Suriname onafhankelijk

Suriname 45 jaar onafhankelijk van Nederland

Op 25 november 1975 wordt Suriname onafhankelijk van Nederland. Die onafhankelijkheid is geen onverdeeld succes geworden: veel Surinamers verlaten het land, omdat ze zelf geen heil zien in die onafhankelijkheid. Suriname krijgt na de onafhankelijkheid te maken met grote economische problemen, staatsgrepen en een president die is veroordeeld wegens drugshandel.

In september 1664 dreigen Engelse schepen de Nederlandse kolonie Nieuw-Amsterdam aan te vallen. Er zijn dan al veel Engelsen in dat gebied in Noord-Amerika en Engeland ziet in Nieuw-Amsterdam een geweldige aanvulling op hun wereldrijk. De bevolking heeft geen zin in oorlog en plundering en biedt een petitie aan aan directeur-generaal van Nieuw-Nederland, Peter Stuyvesant, om niet slaags te raken met de Engelsen. Uiteindelijk gaat Stuyvesant overstag en zo valt Nieuw-Amsterdam in handen van de Engelsen zonder dat 1 schot is gelost. Het gebied is een cadeau van de Engelse koning Karel II aan de hertog van York, zijn broer. De nieuwe naam van de kolonie luidt New York.

Tijdens de vredesonderhandelingen tussen Nederland en Engeland in 1667 erkent Nederland het verlies van de kolonie. Het mag als tegensprestatie een fort houden dat is veroverd op de Engelsen in Suriname. De ruil wordt bevestigd tijdens de Vrede van Westminster en zo komt Suriname in Nederlandse handen.

De Nederlanders stichten er handelssteunpunten bij Indiaanse gemeenschappen van wie zij afhankelijk zijn. De Nederlanders handelen met de Indiaanse bevolking en ruilen bijlen, messen en andere gereedschappen tegen hout, katoen, verfstoffen en koffie. De Nederlanders leggen in Suriname plantages aan. Na 1680 worden grote groepen Afrikaanse slaven naar Suriname gebracht. De belangrijkste handel wordt gedreven in tabak, katoen en slaven. Op de plantages verbouwen slaven goederen als tabak en katoen en worden hangmatten en cassave geproduceerd.

Afschaffing slavernij en nieuwe staatkundige verhoudingen

Surinaamse onafhankelijkheidstrijders en internationale druk zorgen voor de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863. Suriname is van 1667 tot 1922, met enige onderbreking, een Nederlandse kolonie. Suriname is aanvankelijk in particulier bezit en komt na de Napoleontische Tijd in handen van de staat. In 1866 worden de Koloniale Staten ingevoerd als volksvertegenwoordiging van Suriname. Deze Koloniale Staten worden in 1937 omgezet in de Staten van Suriname. In 1922 worden de landsdelen Nederland, Nederlands-Indië, Curaçao en Suriname gelijkwaardige onderdelen van het Koninkrijk der Nederlanden. Geleidelijk wordt een grotere mate van zelfstandigheid ingevoerd. In de oorlog kondigt koningin Wilhelmina nieuwe staatkundige verhoudingen aan na de oorlog.

Tijdens de Ronde Tafelconferentie van begin 1948 wordt een nieuwe rechtsorde grondwettelijk vastgelegd. Zo wordt het algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen ingevoerd, krijgt het College van Bestuur nu de naam van Landsregering en de vertegenwoordiger van Suriname in Den Haag mag deelnemen aan het ministerieel overleg.

In 1952 wordt een nieuwe Ronde Tafelconferentie gehouden, waarin de gelijkwaardige positie van Suriname en de Nederlandse Antillen definitief wordt geregeld in een officieel Statuut. De partijen onderhandelen over het recht op afscheiding. In 1954 wordt het nieuwe Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden ondertekend en is Suriname een land binnen het Koninkrijksverband. Suriname krijgt een grote mate van zelfbestuur en alle Surinamers krijgen de Nederlandse nationaliteit.

