Gijzelingsacties van jonge Molukkers in de jaren 70

In de jaren 70 van de vorige eeuw wordt Nederland opgeschrikt door verschillende gijzelingsacties van teleurgestelde en woedende Molukse jongeren. De eerste gijzeling vindt plaats op 31 augustus 1970. De 2e generatie Molukkers in Nederland vindt dat de Nederlandse regering haar afspraken niet heeft nagekomen om zich in te zetten voor de onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken. Ze besluiten daarom hun woede en frustratie om te zetten in terreurdaden, waarbij meerdere doden en gewonden vallen.

Begin jaren 70 zijn gijzelingsacties onbekend in Nederland. Daar komt verandering in als woedende Molukse jongeren meerdere gijzelingsacties ondernemen als gevolg van de teleurstelling over het uitblijven van de onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken. Begin jaren 50 komen Molukse oud-KNIL-militairen met hun gezinnen naar Nederland. Hun verblijf zou tijdelijk zijn. Als er na 20 jaar nog geen uitzicht is op een terugkeer naar de Molukken, neemt de 2e generatie Molukkers het recht in eigen handen en gaat over tot gewelddadige acties om hun doel te bereiken.

Geschiedenis Molukken en Nederland

Buitenlandse machten, waaronder Nederland, zijn begin 16e eeuw geïnteresseerd in de natuurlijke rijkdommen van Indonesië en dan met name in specerijen. De VOC, die in 1602 wordt opgericht, importeert specerijen als kruidnagel en nootmuskaat naar Nederland die oorspronkelijk alleen op de eilandengroep de Molukken voorkomen. Na de Napoleontische tijd, waarin Nederland een onderdeel is van het Franse Keizerrijk, ontstaat in 1815 het Koninkrijk der Nederlanden. In 1816 neemt het nieuwe koninkrijk de macht over in de hele Indonesische Archipel, dat vanaf dat moment Nederlands-Indië heet.

Na de terugval van de prijzen van specerijen eind 19e eeuw, treden veel Molukkers in dienst van het Nederlandse Gouvernement. De Ambonezen, inwoners van het eiland Ambon, één van de eilanden van de Molukken, gaan aan de slag als ambtenaar, hulppredikant of onderwijzer. Of nemen dienst in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), waarin Molukkers een bevoorrechte positie bekleden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, als Japan Nederlands-Indië bezet, vechten zij tegen die Japanse overheersing. Na de Tweede Wereldoorlog roept Soekarno de Republiek Indonesië uit. Nederland probeert via 2 zogenaamde politionele acties zijn kolonie terug te krijgen. Veel jonge Molukkers nemen dienst in het KNIL. Onder druk van de Verenigde Naties erkent Nederland de soevereiniteit van Indonesië op 27 december 1949. Indonesië wordt een deelstatenrepubliek. Alleen Nederlands Nieuw-Guinea blijft tot 1962 Nederlands, waarna het in Indonesische handen komt. Nederland probeert tijdens de onderhandelingen over de autonomie van Indonesië een speciale status te bedingen voor de Zuid-Molukken. Dat mislukt en de Molukken worden onderdeel van de deelstaat Oost-Indonesië.

