Nederlanders nog steeds erg gelukkig

Nederlanders zijn nog steeds erg gelukkig. Dit blijkt uit onderzoek van het CBS, uitgebracht op de internationale dag van geluk. Gezondheid, werk en relaties zijn de belangrijkste factoren die bepalen of iemand zich gelukkig voelt of niet. Opvallend: mensen in de leeftijdsgroep 65- 75 jaar zeggen het vaakst gelukkig te zijn. 89,4 procent van deze groep noemt zichzelf gelukkig.

De grote meerderheid (87 procent) van de Nederlandse volwassenen zegt gelukkig te zijn. Slechts een kleine groep van 3 procent vindt zichzelf ongelukkig. De overige 10 procent is niet gelukkig en niet ongelukkig. 55- tot 65-jarigen zijn het minst vaak gelukkig: 85,7 procent in deze leeftijdscategorie is gelukkig. 3,1 procent is ongelukkig en 11,2 procent is niet gelukkig, niet ongelukkig.

Geluksfactoren

Gezondheid, werk en relaties bepalen in grote mate hoe mensen geluk ervaren. 95 procent van de mensen die hun eigen gezondheid als zeer goed bestempelen zegt gelukkig te zijn. Onder degenen die vinden dat hun gezondheid slecht of zeer slecht is, is dat 54 procent.

Partner

Ook het hebben van een partner speelt een belangrijke rol bij geluksgevoelens. Nederlanders met een partner noemen zichzelf vaker gelukkig (92 procent) dan mensen die geen partner hebben (79 procent). Maar mensen die niet tevreden zijn over de relatie met hun partner zijn minder gelukkig (65 procent) dan mensen zonder partner (79 procent). Wat hier oorzaak en gevolg is, is overigens niet duidelijk voor het CBS. Zijn minder gelukkige mensen vaker ontevreden over hun partner (en andere zaken), of leidt een slechte relatie tot minder geluk?

Sociale contacten

Sociale contacten zijn ook van belang. Vooral de frequentie waarmee mensen contact met hun vrienden hebben hangt sterk samen met het ervaren van geluk. Verder is er ook een samenhang tussen het hebben van werk en geluksgevoelens. Van de mensen met betaald werk is 91 procent gelukkig, tegenover 81 procent van degenen die geen betaald werk hebben.

Geld

Ook geld speelt een rol. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger het ervaren geluksgevoel. Zo zegt 6 procent van de ondervraagden met de laagste inkomens ongelukkig te zijn, en 16 procent ‘niet gelukkig en niet ongelukkig’. Bij de hoogste inkomens is dat 1 en 6 procent. De verschillen hebben voor een deel te maken met andere factoren, zoals gezondheid, onderwijsniveau en het hebben van een relatie. Als daarmee rekening wordt gehouden, worden de verschillen in geluk tussen de inkomensgroepen kleiner. Er is dan geen verschil meer in geluksgevoel tussen de eerste en tweede inkomensgroep en ook niet tussen de derde en vierde groep. De verschillen tussen de andere inkomensgroepen blijven wel bestaan.

Eigen geluk berekenen

Het CBS doet dit onderzoek sinds 2013. De mate waarin mensen zich gelukkig voelen is sinds die tijd stabiel. Wilt u uw eigen geluksscore berekenen en vergelijken met die van anderen in Nederland? Dat kan met de CBS geluksmeter.

(Bron: CBS)

Geef een reactie