40-jarig jubileum van de Oosterscheldekering: ‘modern wereldwonder’ voltooit Deltawerken en beschermt Nederland voortaan tegen hoogwater

“De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid.” Met deze woorden opent koningin Beatrix op 4 oktober 1986, in 2026 40 jaar geleden, de Oosterscheldekering. De stormvloedkering sluit de Oosterschelde af bij hoogwater als bescherming tegen de Noordzee. De Oosterscheldekering is niet alleen het bekendste, maar ook de meest ingewikkelde van alle Deltawerken. Het is voor het eerst dat zo’n groot bouwwerk is vervaardigd en het wordt zelfs een modern wereldwonder genoemd. Met de voltooiing van de Oosterscheldekering is het oorspronkelijke Deltaplan afgerond. In 1988 wordt echter besloten nog een Deltawerk te bouwen.

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 vindt de grootste Nederlandse natuurramp plaats van de 20e eeuw: de Watersnoodramp. Zware storm en springvloed in combinatie met springtij zorgen ervoor dat de dijken doorbreken en het water bezitneemt van Zeeland, delen van Zuid-Holland en Noord-Brabant. Als gevolg van de ramp overlijden 1.836 mensen en raken tienduizenden mensen ontheemd. Nederland ligt voor een deel onder zeeniveau en zal zonder ingrijpende maatregelen kwetsbaar blijven. Om nog zo’n ramp te voorkomen, worden de Deltawerken aangelegd, waaronder de Oosterscheldekering. De Deltacommissie komt in 1953 met een plan voor de bouw van de Deltawerken en in 1954 wordt ermee begonnen. Het is een gedurfd en moeilijk uit te voeren project. The American Society of Civil Engineers, het Amerikaans Genootschap van Civiel Ingenieurs, noemt de Deltawerken “Eén van de zeven moderne wereldwonderen”.

Kritiek op het oorspronkelijke plan

De Oosterschelde is een zeearm, een inham in het land van de zee, van de Noordzee tussen de Zeeuwse schiereilanden Schouwen-Duiveland, Tholen, Zuid-Beveland en Noord-Beveland. Aanvankelijk zal de Oosterschelde helemaal worden afgesloten met een dam, waardoor eb en vloed verdwijnen en het water in de Oosterschelde zoet wordt. Dat zoete water zal worden gebruikt voor drinkwater en de scheepvaart zal geen last meer hebben van eb en vloed.

Er is echter veel kritiek op dit plan. De schelpdierenvisserij zal verdwijnen en bepaalde havens zullen niet meer toegankelijk zijn. Ook zal het water van de ene op de andere dag stil komen te staan, waardoor het eerst brak wordt en daarna zoet. Dit heeft grote consequenties voor de natuur in het gebied. Verschillende planten- en diersoorten zullen hierdoor verdwijnen.

Nieuw plan

De vissers uit Yerseke zijn over het algemeen bereid tegen een vergoeding te verhuizen richting de Waddenzee of zijn tevreden met een uitkering. Aktiegroepen daarentegen willen de Oosterschelde openhouden. Er wordt nieuw onderzoek gedaan over de gevolgen van de afsluiting. In 1974 gaat het kabinet overstag en worden de werkzaamheden stilgelegd. Het werk aan de afsluiting is eind jaren 60 begonnen. Een commissie moet met een nieuw plan komen, waarin de natuur wordt ontzien, maar waarin tevens de voordelen van het oorspronkelijke plan worden behouden.

Die commissie komt met het advies de Oosterschelde gedeeltelijk af te sluiten met een halfopen kering. Ook voorziet het plan in de opdeling van gebieden in kleinere eenheden of compartimenten, waardoor de Philipsdam, de Oesterdam, de Markiezaatskade en de Bathse Spuisluis, de zogenaamde compartimenteringsdammen, worden gebouwd. De waterbekkens achter deze Deltawerken worden op die manier gescheiden van de zoute Oosterschelde en de getijden, waardoor er een voorraad zoetwater is en een scheepsroute kan worden aangelegd. In 1976 gaat de regering akkoord en kan het werk worden hervat.

Accepteer de cookies om dit element te weergeven.