Eind 1973 komt in Suriname de regering-Arron aan de macht. Begin 1974 kondigt deze regering aan onafhankelijk van Nederland te zijn voor 1 januari 1976. Op basis van een krappe parlementaire meerderheid besluit Suriname onafhankelijk te worden van Nederland. Vooral Creolen zijn voor de onafhankelijkheid. Oppositieleider Lachmon van de Vooruitstrevende Hindoestaanse Partij is ook voor onafhankelijkheid, maar dan op langere termijn. Hij is bang voor spanningen tussen de verschillende etnische groepen in Suriname. Er heerst angst onder Hindoestanen om door Creolen te worden overheerst. In mei 1975 stichten jonge Hindoestanen brand in de binnenstad van Paramaribo, uit verzet tegen de onafhankelijkheid. Lachmon en zijn partij staken hun verzet tegen de onafhankelijkheid in oktober 1975, nadat Arron en Lachmon overeenstemming hebben bereikt over de Grondwet die door het parlement wordt aangenomen.

Den Uyl en Arron

Premier Arron en ambtgenoot Den Uyl.

Onderhandelingen en onafhankelijkheid

In Nederland is sinds 1973 de progressieve regering van Joop den Uyl aan de macht. Een aantal partijen die deel uitmaken van die regering, PvdA, D66 en PPR, hebben zich al in 1972 uitgesproken voor onafhankelijkheid en zijn derhalve zeer enthousiast over het Surinaamse streven naar onafhankelijkheid. In die tijd is er internationaal veel kritiek, vooral vanuit progressieve kringen, op landen die in het bezit zijn van koloniën. Voor de regering speelt ook de migratie van vele Surinamers naar Nederland een rol. Met de onafhankelijkheid van Suriname denkt Nederland een halt te roepen aan deze migratie. Als gevolg van de onafhankelijkheid neemt die migratie alleen maar toe. Meer dan 350.000 Surinamers zijn in Nederland komen wonen.

In 1972 heeft het kabinet-Biesheuvel al een Koninkrijkscommissie ingesteld die met voorstellen komt over de nieuwe verhoudingen tussen Nederland met Suriname en de Antillen. Er wordt gedacht over verder verzelfstandigen van de Antillen en Suriname binnen het Koninkrijk. Na de verklaring van de regering-Arron in 1974 verandert de positie van de commissie en wordt een tijdschema afgesproken voor de onafhankelijkheid van Suriname.

Nederland en Suriname starten de onderhandelingen. Die gaan over defensie, luchtvaart, ontwikkelingssamenwerking en de nationaliteit van de ingezetenen. De schulden van Suriname worden kwijtgescholden en in de komende 10 tot 15 jaar zal een bedrag van ongeveer 3 miljard gulden aan ontwikkelingshulp beschikbaar zijn naast de eerder toegezegde gelden. Surinamers in Nederland behouden de Nederlandse nationaliteit, tenzij ze voor de Surinaamse nationaliteit kiezen. Surinamers krijgen het recht om zich tot en met 5 jaar na de onafhankelijkheid in Nederland te vestigen. Tevens helpt Nederland bij de opbouw van een Surinaams leger.

Jan Pronk is als minister van Ontwikkelingssamenwerking in 1975 nauw betrokken bij de onafhankelijkheid van Suriname. Hij stelt in zijn boek Suriname: Van wingewest tot natiestaat dat vanwege het verstrekken van grote sommen geld, Suriname ‘hulpverslaafd’ wordt. Per hoofd van de bevolking heeft geen ander land zoveel hulp ontvangen als Suriname. Pronk in zijn boek over de onderhandelingen voor de onafhankelijkheid: “We hebben van onze Surinaamse partners een lesje onderhandelen gekregen. Hoog inzetten, tot op het laatste moment doorgaan, standpunten lang vasthouden, op eenmaal ingenomen posities terugkomen, bereikte overeenstemming openbreken, daarover opnieuw onderhandelen en toezeggingen incasseren zonder daar iets wezenlijks tegenover te stellen. (…) Zij hadden het initiatief genomen, wij hadden gevolgd. Zij hadden het doel gesteld, wij hadden daarmee ingestemd. Zij hadden de datum vastgesteld, wij hadden die geaccepteerd. Zij hadden zich voor de komende jaren van royale steun verzekerd, wij vonden dat die vanzelf sprak.”

