MAXime op reis: een verkenningstocht op Kreta
Publicatiedatum: 27 juni 2026
Onder de noemer ‘MAXime op reis’ leest u regelmatig verhalen over de eigen reiservaringen van de redactie van MAX Vandaag. Deze keer reizen we af naar één van de Griekse eilanden: Kreta.
Voor ons onbekend Kreta
Kreta is een nog onbekend eiland voor ons. Wanneer we ons vooraf verdiepen in het eiland, blijkt het ook veel groter te zijn dan gedacht. Zo blijken er zelfs 3 internationale luchthavens op het eiland te zijn: Heraklion, Chania en Sitia. Die liggen netjes verspreid over het breed uitgestrekte eiland.
Keuze uit drie vliegvelden: Heraklion, Chania en Sitia
Bij het uitzoeken van de locatie waar we willen verblijven, houden we dan ook rekening met naar welke luchthaven we willen vliegen. Heraklion is de grootste, het is ook de hoofdstad van het eiland. Chania is de tweede grootste. De aankomst- en vertrektijden van beide variëren nogal. We besluiten op Heraklion te vliegen en vanaf daar een auto te huren. Leuk om te weten: het vliegveld van Heraklion ligt aan zee. Dus wanneer we gaan landen, lijkt het even alsof we ín de zee gaan landen. Gelukkig komen we gewoon op de landingsbaan terecht.
Het eiland blijkt veel groter dan gedacht
Vooraf dachten we met een huurauto een groot gedeelte van het eiland wel te kunnen zien. Maar al tijdens de verdere research komen we erachter dat het toch echt wel een groot eiland is. En ook later tijdens onze vakantie merken we dat vooral de (slechte) wegen er ook voor zorgen dat je er lang over doet om ergens te komen.
Rethymnon als basis
We verblijven in een dorpje in de buurt van Rethymnon. Dit is de derde grootste stad van het eiland. Er zijn trouwens verschillende schrijfwijzen van deze plaats, het wordt ook wel als Rethimnon of Rethymno geschreven. Het wordt online weleens beschreven als het Venetië van Kreta. Daar zijn we het niet helemaal mee eens. Want er zijn geen kanalen door de plaats heen. Maar we snappen de link met de Venetianen wel.
Een korte geschiedenis van Kreta
Want Kreta is in de geschiedenis in handen geweest van verschillende landen of steden. Van 1209 tot 1669 is de Venetiaanse heerschappij. Er zijn in de grotere steden nog veelal verwijzingen hiernaar. Zo staan in Rethymnon en Chania een Venetiaans fort. Daarna breekt een tijd van de Ottomaanse heerschappij aan, van 1669 tot 1898.
Het Arkadi-klooster in de Ottomaanse tijd
Verhalen over de brute heerschappij zijn nog terug te zien en te lezen bij het Arkadi-klooster. Hier schuilen vrouwen, kinderen en ouderen. Wanneer dit klooster op 9 november 1866 bestormd wordt door de Ottomanen, besluiten de verdedigers zich liever op te blazen, dan zich over te geven. Vandaag de dag kun je voor een klein bedrag binnenkijken in het klooster, waar in het midden een Grieks-orthodox kerkje staat.
De Melidoni grot
En ook de Melidoni grot heeft een bijzonder verhaal in de strijd met de Ottomanen. Inwoners van Melidoni komen in opzet tegen de Turkse bevelhebber in 1822. Inwoners van het dorp verbergen zich in de grot. Dit is een makkelijk te verdedigen plek. Wanneer de Turkse bevelhebber overgave eist, geven ze daar geen gehoor aan. Hij besluit daarop de ingang van de grot af te sluiten met brandbaar materiaal en dit aan te steken. De inwoners komen allemaal om door gebrek aan zuurstof. Ze liggen nu opgebaard in een tombe in de grot. De grot is bijzonder om te zien, met veel stalagmieten en stalactieten.
Rijden op Kreta
Kreta heeft één hoofdweg over het eiland lopen. Die loopt langs de noordkust van west naar oost. Dit is een weg waar 90 kilometer per uur gereden mag worden, maar waar we soms ook ineens door een dorp rijden en we maar 50 mogen. Verdere wegen naar het zuiden of naar de verschillende dorpen zijn smallere wegen. Bovendien is Kreta een eiland met veel bergen. De wegen zijn dan ook vaak slingerend. Wie snel wagenziek wordt, moet hier rekening mee houden. Het zorgt er ook voor dat van A naar B reizen langer duurt dan in Nederland.
De Samariakloof
Het eiland staat ook bekend om de Samariakloof. Deze is alleen in de zomermaanden open. Want ’s winters stroomt hier een rivier. Veel toeristen wandelen de 16 kilometer lange route door deze kloof heen. Op sommige plekken zijn de wanden 500 meter hoog. Het moet een mooie tocht zijn, maar wij besluiten hem niet te lopen. Met temperaturen van 30 graden is het voor ons een te inspannende tocht.
Kourtaliotiko Gorge: een waterval van 10 graden
We bezoeken wel een van de watervallen die het eiland rijk is: de Kourtaliotiko Gorge. We parkeren de auto op de berg en lopen naar het startpunt. Het is een afdaling van zo’n 15 minuten over een onverhard pad en daarna via trappen naar beneden. In online reviews lezen we al dat het water van deze waterval heel koud is, maar 10 graden. En als je de waterval ook daadwerkelijk wil zien, moet je door dat koude water heen en zelfs een klein stukje zwemmen om er te komen.

