Handen met fotocamera en blauwe achtergrond

Hoe zit het? Sinds wanneer lachen we op foto’s?

Ogenschijnlijk simpele vragen zijn vaak het moeilijkst om te beantwoorden. In de rubriek Hoe zit het? proberen wij elke week het antwoord te vinden op zulke vraagstukken. Deze keer: sinds wanneer lachen we op foto’s?

Als u oude foto’s bekijkt dan valt het u misschien wel op dat bijna niemand lacht. Mensen keken vroeger vaak serieus of neutraal in de camera. Dat betekent niet direct dat de mensen in die tijd minder vrolijk waren. Het heeft te maken met hoe fotografie en techniek werkten, maar het heeft ook met gewoontes te maken. En niet lachen was toen de gewoonte.

Hoe is fotografie ontstaan?

Fotografie is ontstaan in de 19de eeuw. In 1839 wordt de eerste succesvolle techniek geïntroduceerd: daguerreotypie. Bij dit proces wordt een beeld vastgelegd op een verzilverde metalen plaat met behulp van licht en chemische stoffen. Het maken van zo’n foto is ingewikkeld en duurt lang. Mensen laten in die tijd hun portret meestal maken door een professionele fotograaf, vaak in een studio.

In de beginjaren van fotografie moest iemand soms minutenlang stilzitten voordat de foto klaar was. De camera had namelijk veel tijd nodig om genoeg licht op te vangen. Bewoog u te veel? Dan stond u er wazig op. Omdat het zo lang duurde om een foto te maken, was het lastig om langere tijd een glimlach vast te houden. Daarom keken mensen vaak neutraal of serieus. Fotografen lieten zich in die tijd ook inspireren door schilderijen. Daarop staan mensen vaak serieus afgebeeld. Een portret moest een serieuze uitstraling hebben. Een lach paste daar in die tijd niet bij.

Het was vroeger ook kostbaar en bijzonder om een foto te laten maken. Mensen gingen niet zomaar op de foto. Foto’s werden vaak gemaakt bij belangrijke momenten zoals een huwelijk of voor een familieportret. Zo’n foto is bedoeld om lang te bewaren. Een lachende blik paste daarbij niet binnen de norm toentertijd.

Verbeterde technieken

Technieken verbeteren door de jaren heen en in de loop van de 19de eeuw wordt het steeds toegankelijker en makkelijker voor mensen om zelf foto’s te maken. Rond het begin van de 20ste eeuw worden camera’s kleiner en goedkoper waardoor steeds meer mensen zelf hun foto’s kunnen maken. Ze worden daardoor niet alleen meer in een studio gemaakt, maar ook thuis, op vakantie of tijdens feestjes. Daardoor worden foto’s minder plechtig en meer een herinnering aan iets leuks.

Vanaf ongeveer 1920 wordt lachen op foto’s steeds normaler. De kortere belichtingstijden, ofwel: sluitertijd, van de camera maken het makkelijker en sneller om een spontane foto te maken en een glimlach vast te leggen. Ook de cultuur verandert. In films en reclames zijn steeds vaker lachende gezichten te zien. Een glimlach straalt vriendelijkheid uit en zo ontstaat het idee dat je op een foto hoort te lachen.

Neutrale blik voor officiële documenten

Toch lachen we niet altijd op een foto. Voor een paspoort of identiteitskaart moet u neutraal in de camera kijken en uw mond gesloten houden. Dat is een officiële eis van de Rijksoverheid. Uw gezicht moet namelijk goed herkenbaar zijn als uw identiteitsbewijs wordt gecontroleerd. Door te lachen verandert de vorm van uw wangen, ogen en mond waardoor het moeilijker wordt om iemand goed te herkennen. Zowel mensen als moderne computersystemen vergelijken foto’s met uw gezicht, bijvoorbeeld bij grenscontroles. Als u lacht is het moeilijker om uw gezicht nauwkeurig te vergelijken met de foto op uw identiteitsbewijs.

Een foto was vroeger vooral serieus en plechtig maar tegenwoordig draait het vaak om het vastleggen van een spontaan moment en daar hoort voor veel mensen een glimlach bij.

(Bron: NPO Kennis, time.com, knack.be, Rijksoverheid. Shutterstock)

Geef een reactie