Invoegen invoegstrook snelweg

Veilig invoegen met de auto: meteen naar links of zo lang mogelijk op de invoegstrook blijven?

U rijdt in uw auto en u nadert de snelweg, via een toerit. Hoe werkt het dan ook alweer met invoegen? Is het de bedoeling dat u zo snel mogelijk invoegt of dat u juist zo lang mogelijk gebruik maakt van de invoegstrook?

Invoegen op een doorgaande weg? Dan heeft de ander voorrang

Volgens de ANWB geldt invoegen als een bijzondere manoeuvre. De weggebruikers op de doorgaande weg, aan de andere kant van de blokmarkering, hebben immers voorrang. Zij kunnen u helpen door hun snelheid te verminderen of door 1 rijbaan naar links op te schuiven. Maar dat zijn ze niet verplicht.

Nieuw advies: zo lang mogelijk op de invoegstrook blijven

Stap 1 van het invoegen is dus zorgen dat u genoeg ruimte heeft. En als dat eenmaal het geval is, schuift u dan zo snel mogelijk op naar links? Het lijkt voor de hand liggend en misschien heeft u dat nog zo geleerd tijdens uw rijlessen. Maar tegenwoordig geldt het advies om zo lang mogelijk op de invoegstrook te blijven. Want zo kunt u eerst op de juiste snelheid komen, voordat u invoegt. U mag bovendien rechts van de blokmarkering inhalen op een invoegstrook, zodat u veilig voor een andere bestuurder langs kunt kruisen.

Gemiddeld is een invoegstrook zo’n 200 meter lang, maar het kan zijn dat u minder ruimte heeft. Op zo’n korte invoegstrook (te herkennen aan het bijbehorende blauwe verkeersbord) kunt u natuurlijk minder lang wachten met invoegen, anders belandt u op de vluchtstrook. Zorg dus sowieso dat u een goed overzicht heeft op het verkeer om u heen. Blijf constant in uw spiegels en over uw schouder kijken en geef richting aan als u invoegt. En pas uw snelheid aan op de snelheid van de overige weggebruikers. De ANWB legt in deze animatievideo uit wat er precies komt kijken bij veilig invoegen.

Accepteer de cookies om dit element te weergeven.

Uit- en invoegen: let goed op in de weefvakken

Wees extra goed op uw hoede in de zogeheten weefvakken, waar u kunt uit- én invoegen. Op dit soort stroken kunnen auto’s dus van links naar rechts, maar ook van rechts naar links bewegen. Degenen die niet invoegen en op de weefstrook blijven rijden, hebben dan voorrang, zoals MAX vakantieman in dit artikel uitlegt. Maar wat als de ene bestuurder invoegt en de andere tegelijkertijd uitvoegt? Vervelend genoeg is er geen duidelijke voorrangsregel voor zo’n situatie. Dan is het helemaal zaak om goed te blijven kijken, duidelijk richting aan te geven en op uw snelheid te letten.

(Bron: MAX vakantieman, Algemeen Dagblad, ANWB, CBR, AutoWeek, Theoriecursus.nl, Univé. Foto: TasfotoNL/Shutterstock)

Geef een antwoord

Reacties (3)

    Johan Dekkers says:

    Ik heb al in 1970 geleerd dat je zo lang mogelijk op de invoegstrook snelheid moet maken. Dit is vandaag de dag niks nieuws. Doe ik altijd.

    beltesassar1 says:

    Ben je ook wel eens naar de linker baan gedrukt is door een invoeger die op het eind van zijn invoegstrook zat?

    1. Zorg eerst dat je veilig op de invoegstrook komt te rijden. Vooral bij het verlaten van tankstations langs snelwegen voegen rijstroken vaak samen. Kijk daar vooral goed uit..
    2. Zodra je op de invoegstrook naast de snelweg rijdt moet je zo snel mogelijk de snelheid bereiken van de auto’s links naast je. Dus flink gas geven. Met een elektrische auto bereik je die snelheid heel snel. Nu heb je nog veel invoegstrook voor je liggen en ga je met een rustig gevoel kijken tussen twee auto’s voldoende ruimte lijkt te komen.
    3. Geef met je richtingaanwijzer aan dat je wilt invoegen. Is er niet voldoende ruimte? Geen probleem want de, nu nog lange invoegstrook, geeft je de tijd om iets langzamer of sneller te rijden naar een ruimte waar je wel in kunt voegen. Of even wachten op een invoegmoment. Dat komt snel want het is veilig invoegen als beide auto’s even hard rijden.

    Het voordeel van deze manier is dat je niet door het naderende eind van de invoegstrook gestrest raakt. Je houdt zicht op veel invoegstrook, zeker als we allemaal elektrisch rijden. Ook doet deze manier van invoegen een beroep op anticiperend rijden. Een essentiele vaardigheid op drukke wegen.

    Loes63 says:

    Toevallig had ik zaterdag zoiets. Ik wilde de snelweg af waar anderen erop wilden. Mijn snelheid was flink hoger en er was een hele lange afrij/oprijstrook, dus ik reed door om voor de voorste twee bijna aan elkaar geplakte auto’s te komen die voor het oprijden van de snelweg net bij de blokken aankwamen. Tot mijn schrik trok de voorste auto gewoon het stuur om en ging naar links. De auto die erachter plakte werd wakker en gaf gas waardoor ik alsnog naar rechts kon. Dit op de eerste meters van de af- en oprit. Er was nog een heel lang stuk om te kunnen afslaan.
    Iets inhouden om erachter of ertussen in te voegen kon eerder ook niet omdat daar geen ruimte voor was.
    Hierbij dan ook meteen het andere probleem.. dat aan elkaar vastplakken bij het af- en oprijden. Zo ook bij klavertjes. Zorg dat er ruimte is om te kunnen uit- en invoegen.