Vlak na de officiële erkenning van Indonesië door Nederland verandert president Soekarno Indonesië de deelstatenrepubliek in een eenheidsstaat. Een deelstatenrepubliek of federatieve staat, zou meer zelfstandigheid geven aan delen van Indonesië, zoals de Zuid-Molukken, de Minahassa, Oost-Timor en Nederlands Nieuw-Guinea. Veel Molukkers verzetten zich daarom tegen de eenheidsstaat en roepen op 25 april 1950 op Ambon op initiatief van Chris Soumokil, J.H. Manuhutu en Ir. Johan Manusama, de Republiek der Zuid-Molukken, de Republik Maluku Selatan (RMS), uit. Manuhutu wordt de eerste president van de RMS. Hij wordt op 3 mei 1950 al opgevolgd door Soumokil. Soekarno stuurt zijn leger op Ambon af, waarna de RMS-regering uitwijkt naar het eiland Ceram vanwaaruit de RMS-regering een guerrillaoorlog begint. In 1963 wordt Soumokil gevangen genomen en ter dood veroordeeld. Er komt een einde aan de guerrillaoorlog. Begin 1966 komt generaal Soeharto in Indonesië aan de macht. De Nederlandse regering probeert gratie te krijgen voor Soumokil, maar doet dit tevergeefs: in de vroege ochtend van 12 april 1966 executeert een vuurpeloton de 2e president van de RMS op het eiland Obi. De inmiddels in Nederland wonende Ir. Johan Manusama wordt president van de RMS in ballingschap.

Ir. Johan Manusama

Ir. Manusama met een wandbord met daarop een afbeelding van zijn voorganger Chris Soumokil.

In 1950 wordt het KNIL opgeheven en de militairen mogen kiezen tussen demobilisatie of opgaan in het Indonesische leger. Een deel gaat op in dat leger, een ander deel kan geen keuze maken. Als gevolg van de guerrillaoorlog op Ambon en Ceram kunnen de militairen niet meer terug naar de Molukken. Ze willen daarom naar RMS-gebieden om mee te vechten of anders naar Nederlands Nieuw-Guinea. De Indonesische regering gaat daar niet mee akkoord, waardoor de Nederlandse regering in 1951 besluit de 12.500 militairen en hun gezinnen naar Nederland te verhuizen.

Molukkers in Nederland

Daar worden zij opgevangen als gewone burgers zonder militaire status, wat door velen als een schok wordt ervaren. Nederland staat na de oorlog in het teken van de wederopbouw en er heerst woningnood. De oud-militairen en hun gezinnen worden daarom ondergebracht in oude kazernes, kampen, kloosters en zelfs in de voormalige concentratiekampen Vught en Westerbork. De Molukkers krijgen voedsel, kledingbonnen en 3 gulden zakgeld per week. Zij willen zo snel als mogelijk terug naar een onafhankelijke staat en ook de Nederlandse regering gaat ervan uit dat de aanwezigheid van de Molukkers tijdelijk is. Daarom worden zij op hun woonorden geïsoleerd en dus niet gestimuleerd om te integreren in de Nederlandse samenleving. Hoewel solliciteren niet wordt aangemoedigd, verrichten veel Molukkers seizoenarbeid. De onrust op de eilanden woedt inmiddels voort en het wordt langzaam duidelijk dat de Molukkers niet meer terug kunnen. Nederland bemoeit zich niet meer met de kwestie tussen Indonesië en de RMS. De Molukkers zijn ontslagen uit militaire dienst, kunnen niet meer terug en leven in uitzichtloze situaties in de woonoorden. Ze voelen zich gepasseerd waardoor er onvrede en woede ontstaat. Vanwege het besef dat de Molukkers niet meer terug kunnen, moeten zij meer en meer voor zichzelf zorgen. In 1956 komt het tot de eerste ongeregeldheden op Westkapelle. Er wordt voedsel uit winkels gestolen en er worden briefjes achtergelaten met de tekst “op kosten van de staat”. Ook worden er kippen en ander voedsel gestolen bij boeren. De burgemeester laat het kamp omsingelen en er ontstaan gevechten waarbij schoten worden gelost en 9 inwoners van het kamp gewond raken.

De Nederlandse regering besluit de woonoorden op te heffen en de Molukkers in speciale voor hen gebouwde woonwijken onder te brengen. De regering denkt dat het groepsgewijs integreren de integratie van de Molukkers in de Nederlandse samenleving zal bevorderen. Dit opheffen van die woonoorden en het verhuizen naar de nieuwe woonwijken stuit op veel verzet van de Molukkers: er lijkt nu helemaal geen weg meer terug naar de Molukken en ze zien dit als een breuk met het vaderland en hun achtergebleven familie. Het leger en de marechaussee ontruimen de woonoorden en er breken gevechten uit. Dit leidt tot woede en wraakgevoelens onder de Molukkers.

