Het weer: van zomer naar bijna winter, hoe kan dat?

In mijn vorige column heb ik aandacht besteed aan het weer in de maand april. Ik vertelde over de ingezette trend met fraai weer in maart en dat die trend in april kon doorzetten. Woensdag 15 maart was de maand april halverwege, met in de eerste 15 dagen veel zon en uitzonderlijk droog weer. Een aantal koude nachten, maar ook zomerwarmte zoals met Pasen. De paasdagen waren het meest opvallend in deze periode, omdat wij van Paaszondag op Paasmaandag van zomer naar bijna winter gingen. Op Paaszondag werd het 19 tot bijna 22 graden in het noorden. In het zuiden 23 tot bijna 25 graden. De weeromslag was op Paasmaandag 13 april direct al een feit. Met maximumtemperaturen rond 9 graden in het noorden en rond plaatselijk 12 graden in het zuiden was het maar liefst 10 tot 14 graden kouder dan de dag ervoor. Samen met een matige tot krachtige wind uit het noorden tot noordoosten voelde het aan alsof het winter was. Windstoten in kracht 6 en in het Waddengebied in kracht 8.

Robin van Hees uit Breda stelde mij de vraag: “Hoe komt het dat wij in Nederland zo’n wisselend weer kennen met tussen de ene en de andere dag een temperatuurverschil van wel 14 á 15 graden?” Dit verschil is wel heel groot, maar het kan in april voorkomen. Zo was er zaterdag en Paaszondag sprake van de aanvoer van warme lucht uit het zuiden. Paasmaandag ontstond door wisseling van hogedrukgebieden een bij ons noordelijke tot noordoostelijke stroming die koude lucht vanuit Scandinavië meenam. Het hogedrukgebied kreeg hulp van een lagedrukgebied boven Scandinavië. Zo kan het in elk jaargetijde soms snel wisselen tussen koude en warme lucht.

Bron: MAX Magazine – Editie nr. 17 2020

Geef een reactie