Albanië

Een mevrouw vroeg mij of ik een keer over de vriendelijkheid van de Albanezen wilde schrijven. Zij vond Albanië een prachtig land, maar juist die vriendelijkheid was haar opgevallen. Ik heb over haar verzoek nagedacht, want eerlijk gezegd vind ik Albanezen niet opvallend vriendelijker dan Chinezen, Brazilianen of Duitsers. Op iedereen is wel wat aan te merken, maar ik begreep dat haar verzoek te maken had met al die Albanezen die niet in hun eigen land wonen. En die gedragen zich helaas minder vriendelijk, vaak zelfs zeer onvriendelijk, waardoor ze hun land een slechte naam bezorgen. Omdat ik dat verdrietig vind voor die Albanezen die thuis zijn gebleven in hun prachtige land heb ik het nu niet langer over de vriendelijkheid, maar wil ik proberen aan te geven waarom een bezoek aan dit land méér dan de moeite waard is.

Wie van reizen houdt, begint bij de geschiedenis

Uit het vele dat te vertellen is kies ik eerst de opgravingen in het 68 km² grote Nationale Park bij Butrint. Wie echt van reizen houdt weet dat de interesse voor het te bezoeken land begint bij de geschiedenis. En die begint in Albanië eeuwen vóór Chr. Butrint ligt aan het Vivari kanaal aan de Ionische zee tegenover Corfu. Julius Caesar schreef “Een stad tegenover Corcyra.” Mijn vrouw en ik wandelen uren door een wereld die gids Aldi langzaam voor ons ontsluit en af en toe knikken we instemmend wanneer bestofte schoolkennis voorzichtig terugkeert in het brein. “Dit is het heiligdom van Asclepius,” wijst Aldi, “in de Griekse mythologie de halfgod van de geneeskunde. Homerus noemt hem ‘een kundig arts’, maar in de 5e eeuw voor Chr. wordt hij vereerd als een halfgod.” In 1920 vonden archeologen- en als je er staat voel je hun opwinding- in het theater waarin wij nu staan, de bustes van keizer Augustus, zijn vrouw Livia en zijn trouwste vriend Marcus Agrippa. Over de Griekse stad bouwden de Romeinen een nieuwe stad, daar omheen een muur en een aquaduct op 5 meter hoge pijlers en 4 kilometer lang. We hebben het over de eerste eeuw na Chr! “Sommige huizen hadden vloerverwarming!” hoor ik Aldi zeggen en ik ben eeuwen terug in de tijd en wil hier niet meer weg. Klinkt dat overdreven? Jazeker, maar dat doet Butrint met een reiziger.

Woeste, ontoegangkelijke bergen

Nu over de natuur. Vanuit de schitterende camping in Burbaullush (Hollandse eigenaars!) rijden we richting het dorpje Teth, hoog in de bergen. En ik bedoel bergen! Rustig, vriendelijk landschap waarin zich ongemerkt de uitlopers van bergen wagen. Ineens, zo gaat dat in ongerepte natuur, zijn we omringd door de grote broers van wat tot nu toe heuvels waren. Sneeuw op de toppen. Woeste, ontoegangkelijke bergen. Mooier kan Albanië nergens zijn. Onherbergzaam… maar de mens komt overal. Ook in deze doordenderende massa steen wonen mensen. Die beweren nooit bang te zijn, maar het toch zijn en daarom bij elkaar gaan wonen. Dat is het dorpje Teth. Om de huizen grote tuinen, om toch alleen te zijn. Stadsbewoners denken dan ‘hier zou ik willen wonen’, wetende dat ze na enkele dagen verder moeten. De schoonheid houdt niet op, want altijd op weg naar het volgende stappen we op een boot waarmee we over het meer van Komani varen. Kort waan ik me in de fjorden van Noorwegen, maar vergelijken is altijd fout, want Albanië is minder groot dan Noorwegen, dus komen de bergen nog dichterbij. Al zouden we ze van de kapitein mogen aanraken, van de bergen mag dat niet. Strenge, hooghartige bergen, zo ijdel dat ze geen bewondering vragen. De reisgids vergelijkt de boottocht over het meer van Komani met de beroemde Hurtigrut in Noorwegen. Ik kies, vanwege het ontbreken van enige pretentie, voor Komani. Al vind ik de tekst ‘One of the Worlds Classic Boat Trips’ niet passen bij de weldadig aandoende eenvoud van Albanië. Want hoewel een zeer oud land, is Albanië tegelijkertijd een zeer jong land.

Geef een reactie