Hollanders in den vreemde

En wel vreemd in Roemenië. Jazeker, er zijn Roemenen die naar Nederland komen, maar ook Nederlanders die een toekomst opbouwen in Roemenië. 2 van die Hollanders hebben mijn vrouw en ik opgezocht, met de camper helemaal naar het dorpje Breb in de provincie Maramures. Dat aangeprezen wordt als de mooiste provincie van Roemenië.

Gehucht

Dorpje mag u ook lezen als gehucht, want meer dan 500 huizen telt het niet. Houten huizen die de streek de naam ‘het land van hout’ hebben bezorgd. Wat doet dit Hollandse echtpaar zo ver van de bewoonde wereld? Die beginnen een camping. En daar staan wij dan en we maken een wandeling en groeten mensen die het beroep van wever, pottenbakker, hoedenmaker of mandvlechter uitoefenen. We wandelen langs boomgaarden en zwaaien naar oude vrouwen die in stoelen zitten die ouder zijn dan zijzelf. Hoofddoekjes om gerimpelde gezichtjes, oogjes die niets missen. Handen die moe zijn en al geruime tijd gezelschap zoeken bij elkaar.

Nergens is het mooier

In maart 2010 vestigen Matthijs en Eveline zich in dit dorp met de bedoeling er voorgoed te blijven. De berg waar zij vanuit hun huis op kijken heet de Gutai. Matthijs studeerde geschiedenis met als specialisatie Oost Europa. Dat bracht hem in dit deel van de wereld. “Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten stonden we samen gebogen over een kaart van Roemenie” vertelt hij lachend. Hij vroeg Eveline met hem mee te gaan en zo is het dus gekomen. Eerst werken, in Breb belanden, elkaar aankijken en sinds dat moment zijn ze gebleven. “Nergens is het mooier dan hier,” zeiden ze tegen elkaar. Eveline studeerde kunstgeschiedenis en met nog de verwondering over die eerste kennismaking zegt ze “nergens is het houtsnijwerk mooier dan hier.”

Zondag is nog een rustdag

Ik hou van mensen die besluiten iets te doen en dat dan ook doen. En die vol liefde vertellen hoe mooi ze het vinden waar ze naar zochten. “De mensen hier hebben nog een sterk gevoel voor normen en waarden,” vertelt Eveline, “en dat boeit me. Ze zijn zoals ze zijn, puur. Voor ons was het belangrijk dat iedereen z’n best doet ons te laten zien dat ze blij zijn dat we gekomen zijn.” De smalle weggetjes zijn nog niet geasfalteerd, de huizen zijn schilderachtig, niet Zwitsers zoetelijk maar strijdhaftig. Gebouwd om weerstand te bieden aan onbarmhartige temperaturen. Eveline heeft gelijk, het houtsnijwerk is zo kunstig dat je moeilijk kunt begrijpen hoe handen, door dagelijkse boerenarbeid vuisten geworden, ook is staat zijn tot teer, liefdevol precisiewerk. In dit soort gemeenschappen is de zondag nog een rustdag. Die begint met kerkbezoek. De mannen trekken hun mooie pak aan en zetten een in onze ogen vreemdsoortige bloempot op hun hoofd. Of wat de vrouwen dragen klederdracht wordt genoemd weet ik niet. Felgekleurde rokken met bloemmotieven. Paars, groen, rood, blauw en geel, het gehucht is enkele uren een vrolijk schilderij. Witte hoofdoeken, de jonge vrouwen op hoge hakken waar ze verbazend elegant mee over de hobbelige stenen trippelen. De oudste vrouwen in het zwart, ik vermoed omdat ze weduwe zijn. De jongens in donkere broek met wit overhemd. De kerkgang is de grote gebeurtenis van de week.

Tijd speelt geen enkele rol

Breb heeft 2 kerken en in de eerste wonen we de dienst bij. De eerste kerk is Roemeens Orthodox. De gemeente doet keurig of we er niet zijn. De mannen zitten voorin, de vrouwen staan achterin. De dienst duurt 5 kwartier en al die tijd staan de jonge vrouwen op hun hoge hakjes. Alleen de oude vrouwen mogen zitten, wel helemaal achterin. De tweede kerk is Grieks Katholiek en uit 1548. Een priester begint aan zijn preek en het ziet er naar uit dat hij niet van plan is daar voorlopig mee op te houden. We glippen naar buiten. Aan de houten buitenwand hangen ingelijste platen, voorstellend het leven van Jezus. Achter de kerk is de begraafplaats, de kruizen beschermd tegen regen en sneeuw door een houten dakje. Na afloop van de dienst begeeft de gemeente zich naar houten tafels met daarop manden met brood. De sfeer is eerbiedig en gemoedelijk. Mijn vrouw en ik vragen ons af in welke eeuw we leven. Tijd speelt hier geen enkele rol. Geloven betekent rotsvast geloven. En geloven betekent in eerbied geloven. In kilometers zijn we niet eens zo ver van huis. Maar Matthijs en Eveline hebben gevonden waar ze naar zochten.

Geef een reactie