Rembrandt, de grootste Nederlandse schilder en wonder van zijn tijd

Op 4 oktober 1669 overlijdt de grootste Nederlandse schilder ooit, Rembrandt van Rijn. Hij weet als geen andere kunstenaar menselijke emoties op het doek te vertolken. De creatieve en vernieuwende Rembrandt is de meester van het spel tussen licht en donker. Tijdens zijn leven in de Gouden Eeuw wordt Rembrandt “het wonder van onze tijd” genoemd.

Rembrandt Harmenszoon van Rijn wordt op 15 juli 1606 in Leiden geboren als zoon van de molenaar Harmen Gerritszoon van Rijn en Neeltgen Willemsdochter van Zuytbrouck. Rembrandt is het vierde kind van de 6 kinderen die hun jeugd overleven. In totaal krijgt het echtpaar Van Rijn 10 kinderen. De familie Van Rijn heeft het niet slecht. Rembrandt gaat na de lagere school naar de Latijnse school, waar hij onderwijs krijgt in de Bijbel en over de Klassieke Oudheid. Thema’s die later vorm krijgen in het werk van de kunstenaar. Of hij de Latijnse school heeft afgemaakt, is niet duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat Rembrandt kunstenaar wil worden.

Van 1620 tot ongeveer 1625 krijgt hij schilderles, eerst van de Leidse schilder Jacob van Swanenburgh, bij wie hij ongeveer 3 jaar blijft. Van Swanenburgh leert hem de eerste kneepjes van het vak. Hij is een specialist is in het schilderen van gebouwen en scenes van de hel en de onderwereld. Daarvoor is de beheersing van het schilderen van vuur en de reflectie ervan op objecten en mensen noodzakelijk, een veeleisende vaardigheid. Wellicht wordt hier de kiem gelegd voor Rembrandts fascinatie voor het spel tussen licht en donker.

Zijn tweede leraar is Pieter Lastman uit Amsterdam, bij wie Rembrandt 6 maanden blijft. Lastman schildert voornamelijk historische taferelen, zoals Bijbelse en mythologische verhalen. In de 17e eeuw staat het schilderen van historische taferelen in hoog aanzien, omdat die een volledige beheersing vereisen van alle onderwerpen, van landschappen en dieren tot kleding en gezichten. Lastman introduceert Rembrandt met de stijlmiddelen van de barok en waarschijnlijk met de Italiaanse schilder Caravaggio, die veel gebruik maakt van het dramatische licht-donkereffect, het clair-obscur. Caravaggio schildert naturalistischer dan schilders uit de barok, waar idealisering de boventoon voert. Bij Caravaggio krijgen heiligen rimpels, dragen ze gescheurde kleren en hebben ze zwarte nagelriemen. Uit die periode stamt Rembrandts vroegste werk, De steniging van de Heilige Stefanus. Rembrandt zou ook les hebben gehad van een andere Amsterdamse schilder, Jacob Pynas.

De steniging van de Heilige Stefanus

Rembrandt verhuist naar Amsterdam

Rembrandt keert in 1625 terug naar Leiden en opent met zijn vriend de schilder Jan Lievens een atelier. In 1628 neemt hij zijn eerste leerling aan, Gerard Dou. Rembrandt verhuist in 1631 van Leiden naar het bruisende Amsterdam. Hij gaat een zakenrelatie aan met Hendrick van Uylenburgh, een Amsterdamse kunsthandelaar, die in zijn atelier onder andere portretten en kopieën van schilderijen laat maken. Van 1631 tot 1635 produceert Rembrandt een groot aantal portretten en een aantal groepsportretten zoals De Anatomische les van dr. Nicolaes Tulp. Op het schilderij is te zien hoe de chirurgijn dr. Tulp het lichaam ontleedt van de op die ochtend, 31 januari 1632, geëxecuteerde Aris Kindt, een dief.

Rembrandt

De Anatomische les van dr. Nicolaes Tulp in het vernieuwde Mauritshuis.

Rembrandt wordt zeer succesvol als portretschilder. Hij produceert veel levendigere portretten dan andere schilders in Amsterdam. Hij schildert simpele, maar zeer dynamische contouren, waardoor de kijker niet wordt afgeleid en Rembrandt het oog leidt naar het gezicht en de pose van de geportretteerde. Tevens is Rembrandt buitengewoon goed in het schilderen van menselijke huid. In zijn tijd bij Van Uylenburgh schildert Rembrandt ook schilderijen met historische en Bijbelse onderwerpen. De rol van het geloof in het leven van Rembrandt is nog steeds voer voor speculatie. In 1634 trouwt Rembrandt met de volle nicht van Van Uylenburgh, Saskia van Uylenburgh.

