Wenen

2 steden op aarde zou ik waarschijnlijk niet bezocht hebben, ware het niet dat ik er door mijn werk terecht kwam. Over de ene schrijf ik nu, over de andere de volgende maand.

Krasse bejaarden

Als acteur werd ik enige jaren geleden uitgenodigd een rol te spelen in een Oostenrijkse TV productie. Ik landde in Wenen, dat ik tot dat moment een stad voor krasse bejaarden had genoemd. Dat beeld bleek te kloppen, toen ik de eerste de beste avond at in een restaurant waar ik omgeven was door dames en heren in groene loden jassen, de dames met groene jagershoedjes. De volgende dag was ik ‘niet nodig’ en begon ik aan het verkennen van de stad. De hoek om en de Piaristen Kirche uit 1751. Op 21 november 1861 speelde Anton Bruckner er op het orgel. Ik begin Wenen interessant te vinden, maar de kerk is op slot. Wandelen door het Prater, zo’n groot park dat het een begin heeft, maar waar is het eind? Ik kan een bootje huren, maar in je eentje in een bootje? Mooi park, dat zeker.

Romy Schneider

Met de tram naar de Hofburg, merkwaardig dat Wenen me al bekend begint voor te komen. Voel me op m’n gemak. De Hofburg, dat is het leven van de keizers en in het bijzonder van die eenzame Elizabeth, zo lief gespeeld door Romy Schneider. Op haar 16e getrouwd- Elizabeth, niet Romy- verkrampt levend in de pompeuze en verstikkende pracht van de haar omringende dienaren. Aan de muren hangen de gedichten die ze schreef, haar enige uitlaatklep. In het Leopold Museum geniet ik van de schilderijen van Egon Schiele en Klimt. Op weg een Wener te worden wandel ik over brede avenue’s naar Schloss Belvedère, waar een tentoonstelling is over Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog. Ik bereid me voor op veel verbergen, maar niets daarvan en ook hier helpt het verleden me dichter bij het heden te komen.

Sachertorte

In het beroemde Demel restaurant eet ik een sachertorte, verwerk de afschuwelijke nazi-beelden en de tijd waarin Hitler zijn schilderijen aan de man probeerde te brengen. Ik concentreer me op het Wenen van vandaag, begin de stad steeds mooier te vinden. Er staan zoveel beelden van Habsburgers dat de indruk wordt gewekt dat Wenen ze nog steeds niet wil laten gaan. Het huis van Mozart. Bewaar ik nog even. Uitrusten op een bankje naast de Peterskirche, kijken naar mensen die vroeger ‘keurig gekleed’ werden genoemd. Weer een paar uur lopen, krijg honger en strijk neer in Restaurant Adam. De eigenaar zit verlegen om een praatje en als ik vertel dat ik in een film speel met Erwin Steinhauer, Wolfgang Böck en Andreas Vitasek moet ik een drankje met hem drinken. “Dat zijn de 3 beroemdste acteurs van Oostenrijk”, roept hij en schenkt nogmaals in.

Orson Welles

Ik ben bijna te laat voor de Burg Kino, daar draait… The Third Man! Hoe lang is het geleden dat ik die voor het eerst zag? Trapje af, het licht gaat uit en… daar komt de kat, ze likt zwarte schoenen en dan, toch weer een schok, weet ik dat Orson Welles nog leeft en nooit zal sterven! Wat een film! Anderhalf uur ben ik in een gebombardeerd Wenen. Als ik weer buiten sta dringt het tot me door dat het oude Wenen steen voor steen is opgebouwd. Tot het dezelfde oude stad was als voor de bommen vielen. Misschien is dat het dat Wenen tot Wenen maakt. Dat ik mijn grootmoeder tegen zou kunnen komen en dat ze niet zou opvallen.

Een arrogante stad. Die zich niets aantrekt van mode, van wat de buitenlander vindt, die zich bewust is van de positie die het eens heeft ingenomen. Ik stel tot mijn verbazing vast dat ik, levend in een land waarin modern een dag later al voorgoed voorbij is, de trots op het verleden niet als verstikkend maar als rustgevend en interessant ervaar.

Geef een reactie