Tips voor veiliger rijden met de camper

Een recente Duitse botstest laat zien dat een camper bij een botsing mogelijk weinig bescherming biedt voor de inzittenden. Ook de mensen in het andere voertuig kunnen zwaar letsel oplopen. Hoe kunt u de kans op een ernstig verkeersongeval met de camper verkleinen? Wij vragen het aan Hugo van Binsbergen, adviseur campertechniek bij de Nederlandse Kampeerauto Club (NKC).

In de kreukels

De camper is al jaren erg in trek, maar sinds de coronacrisis worden er nog veel meer exemplaren verkocht. Het is immers een soort vakantiehuis op wielen, vaak inclusief eigen sanitair. Een ideaal voertuig om virusvrij vakantie in te vieren, maar er is ook een keerzijde. Lang niet alle campers zijn immers even veilig, wijst een nieuwe botsproef van de ADAC, de Duitse evenknie van de ANWB, uit. Zij laten een buscamper en een personenauto op elkaar botsen met 56 kilometer per uur. Het resultaat zijn 2 compleet gekreukelde voertuigen met dito inzittenden. Uiteraard gebruikt ADAC testdummy’s, maar als dit echte personen geweest zouden zijn, dan hadden zij het volgens ADAC waarschijnlijk niet overleefd. Dergelijke ongelukken gebeuren op de weg gelukkig niet zo vaak.

Afstand houden

Hoewel dit soort ongevallen in de praktijk weinig voorkomen, is het toch goed om er alles aan te doen om dat ook zo te houden. Genoeg afstand houden kan volgens Hugo van Binsbergen er al voor zorgen dat de klap een stuk minder hard is. “We houden in Nederland vrijwel allemaal te weinig afstand”, zegt hij. “Wie in een camper rijdt, moet dit juist wel doen, want je remweg is langer omdat het voertuig zwaarder is”, gaat hij verder.

Matig de snelheid

Naast afstand houden is ook rustig rijden erg belangrijk. “Rijd kalm aan met een camper. Kies liever voor een iets lagere snelheid en een defensievere rijstijl. Als er dan toch een ongeluk gebeurt, zal de klap merkbaar minder hard zijn dan als je per se wat harder wil rijden.”

Ken de camper

Ook is het verstandig om de eigen camper goed te kennen voordat u op pad gaat. Wat wij hiermee bedoelen? Weet bijvoorbeeld hoe lang, breed en hoog uw camper is. “De kans is groot dat er al iemand tegen je opzit als je je bij het naderen van een spoorbruggetje met 2,60 als maximale hoogte op de noodrem trapt omdat je je dan pas afvraagt of je daar wel onderdoor past.”

Daarnaast is het ook goed om de eigen rijvaardigheid onder de loep te nemen. Weet u bijvoorbeeld hoe u over gladde stukken moeten rijden met uw camper? Of hoe u het best kunt keren en bochten nemen? En hoe het voelt als u een noodstop maakt? De NKC organiseert jaarlijks verschillende rijvaarheidheidstrainingen om camperaars hiermee te laten oefenen.

Controleer de belading

Het controleren van het gewicht en de manier waarop wordt ingepakt is ook essentieel bij het voorkomen van heftige ongelukken. “Hoe zwaarder het voertuig, hoe zwaarder de klap”, zegt Van Binsbergen. “We weten al langer dat veel campers te zwaar zijn. Dat ligt deels aan de fabrikanten, die de campers gewoonweg veel te zwaar maken, maar ook aan wat wij zelf meenemen. Kijk daarom voor de aardigheid eens wat er in uw camper ligt. Het is bijvoorbeeld niet nodig om heel veel water of levensmiddelen mee te nemen. Dat kunt u doorgaans ter plekke krijgen. Ook aardewerk of glas kunt u beter thuislaten en vervangen door kunststof. Bovendien is glas en aardewerk levensgevaarlijk als u een ongeluk krijgt, omdat de scherven u dan letterlijk om de oren zullen vliegen. Gaat u jaarlijks met de camper op stap? Dan geeft de NKC-adviseur als tip om aan het einde van het seizoen de camper eens helemaal uit te pakken, zodat u weet wat er allemaal in ligt en kunt kijken of u al die spullen écht nodig heeft onderweg.

Ook de manier van opbergen kan invloed hebben op de zwaarte van een ongeluk. Sowieso is het handig om niets los in de camper te laten liggen als u aan het rijden bent. “Berg alles op in de kastjes of laatjes”, adviseert Van Binsbergen. Voor zwaardere spullen geldt dat zij het best laag en tussen de wielen opgeborgen kunnen worden. “Als je bijvoorbeeld alles in de garage (het laadvak achterin, red.) van de camper opbergt ontstaat daar een zwaartepunt en dat kan de camper instabiel maken. Zeker als u dan een bocht door gaat en de boel begint te schuiven.” Dat schuiven kunt u proberen tegen te gaan door zware spullen vast te zetten met spanbanden.

Laat de banden controleren

Verder is ook de conditie van de banden erg belangrijk. “Met campers wordt doorgaans niet zoveel gereden, dus de banden zullen niet zo snel slijten”, aldus Van Binsbergen. “Maar ouder worden ze wel. Vroeger was de vuistregel om na 6 jaar de banden te vervangen, maar inmiddels kunnen banden vaak wel tot 10 jaar mee. Dit geldt alleen als iemand de banden jaarlijks laat controleren door een bandenspecialist.”

Goede banden kunnen ook effect hebben op de zwaarte van een eventueel ongeluk. “Als je wel op tijd remt maar je banden kunnen dat niet aan of ze zijn te oud, dan helpt dat natuurlijk niet”, benadrukt de adviseur.

Rol van de fabrikant

Afstand houden, niet te hard rijden, de camper niet te zwaar beladen en de status van de banden in de gaten houden: camperaars kunnen zelf van alles doen om de kans op een ernstig ongeluk te reduceren. Toch is degene die in erin rijdt niet de enige die hier een hand in heeft. Ook de camperfabrikanten kunnen hun steentje bijdragen. “Auto’s ondergaan standaard een crashtest, maar bij campers is dat niet gebruikelijk”, legt Hugo van Binsbergen uit. Het is dus voor camperaars soms onmogelijk om te achterhalen hoe veilig hun camper is totdat zij echt in de problemen komen. “Verder heeft de bijrijder vaak geen airbag. Ook dat is bij personenauto’s standaard, maar bij campers niet.”

Losse bankjes

Daarnaast blijkt uit de botstest van ADAC dat zowel de keukenkastjes als de bank van passagiers kunnen loslaten. De gordels van de passagiers blijven echter wél vastzitten en schuiven door de beweging van de bank omhoog. Dat dit letsel kan veroorzaken, laat zich raden. In een eerdere botstest van de Zweedse overheid uit 2019 komt de hele camper zelfs los van het onderstel. Daar kunnen camperrijders natuurlijk niets aan doen en is echt iets wat aangepakt moet worden door de fabrikanten. De NKC, een vereniging met bijna 60.000 leden, kaart dit ook aan bij de producenten.

Bron: Hugo van Binsbergen

Geef een reactie