Rembrandt

Rembrandts portret van Saskia van Uylenburgh.

In 1635 verhuist het paar naar de Nieuwe Doelenstraat en in 1637 naar de Binnen-Amstel. In 1639 verhuizen Rembrandt en Saskia naar de Jodenbreestraat, het huis dat nu het Rembrandthuis wordt genoemd. Hij werkt en leeft daar ongeveer 20 jaar.

Een lichtprojectie op het Rembrandthuis.

In de Afneming van het Kruis (1632/1633) is de invloed van een tijdgenoot van Rembrandt te zien, de grote Vlaamse schilder Peter Paul Rubens. Rembrandt heeft het schilderij van Rubens met hetzelfde thema ongetwijfeld gebruikt voor zijn versie. In tegenstelling tot het dramatische tafereel van Rubens, is de uitvoering van Rembrandt serener, waardoor de kijker zich meer inleeft in het lijden van Christus. Het schilderij maakt deel uit van een serie van passieschilderijen die Rembrandt vervaardigt voor stadhouder Frederik Hendrik.

In de periode na 1635 groeit Rembrandts reputatie als schilder. Hij schildert zelfportretten, waarbij hij zijn buitengewoon schilderstalent toont. Ook als etser timmert hij aan de weg. In deze zelfportretten kleedt hij zich regelmatig als een illustere voorganger, zoals de schilder Albrecht Dürer, voor wie hij grote waardering heeft. Een andere grote schilder die een grote inspiratie voor Rembrandt is in die tijd, is Leonardo da Vinci, getuige Het Huwelijk van Simson uit 1638. Ook Het Laatste Avondmaal van Da Vinci vormt een grote inspiratiebron voor Rembrandt.

Rembrandt

Zelfportret.

De Nachtwacht

Tussen 1640 en 1642 schildert Rembrandt zijn bekendste schilderij: ‘De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren’, het schilderij dat later beroemd is geworden onder de naam De Nachtwacht. Het werk is besteld door het Amsterdamse Schuttersgilde voor de feestzaal van de Kloveniersdoelen. Vergeleken met andere schutterswerken is De Nachtwacht gedurfder en levendiger: de schutterij poseert niet statisch, maar wordt geschilderd tijdens het groeperen. Het werk, waarin realisme en symboliek zijn gecombineerd in een geheel van licht, beweging en kleur, is rijk en complex. De schutters lijken vanuit een donkere poort in het licht te treden. Het meisje links van de kapitein staat in het volle licht: zij symboliseert de kloveniers, de schutters. De Nachtwacht is één van de beroemdste schilderijen ter wereld. Er zijn in de loop der tijd heel wat stukken van De Nachtwacht afgehaald, waardoor de figuren van de kapitein en zijn luitenant naar het midden van het doek zijn verplaatst, hetgeen ten koste is gegaan van de dynamiek en de samenhang. Ook is De Nachtwacht een aantal keren door geestelijk gestoorde mensen vernield en daarna weer gerestaureerd.

Rembrandt

De Nachtwacht.

Saskia en Rembrandt krijgen 3 kinderen, die allen kort na hun geboorte overlijden. In 1641 krijgen ze een zoon, Titus, vernoemd naar de zuster van Saskia, Titia. Saskia sterft in 1642. Rembrandt neemt Geertje Dirkx in dienst, die tevens zijn minnares wordt. Hij trouwt niet met haar en de 2 krijgen ruzie, waardoor Geertje Rembrandt voor de Huwelijkskrakeelkamer daagt. Rembrandt weet haar op te sluiten in een spinhuis in Gouda. Hendrickje Stoffels is de volgende geliefde van Rembrandt. Zij krijgt van de Gereformeerde kerk een officiële berisping, omdat zij “in hoererij” met de kunstenaar leeft. Ze krijgen in 1654 een dochter, Cornelia.

Rembrandt

Hendrickje Stoffels.

Deze tegenslagen gaan Rembrandt niet in de koude kleren zitten: het heeft consequenties voor zijn werk. Hij levert minder schilderijen af. De afname van productie van Rembrandt in de periode 1643-1652 kan ook te maken hebben met het bewustzijn van de schilder, dat hij alle mogelijkheden heeft uitgemolken van de beeldtaal die hij in de vorige 2 decennia heeft ontwikkelt. Het kan zijn dat Rembrandt in die tijd zoekende is. In het schilderij De Heilige Familie met Engelen introduceert hij 3 lichtbronnen en maakt hij gebruik van licht dat reflecteert van het ene voorwerp op het andere. Rembrandt lijkt de weg uit zijn artistieke crisis te vinden in een stijl geënt op de Italiaanse schilder Titiaan, een stijl die alleen effectief is als het schilderij wordt bekeken van een afstand.