Op 24 november 1975 wordt ’s avonds voor het laatst de Nederlandse vlag gestreken. Op 25 november 1975 is Suriname onafhankelijk van Nederland. In aanwezigheid van prinses Beatrix, Prins Claus en premier Den Uyl viert Suriname zijn 1e dag als onafhankelijk land. Johan Ferrier, voormalig premier en gouverneur van Suriname, wordt de eerste president. Koningin Juliana ondertekent in Den Haag het souvereiniteitsverdrag.

Staatsgrepen, Decembermoorden en binnenlandse oorlog

De regering Arron weet tussen 1975 en 1980 geen duurzame ontwikkeling voor Suriname te bewerkstelligen. Op veel gebieden als onderwijs, medische zorg en infrastructuur gaat het bergafwaarts en op economisch gebied gaat het helemaal mis. Dit is een reden voor nog meer Surinamers om naar Nederland te komen. Op 25 februari 1980 plegen Desi Bouterse en andere onderofficieren een staatsgreep. Aanvankelijk wordt er niet onverdeeld negatief gereageerd op de staatsgreep en het militaire bewind. De militairen geven Suriname zelfvertrouwen en ze halen de bezem door het weinig krachtige overheidsapparaat. Deze houding verandert drastisch als op 8 december 1982 15 critici van het regime Bouterse in Fort Zeelandia worden geëxecuteerd.

Suriname wordt in verband gebracht met drugs als één van de coupplegers, Etienne Boerenveen, in de Verenigde Staten wordt veroordeeld wegens drugshandel. Tijdens de rechtszitting valt de naam van Desi Bouterse, die met de drugshandel te maken zou hebben. Bouterse wordt in 1999 door een Haagse rechtbank veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf als leider van het drugskartel dat het ‘Surikartel’ wordt genoemd. In 2011 komt naar buiten dat Nederland serieus heeft overwogen om in 1986 mariniers naar Suriname te sturen, om een eind te maken aan het regime Bouterse.

In 1986 breekt een binnenlandse oorlog uit tussen het Junglecommando van Ronnie Brunswijk en Desi Bouterse. Brunswijk is populair onder de bevolking, door zich te profileren als een soort Robin Hood. Brunswijk is een voormalig lijfwacht van Bouterse. De oorlog gaat over de macht in Oost-Suriname en de controle over de cocaïnehandel. Meer dan 200 burgers vinden tijdens de binnenlandse oorlog de dood. Zo worden in het dorp Moiwana in 1986 50 burgers doodgeschoten door soldaten van het Surinaamse leger. In 1992 ondertekenen de strijdende partijen de vrede.

Desi Bouterse

Desi Bouterse

In 1987 komt een burgerregering aan de macht onder leiding van Ramsewak Shankar, met op de achtergrond een sterke militaire aanwezigheid. Er heerst veel corruptie in Suriname. Nederland hervat de ontwikkelingshulp, maar staakt hiermee als met kerst 1990 een nieuwe staatgreep plaatsvindt. In 1991 volgen verkiezingen en wordt Ronald Venetiaan president. In 1996 wordt hij opgevolgd door Jules Wijdenbosch, een vertrouweling van Bouterse. Economisch gaat het zeer slecht met Suriname. In 2000 wordt Venetiaan wederom president. Zijn opvolger in 2010 is Desi Bouterse. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen zegt dat Bouterse alleen in Nederland welkom is om zijn straf uit te zitten.

