Suze Groeneweg, de eerste vrouw in de Tweede Kamer

Nog voor het kiesrecht voor vrouwen is ingevoerd, betreedt de eerste Nederlandse vrouw als Kamerlid de Tweede Kamer: Suze Groeneweg. Nu 100 jaar geleden baant de onderwijzeres de weg vrij voor andere vrouwen om plaats te nemen in ons parlement. Maar nog steeds is er van gelijke verdeling van zetels in de Kamer tussen man en vrouw geen sprake. Nog nooit heeft in Nederland een vrouw het hoogste ambt, dat van premier, mogen bekleden.

100 jaar na de intrede van Groeneweg in de Tweede Kamer zijn 49 van de 150 Kamerzetels ingenomen door vrouwen. Een terugblik op de afgelopen 35 jaar leert dat vrouwen het meest zijn vertegenwoordigd in GroenLinks. De partij heeft ook meerdere vrouwen als lijsttrekker gehad. De enige partij die volledig uit vrouwen bestaat, is de Partij voor de Dieren.

De SGP heeft uit principe nog nooit een vrouw voorgedragen voor de Tweede Kamer. De partij beroept zich op teksten uit de Bijbel. De man is volgens de SGP “het hoofd van de vrouw” en het regeerambt is aan de man voorbehouden. In 2010 besluit de Hoge Raad dat vrouwen wel degelijk verkiesbaar moeten kunnen zijn. Het bestuur van de partij besluit in 2013 vrouwen dat recht toe te kennen.

Sinds de wetwijziging van 1919 mogen vrouwen ook naar de stembus. Een jaar eerder al mogen vrouwen zich wel verkiesbaar stellen, maar mogen zij niet stemmen. Dit heet het passief kiesrecht. In Nederland mogen vrouwen in 1922 voor het eerst stemmen. Nederland is daar relatief vroeg bij als je dat vergelijkt met buurland België waar vrouwen in 1948 kiesrecht krijgen. Zwitserland maakt het nog bonter aangezien de Zwitserse vrouw pas in 1971 gebruik mag maken van het kiesrecht.

Suze Groeneweg 3 juli

Suze Groeneweg wordt op 4 maart 1875 geboren in Strijensas, Zuid-Holland. Ze is het 3e kind van 5 uit het landarbeidersgezin Groenweg. Haar moeder heeft zichzelf op latere leeftijd leren lezen en schrijven en wil dat Suze doorleert. In 1889 gaat Suze naar de Rijksnormaalschool om te worden opgeleid tot onderwijzeres. Als 16-jarige staat ze al voor de klas in Strijensas. Ze behaalt haar diploma in 1893 en werkt als onderwijzeres in verschillende plaatsen in Zuid-Holland. Vanwege de slechte behandeling van meisjes op het opvoedingsgesticht in Montfoort waar ze dan werkt, wordt ze lid van de Bond van Nederlandse Onderwijzers. Ook wordt zij actief in de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken. In mei 1903 wordt ze lid van de SDAP.

In oktober van dat jaar verhuist Suze Groeneweg naar Rotterdam. Ze wordt lid van het afdelingsbestuur en later van het federatiebestuur. Ze is verlegen en bescheiden, maar wel een uitstekend redenaar. Tijdens de kiesrechtacties voor vrouwen krijgt ze landelijke bekendheid. Ze is binnen de afdeling Rotterdam één van de initiatiefnemers voor de oprichting van de vrouwenpropagandaclub. Ze is een tegenstander van de in 1908 opgerichte Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs die onder meer als taak heeft de vrouw te bevrijden en te werken aan de zelfstandigheid. Een aparte positie zou volgens Groeneweg de minderwaardigheid van vrouwen bevestigen. Suze Groeneweg: “Mijn ervaring is, dat als de vrouwen zich zelf maar op de voet van gelijkheid met den man plaatsen, zij ook volkomen als gelijken erkend worden.” Op het SDAP-congres van 1913 zegt ze: “Elk jaar heb ik mijn tegenzin overwonnen en ben ik naar de jaarvergadering der vrouwen gegaan en elk jaar ben ik er ziek van thuis gekomen. Ik voel het als iets tegennatuurlijks, dat daar een groepje van hetzelfde geslacht zich afzondert en daar aardig en lief tegen elkaar doet.”