Faillissement en laatste jaren

Het latere werk van Rembrandt wordt gekenschetst door meer groffe en vrije penseelstreken. De penseelstreken zijn levendiger, de afgebeelde figuren bewegingsloos. Waar in zijn vroege werk plaatselijke lichteffecten overheersen, lijkt het licht in zijn latere werk in de ruimte rond de figuren te hangen. Een voorbeeld hiervan is Aristoteles bij de buste van Homerus uit 1653.

Rembrandt

Aristoteles bij de buste van Homerus.

Rembrandt leeft ruim boven zijn stand. Hij struint veilingen af op zoek naar kunst, bijzondere kledingstukken die hij in zijn schilderijen gebruikt en exotische voorwerpen zoals tulbanden. In 1658 kan hij de leningen voor zijn huis niet meer betalen, wordt hij failliet verklaard en moet hij zijn huis verlaten. De inventarislijst vormt een belangrijke bron over het leven van Rembrandt: tegenover een armzalige huisraad staat een enorme collectie aan kunstvoorwerpen. Rembrandt verhuist naar een woning aan de (tegenwoordige) Rozengracht. Om aan zijn schuldeisers te ontkomen, laat Rembrandt een contract opstellen waarin staat dat hij gratis inwoont bij Hendrickje en Titus. Ook al is hij dan niet meer zo rijk als voorheen, dat betekent niet dat hij is veroordeeld tot een marginaal bestaan in de samenleving. Zijn internationale faam is nog steeds groot, getuige het bezoek van prins Cosimo de’ Medici, de latere groothertog van Toscane, in 1667 aan Rembrandt. In zijn reisjournaal noemt hij Rembrandt “de beroemde schilder”. De’ Medici koopt werk van Rembrandt. De Duitse kunstliefhebber Gabriel Bucelinus maakt in die tijd een lijst met ‘namen van illustere Europese schilders’. Op deze lijst prijken 166 namen van Europese schilders, onder wie die van Rembrandt. Het enige verschil met die andere 165 namen op de lijst is dat achter de naam van Rembrandt de woorden ‘nostrae aetatis miraculum’ staan: het wonder van onze tijd.

Het is dan ook opmerkelijk dat het genie Rembrandt nooit is geselecteerd als eerste kandidaat voor een prestigieuze opdracht. In de 17e eeuw geeft prins Frederik Hendrik van Oranje de opdracht voor de bouw van Huis ten Bosch, de huidige residentie van onze koning en zijn gezin. Voor de Oranjezaal worden de grootste Nederlandse schilders uitgenodigd werken te maken in de stijl van Rubens. Aan de grote Rembrandt wordt geen opdracht gegeven om een bijdrage te leveren. Datzelfde geldt voor de bouw van het stadhuis van Amsterdam, het huidige Paleis op de Dam. Rembrandts voormalige leerling Govert Flinck krijgt de grootste opdracht om schilderijen te maken. Wanneer Flinck overlijdt, wordt Rembrandt gevraagd als invaller. Hij schildert De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civillus. Het werk wordt of geweigerd of door Rembrandt teruggenomen. Zowel de Oranjezaal als het Paleis op de Dam zijn gebouwd in de classicistische stijl en Rembrandt past daar niet bij en is wellicht niet bereid zich te conformeren. Dat laatste past bij de koppige Rembrandt, die door zijn opdrachtgevers en leerlingen wordt omschreven als een grillig man die niet kneedbaar is voor de wensen van zijn opdrachtgevers en neerkijkt op anderen. Het kan ook zo zijn dat de geniale Rembrandt opgaat in zijn werk en geen tijd heeft voor sociale beleefdheden.

Rembrandt.

Samenzwering van de Bataven.

Rembrandt krijgt in zijn laatste jaren nog wel opdrachten en schildert onder andere De Staalmeesters in 1662 en Het Joodse Bruidje in 1667. Hendrickje overlijdt in 1663, Titus in 1668. Vlak voor zijn dood krijgt Rembrandt de opdracht een serie etsen te maken voor de Amsterdamse kunstliefhebber Dirck van Cattenburgh. Hij zal de opdracht niet afmaken. Rembrandt overlijdt op 4 oktober 1669 in Amsterdam en wordt begraven in de Westerkerk. Hij is 63 jaar geworden.