In 2012 neemt het parlement een amnestiewet aan, waardoor de verantwoordelijken voor de Decembermoorden niet meer kunnen worden vervolgd. Nederland roept zijn ambassadeur terug en stopt met hulp aan Suriname. In 2015 haalt de partij van Bouterse, de NDP, de absolute meerderheid in het parlement, waardoor zijn partij zonder coalitiepartner kan regeren. In datzelfde jaar besluit het Surinaamse Hof van Justitie Bouterse toch te vervolgen wegens de Decembermoorden. Bouterse weet in mei 2016 te verhinderen dat hij opnieuw wordt aangeklaagd, door een beroep te doen op een artikel in de Grondwet dat de president het recht geeft een procedure te stoppen in verband met de staatsveiligheid. In 2020 wordt Desi Bouterse in Paramaribo toch veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar wegens zijn betrokkenheid bij de Decembermoorden. Hij gaat in hoger beroep. Bij de verkiezingen in mei 2020 verliest de NDP van Bouterse en komt een coalitieregering aan de macht. President wordt Chan Santokhi en vicepresident wordt Ronnie Brunswijk. Premier Rutte belt de kersverse president van Suriname, feliciteert hem, wil de banden aanhalen tussen beide landen en kijkt uit naar een goede samenwerking. Santokhi pleit voor een volwassen handelsrelatie tussen Suriname en Nederland en wil een zogenaamd diasporafonds instellen, waardoor Surinamers in Nederland kunnen investeren in Suriname.

Kritiek

Van Surinaamse zijde is er kritiek op hoe Nederland rond en na de onafhankelijkheid met Suriname is omgegaan. Zo zou Nederland de onafhankelijkheid er hebben doorgedrukt en zou Suriname in 1975 nog niet klaar zijn geweest voor onafhankelijkheid. Nederland zou met geld de zaak hebben afgekocht en zich niet meer hebben bekommerd om de jonge onafhankelijke voormalige kolonie. Hierdoor vinden sommige Surinamers dat Nederland mede verantwoordelijk is voor wat zich na de onafhankelijkheid in Suriname heeft afgespeeld. En dan heeft geen enkele Surinamer zich in een volksraadpleging mogen uitspreken over de onafhankelijkheid en is die onafhankelijkheid tot stand gekomen op basis van een krappe meerderheid in het parlement.

Maar ook van Nederlandse zijde is er kritiek. “Suriname is een Failed State, een mislukte staat. En dat heeft ernstig te maken met de etnische opdeling”, zegt minister Blok in 2018 in Den Haag tijdens een bijeenkomst met Nederlanders die werkzaam zijn bij internationale organisaties. De uitspraak lokt veel kritiek uit. Maar waar of niet, het is na de onafhankelijkheid met Suriname op veel vlakken bergafwaarts gegaan. Nederland heeft begin jaren 70 aangedrongen op onafhankelijkheid, mede om aan de grote stroom Surinaamse migranten een eind te maken. Het tegenovergestelde is gebeurd, want rond en na de onafhankelijkheid zijn nog meer Surinamers naar Nederland gekomen, hetgeen een grote aanslag is geweest op de sociale voorzieningen in Nederland. Suriname is na de onafhankelijkheid deels afhankelijk geworden van ontwikkelingshulp en geld dat wordt opgestuurd door Surinamers die in Nederland wonen. In tegenstelling tot de voormalige kolonie Indonesië is Nederland nog steeds belangrijk voor Suriname. Jan Pronk stelt zelfs dat Nederland nog steeds medeverantwoordelijkheid draagt voor de toekomst van het land en haar bevolking.

(Bron: Historischnieuwsblad.nl, Dna.sr, Dbsuriname.com, Waterkant.net, LMpublishers.nl, HPdetijd.nl, Landenweb.nl, Parool.nl, Telegraaf.nl, Trouw.nl, CBS.nl, Parlement.com, Jan Pronk-Suriname: Van Wingewest tot natiestaat, Wikipedia)

Geef een reactie