Tip 6: kersen kweken

Kersenbomen zijn niet altijd gemakkelijk. Zij verdragen namelijk geen vochtige standplaats. Van oudsher worden ze gekweekt op kleigrond, denk maar aan de Betuwe. Op zand en veengrond moet beslist wat kalk gestrooid worden en er mogen geen storende lagen in de aarde aanwezig zijn, dus minimaal 80 cm diep de grond losmaken. Om veel vruchten te krijgen is het noodzakelijk om een ‘Morel’ te planten. Dit is wel een zure kers. Kersenbomen kunnen nogal groot worden, houd daar dus rekening mee. Een ander nadeel is dat de vogels gek op kersen zijn en ze meestal al verorberd zijn, voordat ze rijp zijn. Het is dus noodzakelijk een net over de boom te spannen, maar dit is een moeilijk werkje. Het is ook mogelijk kersen in leivorm te planten, deze zijn eenvoudiger met een net te beschermen. Vermijd het maken van grote wonden, als het toch nodig is deze wond goed insmeren met een wond-afdichtmiddel. Snoeien kan het best in de zomer gebeuren; zorg dan voor een open kroon. De beste soort voor de particulier in Nederland is de meikers. ‘Early Rivers’ is ook prima, maar deze moet men wel goed rijp laten worden.

Bron: MAX Magazine nr. 4 2014

Geef een reactie