‘Ex-kankerpatiënten stuiten op onbegrip tijdens werk’

Ex-kankerpatiënten die weer aan het werk gaan, hebben het lang niet altijd makkelijk op de werkvloer. Onbegrip voor de blijvende klachten van deze ziekte is een vaak voorkomend verschijnsel, zo blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK). 

Onbegrip

Om dit vast te stellen ondervraagt NFK meer dan 3000 ex-kankerpatiënten. Zij laten weten dat zij hun werkgevers en collega’s gemiddeld een 5,4 als rapportcijfer geven, en dat heeft alles te maken met de muur van onbegrip waar zij vaak tegenaan lopen. Want de kanker zelf mag dan wel weg zijn, sommige klachten houden jaren aan. Zo heeft meer dan de helft van de ex-kankerpatiënten na 5 jaar nog steeds last van vermoeidheid, geheugen- en concentratieproblemen en een verminderde lichamelijke conditie.

Blijvende aandacht

Voor deze klachten is weinig aandacht bij collega’s en de werkgever, waardoor de voormalige kankerpatiënten meer stress en depressieve gevoelens ervaren op het werk. “De buitenkant ziet er gezond uit, maar van binnen is er nog veel te helen. Dat begrijpt niet iedereen en levert soms ongemakkelijke situaties op”, zegt een van de deelnemers van het onderzoek in berichtgeving van het NFK. Om meer begrip te kweken op de werkvloer, is het volgens NFK-directeur Arja Broenland belangrijk dat er in de werkomgeving blijvende aandacht komt voor hoe het gaat met de ex-kankerpatiënt. Om dit doel kracht bij te zetten is de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties nu een campagne gestart.

Kanker en werken

Jaarlijks krijgen 30.000 tot 40.000 mensen de diagnose kanker. Een kwart van de beroepsbevolking die dit krijgt gaat uiteindelijk met ontslag, terwijl de rest binnen een half jaar vaak weer aan de slag gaat.

(Bron: NFK, Algemeen Dagblad)

Geef een reactie

Reactie

  1. Hanneman says:

    In een gedragen, sociale, humane samenleving waarvan u echt allemaal graag lid zou zijn, schat ik in dat dit soort kwesties heel anders zouden lopen. Maar die samenleving hebben we niet. Door vooral de economische verdienpolitiek van minstens de acht laatste kabinetten, met een duidelijk accent op de laatste drie, zijn alle kansen om tot zo’n samenleving te komen om zeep geholpen. Zonder een vergelijking te willen maken moet ik denken aan een schrijven van een MH-17 nabestaande, mevrouw van Heyningen, voor MAX. Aan wat werd genoemd “de ramp ná de ramp”. Nadat door Rutte en nog een paar van zulke “diep geraakte meelevenden” publicitair van de situatie goed misbruik was gemaakt en de indruk gewekt dat de slachtoffers en hun nabestaanden zouden worden bedacht en gesteund door onze samenleving hield het acuut op. De eerder genoemde kabinetten willen geen samenleving waarin emoties en empathie een plaats hebben. Er moet gewerkt, geconsumeerd en heel veel verdiend worden en alles daarbuiten hoort niet in het plan. Mevrouw van Heyningen behoefde steun en begrip. Maar de werkelijkheid was van een heel andere orde. Koud. Kil. Want de mensen zijn een klimaat in gemanouvreerd waar voor ontwikkeling van begrip en empathie niet of nauwelijks gelegenheid is. Zeker niet als er nog een krantenwijk kan worden gelopen of ramen kunnen worden gelapt. Een vriend zegde mij hoop te houden, want mensen zijn niet écht van steen. En dat doe, probeer ik ook. Aan allen die het nog aangezegd zullen krijgen tijdens zo’n dokterstafelgesprek maar nu nog van niets weten, wéét welke keuzes u maakt.