Niet vertrouwen op het consumentenvertrouwen

Patrick Wessels: ‘Is het consumentenvertrouwen wel te vertrouwen?’

Zullen we stoppen met het consumentenvertrouwen te meten? Het vertrouwen stijgt en daalt. Soms stevig, of zelfs enorm. Maar wat zegt het eigenlijk? En kun je van consumenten eigenlijk wel vragen om hun vertrouwen uit te spreken over het economisch klimaat en hun eigen financiële situatie? Het lijkt al lastig genoeg om te bepalen wat concertkaartjes tegenwoordig eigenlijk waard zijn.

Steekproef

Het Centraal Bureau voor de Statistiek(CBS) publiceert elke maand trouw het consumentenvertrouwen. Daarvoor benadert het CBS maandelijks een steekproef van de Nederlandse bevolking, met hun Consumenten Conjunctuuronderzoek (CCO). Deelnemers krijgen 5 vragen, over:

  • Het economisch klimaat in de afgelopen 12 maanden
  • De economische situatie in de komende 12 maanden
  • De eigen financiële situatie in de afgelopen 12 maanden
  • De eigen financiële situatie in de komende 12 maanden
  • Of het een gunstige tijd is voor grote aankopen

Wie die vragen nauwkeurig wil beantwoorden zou er een behoorlijke studie van moeten maken. Niet iets waar we de tijd voor hebben. Dus helpt het brein ons een handje. Met aannames. Of een onderbuikgevoel. Gepresenteerd als feitelijke informatie, waardoor zo’n gevoel ineens waarheid wordt.

Grappig eigenlijk, omdat we precies dat element in AI-tools zo lastig vinden. Als ChatGPT of Claude stellig informatie presenteert, die eigenlijk gewoon gebrabbel is. Bijvoorbeeld toen de rector van de Universiteit Gent een door AI-gegenereerd citaat van Einstein gebruikte in haar inauguratiespeech. ‘Dogma is de vijand van progressie, u kent het misschien wel,’ sprak ze mooi. Maar helaas, hij heeft het nooit gezegd.

Het brein heeft geen idee

Ons brein kan meningen of overtuigingen soms heel stellig als feiten presenteren, net als AI. Ondertussen hebben we eigenlijk geen idee hoe het precies zit. Zoals we zo vaak geen idee hebben. Om tot een oordeel te komen kijkt het brein vooral naar anderen.

Iets dat de laatste tijd goed duidelijk wordt als het gaat om concertkaartjes. Bijvoorbeeld voor de shows van Harry Styles. Toegegeven, de kaarten zijn duurder dan een aantal jaren geleden. Toch buitelden de fans diezelfde jaren geleden nog over elkaar heen om op de tweedehandsmarkt torenhoge ticketprijzen te betalen. Voordat de grote verkoopplatforms paal en perk stelden aan grote overwinsten. En nu nog. Wat dacht u van een vraagprijs van 2,3 miljoen dollar voor een ticket voor de finale van het WK-voetbal in de Verenigde Staten komende zomer?

Het brein heeft geen idee wat een goede prijs is voor een kaartje. 80 euro? 180 euro? Het brein ervaart onzekerheid. Omdat we maar af en toe naar een concert gaan, zeker van een wereldster als Harry Styles. Die onzekerheid zorgt ervoor dat we zelf niet goed kunnen beredeneren wat een goed bedrag is. Dus kijkt het brein naar anderen.

‘Het zal het waard zijn’

Is de verwachting dat de kaartjes binnen no-time uitverkocht zullen zijn? Gaat het zo hard dat er een paar extra concerten aangekondigd moeten worden? Dan wil het brein graag een beetje meer betalen. ‘Het zal het waard zijn’, oordeelt het brein. Niet op basis van feiten, het is een gevoel.

Maar dreigen er stoelen leeg te blijven? Of bleven er stoelen leeg bij andere concerten van wereldsterren? Dan wordt het brein terughoudend. Blijkbaar wagen anderen ook niet de stap. Zo ontstaat er ‘blue dot fever’, de angst voor lege stoelen in de online bestelomgeving (aangegeven met blauwe stippen). Daardoor worden zelfs de grootste artiesten voorzichtig met hun stadionconcerten.

Laten we het niet vertrouwen

Als ons brein al moeite heeft een objectief goede prijs te bepalen voor concertkaartjes. Waarom vragen we het dan om het consumentenvertrouwen voor ons vast te stellen?

Niet voor niets keldert het vertrouwen soms enorm. Om daarna weer verbazingwekkend snel op te krabbelen. Het brein heeft geen idee, dus kijkt vooral naar berichtgeving in de media en naar wat anderen doen. Een soort achtbaanrit, die hard omlaag versnelt. En daarna hard omhoog schiet, om bovenaan bijna tot stilstand te komen. Enorme schommelingen, omdat het ene karretje het volgende volgt. En het volgende. Zoals onze breinen allemaal naar elkaar kijken. Laten we dus vooral niet te veel waarde hechten aan het consumentenvertrouwen als dat binnenkort weer wordt gepubliceerd.

Consumentenpsycholoog Patrick Wessels combineert nieuwsberichten, wetenschappelijke artikelen en praktische tips, om dieper op de consumentenpsychologie in te gaan. Lees hier alle columns van Patrick Wessels

(Foto: ANP)

Geef een reactie