Pijlers en schuiven

Er komen 65 grote pijlers, met daartussen 62 schuiven die kunnen worden afgesloten bij hoogwater. De schuiven zijn 42 meter breed, 6 tot 12 meter hoog en wegen tussen de 260 en 480 ton. Dit gewicht hangt tussen 65 pijlers in. Die pijlers zijn 30 tot 40 meter hoog. De bodem moet worden verstevigd. Vanwege de eb- en vloedstromen moeten die pijlers nauwkeurig worden geplaatst, zodat er geen kier kan ontstaan met een sterke stroming tot gevolg. Er wordt zand gestort op het slib, dat steviger is. Een speciaal schip steekt 4 trilnaalden in de bodem, waardoor zandkorrels tot op 15 meter diepte tegen elkaar worden getrild. Zo wordt een stevige ondergrond gevormd, met weinig lucht ertussen.

Daarop komen kunststof matten die zijn gevuld met grind. Hierdoor ontstaat een gladde ondergrond, die voorkomt dat het zand onder de pijlers wegspoelt. Die matten zijn honderden meters lang, zodat er weinig plaatsen zijn waar het water de grond tussen 2 mattenbodems kan wegspoelen. Op deze plekken zijn toch grotere kuilen ontstaan dan verwacht. In 2011 wordt daarom breuksteen gestort om verdere zandverschuivingen te verhinderen. De pijlers zijn gemaakt van beton en zijn hol van binnen. Na plaatsing worden ze met zand gevuld. Het duurt lang voor zo’n pijler klaar is, bijna 1.5 jaar. Het beton moet namelijk helemaal zijn uitgehard.

Koningin Beatrix: “De Deltawerken zijn voltooid.”

Met een speciaal schip worden de pijlers naar hun bestemming vervoerd en vervolgens nauwkeurig op de mattenbodems geplaatst. De pijlers zijn verankerd met een fundament dat bestaat uit een mengsel van zand, water en cement en de voeten zijn verzwaard met natuursteen. Er is zo’n 5 miljard kilo natuursteen gebruikt. Vervolgens worden stalen schuiven tussen de pijlers geplaatst. Aan de pijlers wordt apparatuur geplaatst om de schuiven te bedienen en op de betonnen constructie komt een wegdek. De Oosterscheldekering is 9 kilometer lang. Het afsluitbare deel van de kering is 3 kilometer lang. Op de kering staan 32 windmolens.

Met een speciaal schip worden de pijlers naar hun bestemming bij de de Oosterscheldekering vervoerd

Na 10 jaar is de Oosterscheldekering klaar en heeft in totaal 2.5 miljard euro gekost. Koningin Beatrix opent de Oosterscheldekering op 4 oktober 1986 met de woorden: “De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid.”

Koningin Beatrix opent de Oosterscheldekering

Accepteer de cookies om dit element te weergeven.

Toch nog een Deltawerk

Toch wordt in 1988 besloten om nog een Deltawerk te bouwen. De Maeslantkering en de Hartelkering staan niet in het oorspronkelijke Deltaplan, dat ervan uitgaat dat de Nieuwe Waterweg altijd moet worden opengehouden voor de scheepvaart naar Rotterdam en Antwerpen. Maar uit nieuwe berekeningen blijkt dat de dijken langs de Nieuwe Waterweg niet hoog genoeg zijn. De bouw van hogere dijken zou ten koste gaan van bestaande bebouwing en cultureel erfgoed. De oplossing wordt gevonden in een combinatie van een dijkversterking bij Rozenburg en de bouw van de 2 keringen de Maeslantkering en de Hartelkering. De keringen zijn gebouwd tussen 1991 en 1997.

Bediening van de schuiven

Vanuit de bediencentrale, het ir. J.W. Topshuis op het voormalige werkeiland Neeltje Jans, worden de schuiven van de Oosterscheldekering bediend door een speciaal team van Rijkswaterstaat. Bij een waterstand van 3 meter boven zeeniveau worden de schuiven met 1 druk op de knop in 82 minuten gesloten. Gemiddeld 1 keer per jaar moeten de schuiven van de kering omlaag wegens extreem hoge waterstanden. De kering sluit niet volledig, want tussen de pijlers die het dichtst bij het Topshuis staan, is geen schuif aangelegd. Hier doorheen kan water stromen en kunnen golven over de kering slaan. Dat is geen ramp, omdat de Oosterschelde genoeg ruimte heeft voor dat overtollige water.

Oosterscheldekering: icoon van de Nederlandse waterbouwkunde

De Oosterscheldekering is het meest indrukwekkende en beroemdste bouwwerk van alle Deltawerken. Nooit eerder is een dergelijke constructie vervaardigd met zulke enorme afmetingen. De Oosterscheldekering is een icoon van de Nederlandse waterbouwkunde en is zeer belangrijk voor onze waterveiligheid.

(Foto’s: ANP) 

Geef een reactie