Paleis Noordeinde

Paul Rem: ‘Van Glazen Koets tot Grote Balzaal, bekijk Paleis Noordeinde met eigen ogen’

In de zomermaanden ontstaat er in Den Haag altijd een bijzonder tafereel. De hekken van Paleis Noordeinde gaan open en duizenden bezoekers krijgen de kans een paleis te betreden dat zij normaal gesproken alleen van televisiebeelden kennen. Dit jaar is dat niet anders. Van 22 juli tot en met 9 augustus 2026 stelt koning Willem-Alexander zijn werkpaleis opnieuw open voor publiek, samen met de aangrenzende Koninklijke Stallen. Nederland volgt hiermee een traditie die elders al langer bestaat. Buckingham Palace in Londen opent sinds 1993 elke zomer zijn deuren. Daar wandelen bezoekers door de beroemde State Rooms, zoals de Troonzaal en de indrukwekkende Picture Gallery met meesterwerken van onder anderen Rembrandt, Rubens en Van Dyck.

Het blijft een opmerkelijk gegeven. Wie voor Paleis Noordeinde staat, ziet immers niet alleen een historisch gebouw, maar ook het kloppende hart van de Nederlandse monarchie. Hier ontvangt de koning wekelijks ministers, ambassadeurs, bestuurders en vele anderen die een rol spelen in het openbare leven. Tegelijkertijd is Paleis Noordeinde geen particulier bezit van de Oranjes. Het is staatsbezit en wordt de koning ter beschikking gesteld om zijn functie te kunnen uitoefenen. Juist daarom is deze openstelling zo waardevol. Het geeft iedereen de mogelijkheid om een gebouw te bezoeken dat uiteindelijk ook een beetje van hen is.

Sinds 2016 is de zomeropenstelling (enkele onderbrekingen daargelaten), uitgegroeid tot een geliefde traditie. En terecht. Want waar krijgt men anders de gelegenheid om de Grote Balzaal (hier kondigde een jonge Willem-Alexander zijn verloving met Máxima Zorreguieta aan), de Balkonkamer en andere representatieve vertrekken van zo dichtbij te bekijken? Ruimtes die doorgaans het decor vormen van staatsbezoeken, koninklijke ontvangsten en historische momenten. We kennen allemaal de beelden van de traditionele ‘balkonscène’ op Prinsjesdag. Een wonderlijke ervaring om de ruimte te zien waar de balkondeuren op uit komen. Iedereen (tenminste ikzelf) krijgt dan toch een beetje een koninklijk gevoel.

Paleis Noordeinde van buiten.
Lees ook: Een kijkje in Paleis Noordeinde, het werkpaleis van de koning en koningin

En die Balzaal: de panelen waarmee de wanden zijn bedekt is geen geel marmer, maar ‘scagliola’, ook wel kunstmarmer genoemd. Met gips, lijm, pigmenten en soms steengruis werd een materiaal vervaardigd dat natuurmarmer overtuigend imiteert. Maar door het intensieve handwerk, de complexe kleuropbouw, het polijsten en de lange afwerkingstijd is scagliola vaak duurder om te vervaardigen dan echt marmer! Het effect is in elk geval heel vorstelijk.

Dit jaar is er bijzondere aandacht voor het Militaire Huis, het oudste onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis. In de presentatie De Oranjes en de Krijgsmacht wordt een stukje geschiedenis zichtbaar dat vaak minder bekend is bij het grote publiek, maar dat nauw verweven is met de rol van het staatshoofd. Ook de Koninklijke Stallen zijn fascinerend! Alleen al vanwege de Glazen Koets, die dit jaar haar 200e verjaardag viert. Dit oudste rijtuig van het staldepartement herinnert aan de tijd dat koningin Willem I (die deze staatsiekoets liet maken in Brussel, eens de hoofdstad van het zuidelijk deel van zijn Verenigd Koninkrijk), zich nog voornamelijk per rijtuig door de residentie verplaatsten. Door de grote glaspanelen was de vorst goed zichtbaar. Het vakmanschap waarmee zulke voertuigen zijn gebouwd, blijft indrukwekkend. En relevant. Want elk jaar maakt Willem-Alexander gebruik van de Glazen Koets tijdens de rijtoer op Prinsjesdag.

De tijdelijke zomer-openstelling van Paleis Noordeinde laat zien dat monumenten niet alleen bewaard moeten worden, maar ook beleefd. Want pas wanneer mensen een paleis kunnen binnenstappen, wordt geschiedenis werkelijk tastbaar. Achter de hekken blijken geen geheimen schuil te gaan, maar verhalen. En juist die maken een bezoek aan Noordeinde zo aantrekkelijk. (Let op: reserveren is verplicht en kaarten zijn meestal snel uitverkocht.)

Paul Rem is architectuur- en kunsthistoricus en conservator op Paleis Het Loo. Hij is bestuurslid van diverse musea, internationaal erkend expert ‘Oude meubelen’ en lid van het ‘TEFAF vetting committee’. Regelmatig schuift hij aan als tafelgast in Tijd voor MAX.  Maak ook eens een stadswandeling langs de Nederlandse bouwkunst met Paul Rem. Lees hier al zijn columns.

(Foto: Shutterstock) 

Geef een reactie