Koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Amalia op Koningsdag

Paul Rem: ‘Koningsdag vertelt ons niet zozeer hoe de monarchie zichzelf ziet, maar hoe wij onszelf willen vieren’

Toen op 30 april 2013 een koning werd ingehuldigd die niet op 30 april jarig is, veranderde er iets wat veel groter was dan alleen een vertrouwde datum in de agenda. Koninginnedag werd Koningsdag en schoof op naar 27 april. Het leek een administratieve ingreep (nieuwe vlaggetjes, andere koffiemokken), maar wie wat beter keek, zag dat met het aantreden van Willem‑Alexander ook de viering zelf een subtiele gedaantewisseling onderging.

Prinsessedag

Nederland kent een lange traditie van meebewegen met de tradities van het Huis van Oranje. De feestdag was ooit Prinsessedag, werd Koninginnedag, verhuisde van 31 augustus naar 30 april en hield zich hardnekkig vast aan 30 april, ondanks de echte verjaardag van koningin Beatrix op 31 januari. Een charmante geste: bedoeld als een eerbetoon aan Juliana, maar de kans op fijn weer op een vrije dag is doorgaans wat groter in eind april…  Dat respect voor continuïteit is typisch Nederlands: we veranderen veel, maar liever met zachte hand. In 2014 was het dan zover: voor het eerst vierden we de allereerste Koningsdag uit onze geschiedenis, op 27 april, een dag eerder mocht ook, als de kalender meewerkte.

Aftasten

Die eerste Koningsdagen onder Willem‑Alexander stonden in het teken van aftasten. Wat voor soort feest zou dit worden? De koning en koningin kozen bewust voor een informele benadering. Geen defilés meer langs het iconische bordes van Paleis Soestdijk, maar wandelingen door gemeenten, gesprekken met inwoners, aandacht voor vrijwilligers en verenigingen. Het hof verplaatste zich van bordes naar dorpsplein. Dat sloot naadloos aan bij een samenleving die liever meedoet dan toekijkt.

Wat opviel, was hoe snel het nieuwe patroon vertrouwd werd. Koningsdag bleek verrassend elastisch. De vrijmarkt bleef gewoon bestaan, net als de kleedjes vol vergeelde Donald Ducks en overgeërfde fonduesets. De oranjetompouce hield stand. Zelfs de geliefde, licht ironische benadering van de feestdag (“het is niet mijn koning, maar wel mijn vrije dag”) bleef onaangetast. Rituelen overleven regeringswisselingen moeiteloos, zolang de kern overeind blijft.

Minder toneelstuk, meer reportage

Toch veranderde er meer dan we soms toegeven. De televisieregistratie, bijvoorbeeld, werd losser. Camera’s doken dieper het publiek in, de gesprekken werden persoonlijker. Koningsdag werd minder toneelstuk en meer reportage. Dat past bij een tijd waarin gezag zich liever toont door nabijheid dan door verheven afstand. De monarchie presenteerde zich als dienstbaar, geïnteresseerd, haast antropologisch: kijk eens hoe Nederland leeft! En Nederland keek graag terug. Elke Koningsdag werd ook een spiegel. In steden als Dordrecht, Zwolle en Emmen zagen we onszelf gerepresenteerd: sportclubs, zorgprojecten, erfgoedinitiatieven. Het was Nederland in staalkaartvorm.

Koningsdag is een voortdurend experiment

De pandemie van 2020 doorbrak het patroon. Voor het eerst sinds mensenheugenis was er geen grote menigte, geen vrijmarkt, geen bier op straat. Koningsdag werd een televisiemoment, compact en ingetogen. Juist toen werd duidelijk hoe belangrijk het feest is als sociaal bindmiddel. We misten iets. De leegte maakte zichtbaar wat vanzelfsprekend was geworden: één dag per jaar waarop nationale identiteit niet wordt opgeëist, maar gedeeld. Na corona keerde Koningsdag terug met hernieuwde energie. Misschien zelfs met dankbaarheid. De vrijmarkten werden voller, de oranjepruiken uitbundiger. Koningsdag bleek sterker dan nostalgie: het is geen herdenking van vroeger, maar een voortdurend experiment. Elk jaar zoekt het feest opnieuw naar zijn vorm, tussen spontaniteit en organisatie, tussen volksfeest en staatsie.

Koningsdag gaat over hoe wij onszelf willen vieren

Sinds het aantreden van Willem‑Alexander is Koningsdag minder ceremonieel, maar niet minder betekenisvol geworden. Het feest is beweeglijker, persoonlijker, misschien ook iets minder plechtig. Maar is dat een verlies? Of juist een teken van vertrouwen? Zoals zo vaak in de Nederlandse geschiedenis kiezen we niet voor grootse gebaren, maar voor stille aanpassing.

Koningsdag vertelt ons niet zozeer hoe de monarchie zichzelf ziet, maar hoe wij onszelf willen vieren. Met een kleedje op straat, een biertje in de zon, en de geruststellende wetenschap dat zelfs een nationale feestdag mee kan bewegen met de tijd, zolang hij maar oranje blijft.

Paul Rem is architectuur- en kunsthistoricus en conservator op Paleis Het Loo. Hij is bestuurslid van diverse musea, internationaal erkend expert ‘Oude meubelen’ en lid van het ‘TEFAF vetting committee’. Regelmatig schuift hij aan als tafelgast in Tijd voor MAX.  Maak ook eens een stadswandeling langs de Nederlandse bouwkunst met Paul Rem. Lees hier al zijn columns.

(Foto: Shutterstock)

Geef een reactie