Hoe zit het? Hoe is de spaarrekening ontstaan?
Publicatiedatum: 9 juni 2026
Ogenschijnlijk simpele vragen zijn vaak het moeilijkst om te beantwoorden. In de rubriek Hoe zit het? proberen wij elke week het antwoord te vinden op zulke vraagstukken. Deze keer: hoe is de spaarrekening ontstaan?
De spaarrekening lijkt vandaag de dag vanzelfsprekend: geld opzijzetten bij de bank en daar rente over ontvangen. Toch is dit systeem pas relatief laat ontstaan.
Sparen vóór de bank
Lang voordat er spaarrekeningen zijn, sparen mensen op andere manieren. In de middeleeuwen bewaren mensen hun geld vaak thuis, bijvoorbeeld in een kistje of verborgen plek. Dat brengt risico’s met zich mee, zoals diefstal of dat het vergaat bij een brand. Wie meer geld heeft, kan het soms onderbrengen bij een handelaar, goudsmid of geldwisselaar, maar dat is niet voor iedereen weggelegd.
In deze periode gaat sparen dus vooral over bewaren, niet om het laten toenemen van geld. Rente ontvangen op spaargeld is bovendien lange tijd omstreden, omdat het in sommige religies wordt gezien als woekerrente.

De eerste banken en het begin van vertrouwen
Vanaf de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd ontstaan de eerste banken in handelssteden zoals Venetië en Amsterdam. Deze instellingen nemen geld in bewaring en zorgen ervoor dat handelaren veilig betalingen kunnen doen zonder grote sommen contant geld te hoeven vervoeren.
Toch zijn deze banken in eerste instantie niet gericht op spaarders zoals wij die nu kennen. Ze werken vooral voor handel en grote geldstromen. Kleine spaarders hebben nog weinig toegang tot zulke diensten.
Opkomst van de spaarbank in de 19e eeuw
De echte voorloper van de moderne spaarrekening ontstaat in de 19e eeuw. In deze periode verandert de samenleving snel door de industrialisatie. Steeds meer mensen gaan in loondienst werken en krijgen een regelmatig inkomen. Daardoor wordt het voor een grotere groep mogelijk om kleine bedragen te sparen.
Om dat te stimuleren, worden de eerste spaarbanken opgericht. Een bekend voorbeeld is de oprichting van spaarbanken in Groot-Brittannië rond 1810. Kort daarna volgen andere Europese landen, waaronder Nederland. Deze spaarbanken zijn vaak bedoeld om arbeiders aan te moedigen om geld opzij te zetten voor moeilijke tijden.
Belangrijk hierbij is dat spaarders rente krijgen over hun geld. Dat maakt sparen aantrekkelijker en zorgt ervoor dat geld niet alleen wordt bewaard, maar ook langzaam groeit.
De spaarrekening zoals we die nu kennen
In de loop van de 19e en 20e eeuw wordt het systeem verder ontwikkeld. Banken gaan spaarrekeningen aanbieden met duidelijke voorwaarden: u stort geld, u kunt het opnemen wanneer dat nodig is en u ontvangt rente.
Ook de overheid speelt een rol. In veel landen ontstaan regels om spaargeld beter te beschermen. In Nederland wordt bijvoorbeeld de Rijkspostspaarbank opgericht (later werd dit de Postbank en is veel later opgegaan in ING), waardoor sparen toegankelijk wordt voor een brede groep mensen. Met de opkomst van moderne banken, digitale systemen en spaargaranties wordt het vertrouwen in de spaarrekening steeds groter. Tegenwoordig valt spaargeld tot een bepaald bedrag onder een garantiestelsel, waardoor het risico voor spaarders kleiner is.

Van rente naar zekerheid
Waar de spaarrekening vroeger vooral wordt gebruikt om rente te verdienen, is de nadruk tegenwoordig verschoven naar veiligheid en flexibiliteit. De rente is in de afgelopen jaren laag geweest, maar veel mensen kiezen nog steeds voor een spaarrekening vanwege de zekerheid en het gemak van het altijd bij het eigen spaargeld kunnen.
Heeft u een vraag voor een Hoe zit het? Aarzel dan niet en stuur deze in via dit formulier.
(Bron: Quest, studiorendement.com, banksparen.nl. Foto: Shutterstock)



