Waarom hechten we zoveel waarde aan gelijk hebben, zelfs als we fout zitten?

Gelijk hebben én krijgen: voor veel mensen is dit erg belangrijk. Waarom is dit zo? En waarom houden mensen vast aan hun gelijk, zelfs als zij weten dat zij eigenlijk fout zitten? Er zijn verschillende verklaringen voor.

IJdelheid houdt ons tegen

Waarom wij mensen zo graag gelijk krijgen is een eeuwenoude vraag waar geen eenduidig antwoord op te vinden is. Elke wetenschapper, filosoof of andere expert op dit gebied belicht het weer vanuit een andere hoek, waardoor er inmiddels behoorlijk wat theorieën zijn over dit onderwerp. Eén van deze theorieën is afkomstig van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer. In de 19e eeuw tekent hij op dat gelijk hebben en krijgen samenhangt met ijdelheid. Volgens de filosoof zorgt ijdelheid ervoor dat mensen niet willen toegeven dat zij ongelijk hebben. Schopenhauer is destijds zo gefascineerd door dit onderwerp dat hij er een boek over schrijf: De kunst van het gelijk krijgen.

Hierin legt hij 38 gesprekstrucs uit die ervoor moeten zorgen dat de spreker altijd gelijk krijgt, ook als hij of zij er in feite compleet naast zit. “Als men merkt dat de tegenstander superieur is en men ongelijk zal krijgen, dan worde men persoonlijk, beledigend, grof”, is 1 van de tips. Verdient natuurlijk geen schoonheidsprijs, maar deze tip wordt tot op de dag van vandaag nog vaak met succes gebruikt.

Voorgeprogrammeerd

IJdelheid is dus 1 van de factoren die ervoor zorgt dat mensen maar moeilijk kunnen accepteren dat zij ongelijk hebben. Ook de manier waarop het menselijke brein is voorgeprogrammeerd kan volgens Eric Rassin, hoogleraar psychologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, een reden zijn. Rassin beschrijft in zijn boek Waarom ik altijd gelijk heb dat werkelijk iedereen last heeft van een soort tunnelvisie. Alle mensen hebben immers hun eigen denkbeelden en standpunten. Zodoende zijn wij – al dan niet onbewust- op zoek naar argumenten die deze standpunten bevestigen en is het gemakkelijker om argumenten die deze standpunten ontkrachten weg te wuiven. Zodoende is er dus altijd een soort vooringenomenheid, waardoor het lastiger kan zijn om te zien wat de waarheid is. Of u deze manier van denken niet kunt overstijgen door u extra goed in te lezen? Misschien gedeeltelijk, maar het fundament zal altijd blijven. “Zelfs een academische opleiding beschermt je er niet tegen”, zegt Rassin tegen de Volkskrant.

Ongelijk is gezichtsverlies

In zijn boek benadrukt Rassin ook dat ongelijkheid toegeven voor sommige mensen grote gevolgen kan hebben. Gelijk hebben én krijgen staat immers gelijk aan waardering en ongelijk krijgen kan gezichtsverlies opleveren. Fout zitten is van oudsher niet positief, waardoor het schaamte en andere negatieve gevoelens kan opwekken. Daarom verdraaien sommigen nog liever de feiten dan dat zij toegeven ongelijk te hebben. Volgens Rassin gebeurt dit zelfs door rechters en het Openbaar Ministerie. “Dan hoor je: ‘Deze zaak is geseponeerd, want we hadden geen bewijs.’ Wat iets anders is dan zeggen dat iemand onschuldig is.”

Ongelijk hebben kan u verder brengen

Vindt u het ook lastig om toe te geven dat u ongelijk heeft, zelfs als u weet dat u fout zit? Weet dan dat uw ongelijkheid toegeven juist tot nieuwe inzichten kan leiden. De bekende filosoof Socrates zei het al: “een interactie die draait rond het eigen gelijk is geen filosofisch gesprek.” U kunt dit opvatten zoals u zelf wilt, maar vermoedelijk bedoelt Socrates hiermee dat open staan voor de waarheden van anderen uw wellicht verder helpt dan vast blijven houden aan uw eigen standpunten. U staat er zo voor open om nieuwe dingen te leren, en dat is natuurlijk altijd goed.

(Bron: Knack, de Volkskrant, NRC, De Correspondent, De kunst van het gelijk krijgen, New York Times)

Geef een reactie

Reacties (2)

  1. oosterwijck says:

    Ik heb altijd gelijk!

    1. B.Harmsen says:

      Toch mooi dat u het zelf geloofd.