Washington

Weinig steden waar je zo verloren in de ruimte kunt wandelen als in Washington. Wie zich buiten de deur waagt stapt in de auto of… jogt. Ik heb geen auto, want ik logeer bij mijn zoon en thuis joggen heb ik lang geleden opgegeven, laat staan dat ik me ‘in den vreemde’ aan gedraaf overgeef. 6 keer ben ik in Washington geweest en iedere keer breng ik uren zoek op de Mall. Ik heb de Mall-ziekte.

A Great Nation

Op mijn dooie gemak loop ik vanaf mijn logeeradres in de fraaie wijk Bethesda langs huizen die ik meen te herkennen van de vele Amerikaanse films die ik gezien heb, tot ik de bushalte bereik op Massachusetts Avenue. Met de bus, grotendeels gevuld met Spaans sprekende vrouwen die in al die koloniale en dure huizen werken, is het 10 minuten naar het Metrostation Friendship Heights. In de trein doe ik een beetje of ik ook in Washington woon, wetende dat iedere passagier ruikt dat ik een vreemdeling ben. Naar mijn medereizigers kijkende en me afvragend waar zij naar op weg zijn, arriveer ik in een station dat het dichtste bij de Mall ligt. Ik loop de trappen op en betreed wat men ‘het centrum van de politieke macht in de wereld’ noemt. Mijn tocht begint met een bezoek aan de National Gallery. In de West Building kan ik het niet laten de oude Hollandse meesters te bekijken, waarbij ik moeite heb bezoekers die te vluchtig langslopen, niet vermanend aan te spreken en hen er op te wijzen dat mijn kleine vaderland toch maar grote schilders heeft voortgebracht. Een laatste restje patriottistische gevoelens?

Vervolgens begeef ik mij naar de afdeling Amerikaanse meesters, ook dat is vaste prik. Young woman in light, ( Robert Henri), The dinner Horn ( Winslow Homer) en Mrs Adrian Iseling van John Singer Sargent, om er een paar te noemen. Ik hoor ze fluisteren “daar heb je hem weer, komt helemaal uit Nederland.” Wat is dat? Mijn geliefde schilderij, The White Girl van Whistler hangt er niet meer! Wat is daarmee gebeurd? Zonder het mij te vragen ergens anders gehangen? “Zal wel uitgeleend zijn”, mompelt een fors uitgevallen suppoost. Teleurgesteld dat het verlegen meisje in haar mooie lange witte jurk, zo vol liefde door Whistler geschilderd, zonder mij dat te vragen ergens anders is gaan hangen, loop ik naar buiten. Trakteer mezelf op een beker chocola en ga op mijn vertrouwde bankje op de Mall zitten. Lees wat op de beker staat: “Take pride in America” en daaronder “It’s your Land, Lend a Hand”. Vraag me af waarom Amerikanen zo openhartig trots zijn op hun land – geen president levert een toespraak af zonder veelvuldig te herhalen dat Amerika “A great nation is” en waarom in eigen land een beker met “Wees trots op Holland”, weinig kopers zou vinden. Politici op campagne proberen het wel, maar doen dat ingetogen omdat ze weten dat wij, het volk, daar toch niet echt van houden.

Memorial voor de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog

Maar zoals ik hier zit, met links het machtige Capitol, vlak voor me het Washington Monument, recht de hemel in rijzend, en in de verte het Lincoln Memorial, begrijp je de trots van de Amerikanen op hun verleden en hun onwankelbaar geloof in een glorieuze toekomst. De ene jogger na de andere rent dwars door mijn bespiegelingen en ik speel het spel ‘bekende senatoren herkennen’. Vrijwel allemaal zien ze er onvoorstelbaar jong en fit uit. Verven ze hun haar? Zo goed onderhouden als die joggers voorbij draven zo volgevreten schommelt dat andere deel van Amerika voorbij. De vaste junkfood klanten. Op hun gewicht letten kunnen alleen zij zich veroorloven die hun neus ophalen voor de Mac Donald’s. Op bereikbare afstand ligt het Memorial voor de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens eerdere bezoeken vond ik het weinig imponerend, laat ik het nog een kans geven. Ik wandel langzaam langs honderden namen van gesneuvelden, maar ik blijf het te bombastisch, te Duits vinden. Ik bedoel dat als Hitler de oorlog gewonnen had, zijn architect Speer zo’n monument ontworpen zou hebben. Mijn excuses aan Amerika. Ik ben geboren vlak voor die oorlog, ik leefde met de namen van Roosevelt, Truman, Eisenhower, Marshall en Mc Arthur. Dit is ook mijn geschiedenis! Daar moet ik aan denken! In discussies met jonge mensen is het niet verstandig aan te komen met “dankbaarheid jegens de Amerikanen die ons bevrijd hebben” en toch bekruipen die gevoelens je, namen lezend van die duizenden die ook geen oorlog wilden maar gingen.

Holland, Europe

Eens stond ik te kijken naar de inauguratie van president Obama. De Mall gevuld met ruim een miljoen mensen, het merendeel African American. “Where are you from?”vroeg een glunderende mevrouw. Ik antwoordde “from Holland” en toen gebeurde iets leuks. Ze dacht dat ik uit Holland, Michigan kwam, na mijn correctie “No, Holland, Europe” riep ze naar de menigte om me heen “listen guys, this man is from Holland, Europe”, waarna de één na de ander me een hand kwam geven en op m’n schouders begon te slaan. Heel even was ik belangrijker dan de held waar ze voor gekomen waren. Na de inhuldiging vroeg ik een jongen wat hij na school ging doen. Zonder aarzelen antwoordde hij dat hij in dienst wilde, “to serve my country.” Loopt die jongen nu met een gun door een straatje in Bagdad? Misschien is ‘ie al dood. Ja, de dood is alom tegenwoordig. De memorials voor de gesneuvelden in Korea, Vietnam en Afghanistan. Voeg daar nog 2 wereldoorlogen aan toe. Achter Lincoln Memorial is Arlington. Zoveel doden die hun country gediend hebben. Ze liggen vlakbij de aanbeden Abraham Lincoln, de man die een einde maakte aan de oorlog in eigen land. De prijs die voor die macht betaald wordt, dat zijn de monumenten met duizenden namen van soldaten die ver van huis, in vreemde landen, hun leven lieten.

Ik heb honger. Waar kan ik een broodje kopen? Vast niet op Pensylvania Avenue. Netjes wachten tot ik mag oversteken. Aha, hier kan ik vast wel iets te eten krijgen. Ik bestel een broodje maar krijg een maaltijd voor een weeshuis.

Geef een reactie