Gijzeling Indonesische ambassade en poging tot gijzeling koningin Juliana

Als president Soumokil in 1966 wordt geëxecuteerd, gaan de Molukkers de straat op om te protesteren. Ook stichten zij brand in de Indonesische ambassade in Den Haag. In de jaren 60 protesteren de Molukkers nog relatief vreedzaam. In 1970 echter, als president Soeharto, die Soumokil heeft laten executeren, naar Nederland zal komen, zorgt dit voor grote woede onder de Molukkers.

De jonge Molukkers zijn de situatie in Nederland meer dan zat en nu komt ook nog eens de president van Indonesië, tegen wie hun ouders hebben gevochten, naar Nederland voor een staatsbezoek. Daarom bezetten 33 Molukse jongeren, van wie slechts 4 ouder dan 30 jaar, op 31 augustus 1970 de woning van de Indonesische ambassadeur in Wassenaar. Ze eisen een onderhoud tussen Soeharto en hun president ir. Manusama, hetgeen niet wordt ingewilligd.

gijzeling Wassenaar

Ze schieten een agent dood en gijzelen de aanwezigen. Zo’n 12 uur later, na onderhandelingen vanuit de tuin door ir. Manusama, premier de Jong, minister Luns en later ds. Metiary, geven zij zich over. Bij hun arrestatie schreeuwen de jonge Molukkers “Merdeka” hetgeen vrijheid en onafhankelijkheid betekent. Ze hebben de komst van Soeharto 48 uur weten uit te stellen en hebben veel publiciteit gegenereerd voor hun zaak.

Op 3 maart 1975 proberen Molukse jongeren koningin Juliana te gijzelen. Na een tip aan de politie worden 2 van hen in een auto met wapens en munitie aangehouden bij Lunteren. Juliana is echter op vakantie in Italië. 17 Molukse jongeren worden veroordeeld tot een gevangenisstraf oplopend tot 5 jaar. Doel van de Molukkers is het erkennen van de Nederlandse regering van de Republiek der Zuid-Molukken.

Gijzelingsacties Wijster, Indonesisch consulaat, De Punt en Bovensmilde

De radicalisering en de onvrede van de jonge Molukkers neemt toe. Nederland kan de belofte van een onafhankelijke staat op de Molukken niet nakomen. Daarom besluiten 7 Molukse jongeren een trein te kapen. Op 2 december 1975 trekken de Molukkers in de stoptrein Groningen-Zwolle aan de noodrem, waardoor de trein bij het Drentse dorp Wijster tot stilstand komt. De gijzelnemers schieten de machinist dood en gijzelen de reizigers. 2 dagen later bezetten 7 andere Molukse jongeren het Indonesische consulaat in Amsterdam. De treinkapers eisen dat Nederland de Molukse onafhankelijkheid steunt. “Wij vrije Molukse jongeren, verklaren deze actie pas te zullen beëindigen, als wij overtuigd zijn dat de Nederlandse regering het recht zal doen geschieden.” Tevens eisen ze een bus en een vliegtuig om te vluchten. De Nederlandse regering wil volgens de kapers niet snel genoeg instemmen met hun eisen.

Wijster treinkaping

Ze besluiten daarom 1 gegijzelde dood te schieten. Hij springt vlak voor zijn executie uit de trein, waarna de kapers op hem schieten. Hij doet alsof hij dood is en weet even later weg te rennen. Ook in het achterste treinstel weten passagiers, inclusief de conducteur, te ontsnappen. Vervolgens schieten de kapers de dienstplichtige soldaat Leo Bulter dood. Op 4 december wordt tevens de jonge econoom Bert Bierling doodgeschoten.

