Maxime op reis: veelzijdig Bonaire

Onder de noemer ‘Maxime op reis’ leest u regelmatig verhalen over de eigen reiservaringen van de redactie van MAX Vandaag. Deze keer ons tropisch Neerlands trots: Bonaire. Het rustige zusje van Aruba en Curaçao heeft één van de mooiste duik-en snorkellocaties ter wereld en is ook bóven het wateroppervlak ongekend veelzijdig. Maxime op reis verkent het eiland in de Caribische Zee, en blijft gewoon lekker Nederlands praten.

Plat land

‘Plat land’, betekent Bonaire, leren we van onze gids Genio Need, die ons meeneemt in zijn bus voor een 3 uur durende tour over zijn eiland. Dit is dé manier om in vogelvlucht kennis te maken met Bonaire – van noord tot zuid nog geen 40 kilometer lang. Langs de boulevard van hoofdstad Kralendijk liggen talloze restaurants en in het water dobberen kleurrijke vissersboten. Op het eiland zijn maar 6 dorpen, de rest is natuur, vertelt onze gids. We zien geen hoogbouw, geen stoplichten, het is een en al idylle. Toch is het niet altijd zo: zodra er gigantische cruiseschepen aanmeren overspoelen 7.000 dagtoeristen Kralendijk en is het gedaan met de rust. ,”Dat zijn inderdaad best veel mensen op een stad met zelf zo’n 15.000 inwoners. Maar voor ons is het natuurlijk big business”, zegt Genio. Bonaire moet het hebben van het toerisme.

Zoutpannen

Ondanks zijn naam is Bonaire zo plat nog niet, zien we als na de bocht een immense berg opdoemt. ,”We hebben flamingo’s én onze Brandaris”, vat Genio het eiland samen. 241 meter hoog is de berg, en hij raadt ons aan hem een keer te beklimmen vanwege het fantastische uitzicht. De tour voert langs de zoutpannen in het zuiden, waar nog steeds zout voor Amerikaanse export wordt gewonnen. Vroeger werkten hier slaven die in levensmiddelen werden uitbetaald. Ook in zout, sal, waar het woord ‘salaris’ van afstamt. Even verderop langs de kust zien we de witte en gele slavenhuizen van amper twee bij twee meter, waar ze woonden.

Slavenhuisjes, Bonaire

Flamingo’s

Bij Kite Beach (Atlantis), in het zuidwesten van het eiland, hangen tientallen kites in de lucht. Het is de enige plek op het eiland waar kitesurfers direct vanaf land de zee in mogen om te kiten. We passeren talloze duik-en snorkelplekken, waarvan ‘1000 steps’ met overhellende rotspartijen boven een turquoise zee toch wel één van de mooiste is. En we zien flamingo’s bij Goto Lake. Nooit geweten dat flamingo’s roze en oranje worden door bacteriën in algen en garnalen die ze eten!

Flamingo, Bonaire

Wandelen in Slagbaai

Na de inspirerende dagtour over het eiland strikken we ’s morgens vroeg de veters van onze wandelschoenen, om niet veel later in rap tempo achter ranger Luigi en biologe Caran aan te marcheren. We zijn in Washington Slagbaai Nationaal Park, een immens park dat eenvijfde van het eiland beslaat. U kunt het prima op eigen houtje met landkaart ontdekken, maar met de rangers van natuurorganisatie Stinapa weet u ook wát u ziet. Het park bestaat uit vulkanisch gesteente en aloë vera aan de ene kant en uit lijmsteen en olijfbomen aan de andere kant, en was ooit eigendom van een familie die hier geiten hield. Ze gaven het park mét de geiten aan Stinapa, op voorwaarde dat hier nooit gebouwd zou worden.

Nieuwsgierig hangt een kolibrie met onzichtbaar snel roterende vleugeltjes voor ons in de lucht. Af en toe houden we halt voor een traag overstekende leguaan. We horen vogelgekwetter en de mekkerende geiten, terwijl we ons een weg banen tussen de hoge kadushi cactussen. Af en toe passeren we andere toeristen. Een stel met 2 jonge kinderen groet ons, terwijl ze uitpuffen onder de schaduw van een metershoge cactus.

Slagbaai, Bonaire

Paradijs

Na de wandeling nemen we afscheid van onze gidsen en gaan we verder met een fourwheeldrive. Die blijkt onmisbaar in Washington Slagbaai National Park. Moeiteloos trotseren we de hobbels, kuilen en steile zandpaden, een dikke stofwolk achter ons latend. Bij Wayaka 2 strekken we de benen. Over de rotswand ontwaren we een spierwit strand in halve maan, met aquamarijn water. Geen twijfel mogelijk: we hebben ons paradijs gevonden…

Wat mag u niet missen op Bonaire?

  • Elk jaar op 30 april viert het dorp Rincon Dia di Rincon het traditionele oogstfeest. Een grote optocht met praalwagens en uitgedoste Bonairianen leveren een flinke portie eilandvrolijkheid.
  • Een snorkel & sunset trip bij Klein Bonaire – een onbewoond natuureiland voor de kust van Bonaire. Het onderwaterleven is spectaculair, met pijlstaartroggen, papegaaivissen en groene schildpadden die stukjes meezwemmen. Na het snorkelen al dobberend genieten van een hapje en drankje terwijl de ondergaande zon de wereld roze en oranje kleurt.
  • Vogels spotten met een gepassioneerde vogelkenner is een avontuur. Met verrekijker in de aanslag zijn de veren bijna te tellen van de vele flamingo’s, papegaaien, driekleurreigers en suikerdiefjes.