‘Groenewegje’

In 1914 wordt Suze Groeneweg gekozen tot het partijbestuur. In 1918 staan 2 vrouwen op verkiesbare plekken op de kieslijst van de SDAP voor de Tweede kamer, te weten Suze Groeneweg en Carry Pothuis. Suze Groeneweg is de enige die genoeg stemmen binnenhaalt en als enige vrouw een zetel in de Kamer krijgt. Ze krijgt een eigen kleedkamer en de gang die er naar leidt heet vanaf dat moment het ‘Groenewegje’. Dit kan humoristisch zijn bedoeld, maar het is tegelijk een verwijzing naar een straat in de Haagse hoerenbuurt.

Vanaf het begin van haar Kamerlidmaatschap moet ze als enige vrouw opboksen tegen de vooroordelen van 99 mannen in de Tweede Kamer, die destijds uit 100 leden bestaat. Tijdens haar maidenspeech zijn de overige Kamerleden meer bezig met het zoeken naar dubbelzinnigheden in haar toespraak dan naar te luisteren wat ze te zeggen heeft. Door haar doorzettingsvermogen, kennis, alsmede haar talent voor het spreken in het openbaar, weet de eerste vrouw in de Kamer haar lidmaatschap tot een succes te maken. Na de verkiezingen van 1922 komen 7 vrouwen in de Kamer en is ze niet de enige meer.

Ze zet zich in op gebieden als onderwijs, drankbestrijding, vrouwenrechten, zwangerschapsverlof, antimilitarisme en het recht op betaalde arbeid voor vrouwen. Ze is gematigder dan veel vrouwen uit de vrouwenbeweging, getuige haar opvatting dat de man voldoende loon moet verdienen om het gezin te onderhouden zodat getrouwde vrouwen niet meer buitenshuis hoeven te werken. Mede op haar initiatief komt er in 1927 een huishoudschool voor meisjes in Rotterdam.

In 1937 moet ze noodgedwongen door ziekte stoppen met werken. In 1940 zegt ze over haar entrée in de Tweede Kamer: “Wanneer ik als Kamerlid mislukte, dan zouden de vrouwen het gedaan hebben. Ik was het eerste vrouwelijke Kamerlid en ik was door mannen gekozen… Als ik blunders gemaakt zou hebben, was er natuurlijk direct geroepen dat de vrouwen het niet konden en dan waren de vrouwen ineens een heel eind achterop geweest in hun strijd voor gelijkberechtigdheid.”

Suze Groeneweg is nooit getrouwd geweest en heeft daarom, wat in die tijd als getrouwde vrouw gebruikelijk is, haar baan niet hoeven opgeven. Suze Groeneweg overlijdt op 19 oktober 1940 in Barendrecht. Ze is 65 jaar geworden.

Enkele vrouwen op belangrijke posities in de Tweede Kamer

Suze Groeneweg is dus de eerste vrouw in de Tweede Kamer. Als in 1922 het Algemeen Kiesrecht voor mannen en vrouwen wordt ingevoerd, breidt het aantal vrouwen zich uit, zij het in wisselende getallen. Het duurt nog tot 1953 voordat de eerste vrouw staatssecretaris wordt. Dat is Anna de Waal voor de KVP die staatssecretaris voor Onderwijs wordt. De KVP levert tevens de eerste minister, namelijk de wis- en natuurkunde Marga Klompé die in 1956 minister van Maatschappelijk Werk wordt. Zij is ook de eerste vrouw die de eretitel minister van Staat mag dragen.

Haya van Someren is in 1959 met haar 32 jaar de jongste vrouw van het parlement. Zij zit in de Kamer voor de VVD. In 1969 wordt zij partijleider van de VVD, de eerste vrouwelijke leider van een politieke partij in Nederland.

In 1977 is Ria Beckers voor de PPR de eerste vrouwelijke lijsttrekker en na de verkiezingen van 1977 de eerste vrouwelijke fractievoorzitter in de Tweede kamer.