Ir. Manusama en de weduwe van Chris Soumokil onderhandelen met de gijzelnemers en na 12 dagen geven de kapers zich over. De gijzeling van het consulaat in Amsterdam komt op 19 december ten einde. Bij deze gijzeling is 1 medewerker om het leven gekomen. Alle gijzelnemers worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar.

De volgende gijzelingen vinden plaats bij de dorpen De Punt en Bovensmilde in Drenthe. Op 23 mei 1977 kapen 9 gewapende jonge Molukkers een intercity bij De Punt. Ze nemen 54 mensen in gijzeling, terwijl 40 mensen de trein mogen verlaten. Op diezelfde ochtend gijzelen 4 gewapende Molukse jongeren een school in Bovensmilde waar 105 kinderen en 5 onderwijzers aanwezig zijn. Ze eisen steun en publiciteit voor de RMS en willen dat de gevangenen van de vorige kapingen worden vrijgelaten. Ze dreigen met het opblazen van de school. Het kabinet Den Uyl vormt een crisisteam, bestaande uit premier Den Uyl, minister van Justitie Van Agt en minister van Binnenlandse Zaken De Gaay Fortman. Van Agt is voor hard ingrijpen, de andere 2 willen juist onderhandelen. De gijzelnemers van de school dwingen de kinderen “Van Agt, wij willen leven” te schreeuwen. Na een paar dagen wordt een aantal kinderen ziek. De gijzelnemers besluiten de kinderen en 1 zieke onderwijzer te laten gaan. Later blijken ze de bof te hebben.

gijzelingsacties Molukkers

Gehuld in lakens verlaten vrijgelaten kinderen de school.

Bij De Punt mogen 2 zwangere vrouwen en een zieke gegijzelde de trein verlaten. Het crisisteam onderhandelt 3 weken met de gijzelnemers, maar dat leidt tot niets. De regering besluit daarop in te grijpen. Pantserwagens rijden in op de school, waarna de gijzelnemers zich overgeven.

Nu de school is bevrijd, richt de aandacht zich volledig op de gekaapte trein bij De Punt. De onderhandelingen lopen op niets uit en de toestand in de trein is onhoudbaar, waarna de regering op 11 juni besluit tot ingrijpen. In de vroege ochtend vliegen straaljagers vlak over de trein om verwarring te veroorzaken. Met afluisterapparatuur en warmte detectieapparatuur weten de Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE) en de rijkspolitie ongeveer waar de gijzelnemers zich bevinden. Dan volgt de aanval van de mariniers, waarbij de kop van de trein met kogels wordt doorzeefd. De mariniers bestormen de trein en bij de vuurgevechten die daarop volgen worden 6 gijzelnemers en 2 passagiers gedood.

treinkaping De Punt

Het is nog steeds voer voor discussie welke instructies de mariniers hebben gehad: er zijn mariniers die stellen dat de Nederlandse regering de wens heeft uitgesproken dat geen van de gijzelnemers de kaping mag overleven, anderen spreken dit tegen. Van Agt heeft altijd het standpunt verdedigd dat de opdracht aan de mariniers “de kapers uit te schakelen” is geweest. De overlevende gijzelnemers krijgen een gevangenisstraf van 6 tot 9 jaar. Nabestaanden van de Molukkers voeren rechtszaken tegen de staat over de bevrijding van de trein: ze claimen dat er wel degelijk sprake is geweest van executies van gijzelnemers. De rechter oordeelt in juli 2018 dat er onvoldoende bewijs is dat de staat expliciet de opdracht heeft gegeven om de kapers te doden en dat het geweld van de mariniers achteraf gezien onjuist is, maar verschoonbaar omdat ze oprecht hebben gehandeld.