Het Joodse Bruidje in het Rijksmuseum.

Nalatenschap

In de 17e eeuw zijn in Amsterdam zo’n 175 schilders die talloze schilderijen produceren. Rembrandt ontwikkelt zich tot de belangrijkste van allemaal. Hij is veelzijdig: hij maakt schilderijen, tekeningen, etsen, schildert portretten, landschappen en historische afbeeldingen. Rembrandt beheerst niet alleen meerdere genres, hij munt er ook nog in uit. Hij is goed in het vertellen van verhalen, of het nu om een huiselijk tafereel gaat of om gewelddadige handelingen. Hij weet zich goed in te leven in het innerlijk van zijn personages en zet emoties om in de karakters van zijn figuren. Zijn composities zitten slim in elkaar. Op sommige van zijn schilderijen staan veel mensen afgebeeld, maar het levert nooit een rommelig geheel op. Zo staan op De Nachtwacht meer dan 30 figuren en heeft ieder figuur zijn eigen plaats die logisch past in die omgeving. Een groepsportret wordt op die manier levendig. Rembrandt is een illusionist. Andere schilders uit zijn tijd schilderen zo dat het er van dichtbij mooi uitziet. Van ver af ziet het er een stuk minder levendig uit in tegenstelling tot het werk van Rembrandt. Ook is Rembrandt de meester van de suggestie: hij durft iets vaag of onafgewerkt te laten en verwacht van de kijker dat hij van een afstand het geheel zelf invult. Met zijn vlugge penseelstreken loopt hij voor op de impressionisten die pas meer dan een eeuw later ‘vaag en onafgemaakt’ durven te schilderen.

Maar Rembrandt is naast geniale alleskunner de meester van het spel tussen licht en donker, het clair-obscur. Het grote contrast tussen licht en donker creëert een dramatische sfeer en neemt de kijker mee door de voorstelling op het doek. Door het licht te laten vallen op een voorwerp of een gezicht, zegt Rembrandt eigenlijk: “hier moet je kijken”. Hij begeleidt je daarmee door het schilderij en is daarbij goudeerlijk. Dat maakt dat zijn opdrachtgevers niet altijd blij zijn met het resultaat. Hij schildert ze rimpelig, uitgezakt of met een door syfilis vervormde neus, hij schildert zijn opdrachtgevers zoals hij ze ziet en aantreft. Dat maakt dat op de schilderijen afbeeldingen staan van echte mensen, zoals ze er echt uitzien in de 17e eeuw, of ze nou een vlekkerig gezicht hebben of verkouden zijn, het brengt die mens dichtbij. Hij is niet alleen vernieuwend maar ook provocerend en zet de kunstwereld in de Gouden Eeuw op zijn kop.

Circa 350 schilderijen worden aan Rembrandt toegeschreven, waarvan er 41 zich in Nederlandse collecties bevinden. De andere schilderijen zijn verdeeld over 18 landen. Ook heeft hij zo’n 2.000 tekeningen en 290 etsen gemaakt. Beroemde leerlingen van Rembrandt zijn Gerard Dou, Ferdinand Bol en Govert Flinck.

Nu 350 jaar na zijn dood is Rembrandt groter dan ooit. Tentoonstellingen van zijn werk zijn steevast uitverkocht. Schilderijen van de meester komen zelden op de markt en als ze al te koop zijn, worden ze voor schrikbarende bedragen geveild. Het is wereldnieuws als kenners ervan overtuigd zijn een werk toe te kunnen schrijven aan Rembrandt of als een ‘nieuwe’ Rembrandt plotseling opduikt.

Er zijn maar weinig mensen van wie de voornaam voldoende is om te weten over wie we het hebben. Rembrandt is één van die weinigen.

Rembrandts 350ste sterfdag wordt met verschillende tentoonstellingen herdacht zoals in het Rijksmuseum, het Mauritshuis en Museum De Lakenhal in Leiden.

Lees ook: zo klinkt de stem van Rembrandt en bijzondere verftechniek Rembrandt ontrafeld.

(Bron: Ernst van de Wetering-Encyclopedia Britannica, Volkskrant.nl, Rijksmuseum.nl, Mauritshuis.nl, Wikipedia.)

Geef een reactie

Reactie

  1. oosterwijck says:

    Overdrijven we niet een beetje met z’n allen? … Een schilder is toch gewoon een vakman, zoals een ieder ander die zijn vak uitoefent.