Patrick Wessels: ‘Waarom Nederland nog niet massaal oranje kleurt’
Publicatiedatum: 12 juni 2026
De supermarkten lijken er klaar voor. Maar nog geen uitverkochte WKamerjas of JuichJack voorlopig. Het WK staat op het punt van beginnen, maar het voelt nog wat lauw. Nog niet alles kleur oranje. Waarom komt de Oranjegekte deze keer zo langzaam op gang? Het laat zich psychologisch goed verklaren (en straks kan het alsnog snel gaan!).
We kijken naar elkaar
Noem het navelstaren. We kijken naar elkaar. De psychologie leert ons dat sociaal bewijs sterke invloed heeft op ons gedrag. Wat dat betreft kijken we niet alleen naar ‘onze jongens’, maar vooral naar hoe anderen reageren op het elftal, hun prestaties en de aanloop naar het eindtoernooi.
We willen erbij horen. Dus doen we mee als anderen de vlaggetjes ophangen. Als anderen oranje kleding dragen en samen naar de wedstrijden kijken. Meedoen voelt dan vanzelf normaler. Het is sociaal bewijs. Dat ons geruststelt om zelf een stap vooruit te doen.
Het sociale bewijs ontbreekt voorlopig. Er zijn reclames, acties en ‘go left, go right’ van Snollebollekes. Maar weinig straten kleuren nog oranje en het ontbreekt aan de collega’s die al wekenlang nergens anders meer over kunnen praten.
Misschien gevolg van onze eigen schermpjes, eigen algoritmes en eigen meningen, in plaats van de paar programma’s waar we voorheen collectief naar keken. Of wellicht zelfs een toonbeeld van onze onzekerheid. Over de tijd en onze identiteit. We lijken zoekende door de talloze geluiden, stromingen en verschillende meningen die een stem krijgen.
Last van het BIRG-effect
Daar komt nog iets anders bij. Psychologisch wil ons brein eerst bewijs zien. Niet van de supermarkten met hun acties, maar van Oranje zelf. Het gaat om het BIRG-effect: basking in reflected glory. Mensen verbinden zich graag aan succes. Als Oranje wint is het ‘wij hebben gewonnen’, maar als het tegenzit ‘speelden ze slecht’. Zo beschermen we onszelf een beetje. Alsof het brein probeert in te schatten of het de moeite waard is om emotioneel in te stappen. En daarna pas vol overgave mee te doen.
De voorbereiding zit ons wat dat betreft tegen. De nederlaag tegen Algerije en een moeizame overwinning op Oezbekistan creëren een collectief voorbehoud. En ook bondscoach Ronald Koeman stookt het vuurtje niet bepaald op met zijn voorzichtig realisme. Hij verkoopt niet het verhaal zoals Van Gaal dat kon. Maar niets voor nuance, omdat we een team zouden zijn dat ‘lastig te verslaan is’.

Nederland is niet minder Oranje
Toch hoeft de conclusie niet somber te zijn. Nederland is niet minder Oranje geworden. Het lijkt erop dat we slechts wachten op het eerste teken dat het mag. Als het eenmaal wel gaat lopen kan het ineens snel gaan. Na een goede wedstrijd tegen Japan bijvoorbeeld. Met één geweldige goal waardoor de hele straat samen juicht. Een overtuigende overwinning, die voorzichtigheid verandert in enthousiasme. Waardoor ‘ze moeten het nog maar laten zien’ plots omslaat naar ‘als we Marokko en Noorwegen verslaan spelen we de kwartfinale tegen Engeland!’
Tijdens het WK maken we met miljoenen mensen allemaal hetzelfde mee. In de wedstrijden en in de aanloop naar hopelijk een heerlijke Oranjekoorts deze zomer. Met gezinnen, buren, vrienden en collega’s analyseren we die éne gemiste kans en lopen we alvast door de rest van het schema heen. Een uniek gevoel van verbondenheid, omdat we allemaal met hetzelfde bezig zijn.
Reken maar dat het straks toch ineens snel kan gaan. Dus haal de borrel in huis en zoek de vlag maar alvast op. De voorzichtige aanloop hoeft niets te zeggen over hoe het straks toch ineens los kan barsten. Wat we nodig hebben is een beetje collectief vertrouwen. In onze jongens en in onszelf. Dus, wie begint?
Consumentenpsycholoog Patrick Wessels combineert nieuwsberichten, wetenschappelijke artikelen en praktische tips, om dieper op de consumentenpsychologie in te gaan. Lees hier alle columns van Patrick Wessels.
(Foto: ANP)