Gijzeling provinciehuis Assen en verbetering Nederlands-Molukse relatie

Ongeveer 10 maanden na het beëindigen van de treinkaping bij De Punt is het weer raak. 3 gewapende Molukkers dringen op 13 maart 1978 het provinciehuis van Drenthe in Assen binnen. Een aantal aanwezigen weet te ontsnappen. 72 mensen worden gegijzeld.

provinciehuis Assen

Na 1 uur schieten de gijzelnemers planoloog Ko de Groot dood en een journalist wordt in zijn buik getroffen. Ze eisen de vrijlating van de gevangen van eerdere Molukse gijzelingen. alsmede een vrije aftocht per vliegtuig en 13 miljoen dollar. Hun ultimatum verstrijkt op 14 maart om 14.00 uur, waarna ze zullen beginnen met het doodschieten van de gijzelaars. Wederom wordt de BBE ingeschakeld. Vlak na het verstrijken van het ultimatum, sluipen mariniers naar binnen. Er wordt over en weer geschoten en er vallen gewonden. De mariniers overmeesteren de 3 gijzelnemers. Die krijgen een gevangenisstraf van 15 jaar. Gedeputeerde Trip is ernstig gewond en overlijdt enkele weken later aan zijn verwondingen als gevolg van een kogel van een Molukker.

Hierna volgen geen gijzelingsacties meer van de Molukse jongeren. De acties zijn voortgekomen uit woede en frustratie van de 2e generatie Molukkers in Nederland, die zich miskend voelen in Nederland en vinden dat de Nederlandse regering haar belofte om zich in te zetten voor een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken heeft geschonden. In de jaren 80 wordt er hard gewerkt aan het verbeteren van de Nederlands-Molukse relatie. Dit resulteert onder andere in de zogenaamde Rietkerk-uitkering, een geldbedrag voor de eerste generatie Molukkers. Dit is een verzoenend gebaar van de Nederlandse regering richting de Molukkers. De uitkering is vernoemd naar de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Koos Rietkerk.

Premier Lubbers overhandigt ds. S. Metiary een gecalligrafeerd Besluit Rietkerk-uitkering.

Ook wordt een banenplan afgesproken, alsmede de aanpak van huisvestingsproblemen. Tevens wordt een museum in het vooruitzicht gesteld, wat later het Moluks Historisch Museum in Utrecht zal worden. In 1986 wordt De Herdenkingspenning komst Ambonezen naar Nederland ingesteld, ook wel de Rietkerk-penning genoemd. Deze wordt uitgereikt aan de naar Nederland overgebrachte Molukse oud-militairen van het KNIL.

(Bron: NPOFocus.nl, Anderetijden.nl, RD.nl, Geheugenvandrenthe.nl, Kunstencultuur.info.nl, Isgeschiedenis.nl, Wijster.info, Wikipedia) 

Geef een reactie

Reacties (2)

  1. Joseph Tetelepta says:

    De chronologische volgorde van acties is niet helemaal compleet. Want op zaterdag 10 september 1977 werden de Molukse wijken in Assen en Boven Smilde hermetisch afgesloten door 1200 soldaten en 200 pantservoertuigen.

    Willekeurige mensen werden opgepakt voor verhoor. Zo ook de familie van mijn vrouw en ons gezin. Onze dochter was toen 1 jaar oud moest ook mee de gevangenis in. Na verhoor bleek dat ze een vergissing hebben gemaakt

    Het origineel krantenartikel in de Telegraaf waarop te zien is hoe we werden afgevoerd heb ik nog steeds in mijn bezit. Ook de journaalbeelden van die dag.

    1. MAX Vandaag says:

      Beste meneer Tetelepta,

      Allereerst hartelijk dank voor uw aanvulling. Niet dat we ook maar iets uit deze geschiedenis willen overslaan, hebben we ons in dit artikel beperkt tot de reden van de gijzelingen en de gijzelingen zelf.

      Met vriendelijke groeten,
      Redactie MAX Vandaag