Tweede Kamer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het kabinet-Kok II regeert ons land van augustus 1998 tot en met juli 2002. Voor het eerst krijgt Nederland vrouwen als vicepremiers. Het zijn Els Borst van D66, tevens minister van Volksgezondheid en Annemarie Jorritsma, tevens minister van Economische Zaken.

Tweede Kamer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jorritsma, Kok en Borst.

Nederland kent tot op heden 4 vrouwelijke voorzitters van de Tweede Kamer. Jeltje van Nieuwenhoven van de PvdA is de eerste vrouw, die van 1998 tot 2002 het ambt bekleedt. Van 2006 tot 2012 is het de beurt aan Gerdi Verbeet voor de VVD. Zij wordt opgevolgd door partijgenoot Anouchka van Miltenburg die voorzitter van de Tweede kamer is tot eind 2015. Onze huidige Kamervoorzitter heet Khadija Arib van de PvdA. Zij zit de Kamer voor vanaf begin 2016.

Neelie Kroes, grootste vrouwelijke kanshebber op het premierschap ooit?

Neelie Kroes is staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van eind 1979 tot en met september 1981 en van november 1982 tot en met november 1989 minister van dat departement. Vanaf november 2004 is zij Europees Commissaris voor Nederland op het gebied van Mededinging en vanaf 2010 tot en met november 2014 op het gebied van de Digitale Agenda.

Tweede Kamer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een interessante wetenswaardigheid is dat Kroes 3 keer voorkomt op de lijst van het zakenmagazine Forbes van meest invloedrijke vrouwen ter wereld. In 2005 bezet ze plaats 44, in 2006 plaats 38 en in 2007 plaats 59. Kroes is meerdere malen genoemd als mogelijke premier, maar is het nooit geworden. Uit een onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel uit 2010 bijvoorbeeld blijkt dat 37 procent van de ondervraagden Kroes steunt als kandidaat premier. Ze krijgt verreweg de meeste steun en dus ook meer dan Mark Rutte, die vanaf 2010 premier van Nederland is.

Belang van vrouwen in de politiek

Pas in de afgelopen decennia is het aantal vrouwen in de Tweede kamer toegenomen. In 2010 zit het hoogste aantal vrouwen in de Kamer in de geschiedenis, namelijk 64. Vanaf ongeveer 2000 wordt ongeveer een derde van het aantal zetels bezet door vrouwen, daarvoor is het aantal vaak beduidend minder.

Volgens politicoloog Liza Mügge zijn er verschillende redenen waarom er meer vrouwen in de politiek moeten komen. Mügge in een interview met de NOS: ”Je kan bijvoorbeeld zeggen dat het rechtvaardig is dat als de helft van de samenleving uit vrouwen bestaat, dit ook zichtbaar moet zijn in de politiek. Een ander argument is dat vrouwen andere punten inbrengen in hun werk en daardoor het aantal perspectieven groter wordt. Wat ik zelf heel belangrijk vind is de symbolische waarde. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat als er meer vrouwen in de politiek zitten, dat een positief effect heeft op jonge vrouwen die Kamerlid of politicus willen worden. Ze hebben dan rolmodellen. En dat is zeer belangrijk, want de topposities zijn nog ongelijk verdeeld. Als meer vrouwen Kamerlid worden, schuiven zij automatisch makkelijk door naar een ministerpost.”

Nu 100 jaar na de intrede van Suze Groeneweg als volwaardig Kamerlid, is in Nederland, net als in veel andere landen, van gelijke politieke macht tussen man en vrouw geen sprake. En er is nog nooit een Nederlandse vrouwelijke premier geweest, iets dat in ons omringende landen als Groot-Brittannië, Duitsland en Denemarken wel het geval is. De vraag dringt zich dus op of er te weinig geschikte vrouwen zijn voor de politiek en het premierschap, of dat we te maken hebben met een mentaliteitsprobleem van vooroordelen tegen vrouwen aan de top.

Bekijk meer historische feiten van 3 juli. 

(Bron: NOS, AT5, elsevierweekblad.nl, socialhistory.org, parlement.com, historiek.net, trouw.nl, Wikipedia.)

Geef een reactie