We zijn lang niet de enige toeristen die deze waterval bezoeken. Veel mensen staan in hun zwemkleding en waterschoenen in het ondiepe gedeelte. De meesten staan twijfelend te kijken of ze daadwerkelijk het aandurven om te gaan zwemmen. Want met een buitentemperatuur van 30 graden en een watertemperatuur van 10 graden is dat nogal een verschil. Wij besluiten het korte zwemtochtje aan te gaan. We komen immers voor de waterval zelf en die is nu niet zichtbaar. Het is even door de kou heen bijten, maar het is het wel echt waard. Voordeel is ook dat we weer even afgekoeld zijn voor de terugtocht omhoog.
Eten en drinken op Kreta
Op het eiland eten we vooral Grieks, niet zo gek natuurlijk. Maar er is ook wel wat Italiaans te vinden, naar aanleiding van de Venetiaanse periode. De Griekse salade (met feta, tomaat, komkommer, ui en olijven) en tzatziki staan overal wel op de kaart. Net zoals een moussaka. Dit lijkt op een lasagne, maar dan zonder pasta en met laagjes aubergine, aardappelschijfjes, gehakt, bechamelsaus en een feta-achtige kaas.
Een kookworkshop
We hebben in Nederland al een kookworkshop uitgezocht die we gaan doen. Toevallig zit er een in het dorp waar we verblijven. We belanden bij Androniki en haar man thuis in de tuin. Wat een bijzondere ervaring is het, zeker als blijkt dat het andere stel geannuleerd heeft. We hebben dus een privé kookworkshop. We leren de moussaka maken, net zoals tzatziki, dolmades (rijst en groenten in wijnbladeren), reuzenbonen in een saus uit de oven (gigantes plaki) en Griekse gehaktballen in citroensoep (Youvarlakia).
Ook laat Androniki ons zien hoe ze zelf kaas maakt. Dit lijkt op feta, maar is net anders. Ze legt uit dat veel huishoudens elke week zelf een portie maken en iedereen zo z’n eigen recept heeft. Het is verrassend eenvoudig om te maken, er gaat eigenlijk alleen maar melk (koe, schaap of geit) en azijn in. En vergeet geen zout toe te voegen. Maar er is vooral tijd en geduld voor nodig. Het heeft een week of langer nodig om in te drogen, wat de smaak ten goede komt.
Raki
De Grieken staan bekend om hun gastvrijheid. En dat merk je in de tavernes (restaurants) ook. Als je ergens luncht of dineert, krijg je standaard een gratis toetje en raki. Dit is een alcoholische drank, met een alcoholpercentage van ongeveer 40 procent. De meeste tavernes maken dit zelf en zijn dan ook trots om je dit te laten proeven. Voor ons smaakt het vooral naar pure alcohol, dus echt fan zijn we niet. Alleen de honing raki kunnen we wel waarderen. In tegenstelling tot de Turkse raki, smaakt de versie van Kreta niet naar anijs.
IJskoffie
Iets anders waar de Grieken goed in zijn is ijskoffie. Met hoge temperaturen is dat niet verkeerd om te drinken. Waar wij Nederlanders misschien snel geneigd zijn om een ‘iced coffee’ te bestellen, drinken de Grieken zelf een frappé of een freddo espresso of freddo cappuccino. Een frappé wordt gemaakt van oploskoffie en een freddo espresso/cappuccino met vers gezette dubbele espresso. Beiden worden opgeklopt, wat het heerlijk romig maakt. Wij drinken er elke dag wel eentje. Op de foto hieronder hadden we een prachtig uitzicht over de zee.
Knossos: de grootste archeologische ontdekking van Kreta
Op de dag dat we weer naar huis vliegen, hebben we nog wat tijd te overbruggen. Op een paar kilometer afstand van Heraklion ligt Knossos. Dit is de grootste archeologische opgraving op Kreta. Hierbij is het grootste paleis van de Minoïsche beschaving blootgelegd. Dit is de periode vanaf het derde millennium voor Christus tot ongeveer 1200 voor Christus. Het is opgegraven door Arthur Evans, tussen 1900 en 1931. Sinds 2025 staat het op de Unesco Werelderfgoedlijst als een van de Minoïsche paleiscentra.

De hele opgraving is 2,5 hectare groot, wat aangeeft hoe groot het paleis ooit was. Er zijn meerdere muren blootgesteld en diverse kamers zijn te herkennen. Er is veel aardewerk ontdekt, net zoals vazen en kannen. En daarnaast ook een aantal fresco’s, waarvan de beroemdste de stierenfresco is.

Arthur Evans heeft een deel van het paleis gerestaureerd, zoals hij vermoedde dat het eruit moet hebben gezien. Hierdoor is er vandaag de dag best wat zichtbaar van het paleis. Evans overleed op 90-jarige leeftijd in 1941, maar de restauraties gaan nog steeds door. Het is één van de grootste toeristische trekpleisters van het eiland. Waar we dat deze vakantie verder probeerden te vermijden, is het toch leuk om dit gezien te hebben voor we weer naar huis vliegen.
Nog een keer terug naar Kreta?
Zoals we aan het begin al schrijven, is Kreta veel groter dan gedacht. Wij hebben alleen de omgeving van Rethymnon, dus een beetje links van het midden van het eiland ontdekt. We hadden ervoor kunnen kiezen om langer in de auto te zitten om meer te zien, maar dit is voor ons voldoende voor een eerste keer. En zo blijft er altijd nog de mogelijkheid om terug te keren naar het eiland en het verder te ontdekken!
Onder de noemer MAXime op reis leest u regelmatig verhalen over de eigen reiservaringen van de redactie van MAX Vandaag. Klik hier voor een compleet overzicht en meer reisverhalen.
(Hoofdfoto: Shutterstock. Foto’s in de tekst: redactie MAX Vandaag)











