. Naast de huismus zelf, is ook het aantal insecten in ons land behoorlijk afgenomen, waardoor het voor de mussen ook lastiger kan zijn om genoeg eten te vinden.
U kunt zowel de mussen een handje helpen bij hun zoektocht. Dit doet u bijvoorbeeld door een bak of emmer water op een beschutte plek neer te zetten, helpt u de huismus hun jongen te voeden. Vindt u zo’n bak water in de tuin of op balkon niet zo’n gezellig gezicht? U kunt er dan voor kiezen om er waterplanten aan toe te voegen.

Ook kunt u, indien u hier plek voor heeft, planten op balkon of in de tuin zetten die insecten aantrekken.

inheemse
Lees ook: Tuinieren met inheemse planten

Luizen laten zitten

Naast de insecten en larven die op stilstaand water afkomen, zijn ook luizen een favoriet hapje van de jonge huismus. Veel mensen behandelen hun planten tegen dit soort beestjes, waardoor de mussen soms goed moeten zoeken. Als u de mus wilt helpen kunt u ervoor kiezen om bijvoorbeeld 1 plant in de tuin of op het balkon niet te behandelen.

Zaden en planten

Wanneer de jongen goed zijn gevoed en zijn uitgevlogen, gaan ze niet meer op zoek naar insecten, maar naar zaden. De zaden zoeken ze in een onkruidrijke omgeving, inheemse planten en op voederplekken. Om de mus tegemoet te komen, kunt u een voedertafel maken of inheemse planten toevoegen aan uw tuin. Mussen zijn gek op strooizaad, zonnebloempitten, zoutloze etensresten en kruimeltjes bruin brood.

vogels in tuin
Lees ook: Geen vogels in de tuin? Dat kan hierdoor komen

Vogelbadje

Naast de voedertafel kunt u een vogelbadje maken. Dit kan heel simpel door er een schotel of kom met water neer te zetten. De mussen zullen het water niet alleen gebruiken om in te badderen, maar ook om uit te drinken. Ze komen het liefst af op schoon drinkwater, dus het water regelmatig verversen zal de vogels goed doen. U kunt het de volgens helemaal naar hun zin maken door er een stofbak naast te zetten. In een ondiepe bak met volièrezand kunnen de mussen hun veren drogen en zich ontdoen van parasieten.

(Bron: trouw, Vogelbescherming, Libelle)

Geef een reactie

Reactie

    Sjaantje109 says:

    Wat mij zo opvalt, is dat het op de ene plek stikt van de mussen, en op de andere plek zie je er geen een.
    Bij ons zijn er ontzettend veel mussen, ik voer ze ook op het balkon, en ze eten hun buikje rond. Bij mijn ouders, die ook ontzettend
    vrij wonen, is er geen mus te bekennen. Daar worden ook vogels gevoerd, maar je ziet er geen enkele mus.