veenmollen

Overlast van veenmollen? Zo bestrijdt u ze zonder ze te doden

Veenmollen zijn indrukwekkende insecten, die echter helaas voor behoorlijke schade kunnen zorgen in tuinen en moestuinen. Als u ze heeft bent u ze dus waarschijnlijk liever kwijt dan rijk. Het is echter een beschermde diersoort en daarom mag u ze niet doden. We vertellen hoe u ze op een diervriendelijke manier bestrijdt.

Geen mollen, maar krekels

Veenmollen (Gryllotalpa gryllotalpa) komen het meest voor in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Holland. Ze zijn voorzien van sterk verbrede voorpoten om mee te graven, net zoals bij mollen het geval is. De diertjes vallen echter onder de orde van de sprinkhanen en krekels. Volwassen vrouwtjes worden tot wel 7 centimeter lang, de mannetjes blijven iets kleiner. Ze kunnen net zo snel achteruit als vooruit lopen en ze kunnen zwemmen en (wat onhandig) vliegen. Ze steken niet, maar kunnen wel bijten en een bruin vocht afscheiden. Net als andere krekels kunnen de mannetjes tjirpen om vrouwtjes te verleiden. Dit gebeurt meestal rond of na zonsondergang. Het geluid van de baltszang wordt versterkt door het holletje dat het mannetje maakt. Het lijkt op dat van de rugstreeppad of de nachtzwaluw. Zo klinkt dat.

Vraat aan wortels van gewassen

Veenmollen leven ondergronds, het liefst in een vochtige, humusrijke bodem. Ze eten zowel dierlijk (regenwormen en larven van insecten) als plantaardig voedsel (wortels). Dat laatste is waarom ze zo ongewenst zijn in de tuin. Niet alleen zorgen ze ervoor dat uw tuin- en moestuinplanten het loodje leggen. Door het gewoel van de bovenste laag van de bodem droogt die tevens uit. Daardoor krijgen jonge plantjes geen schijn van kans. In augustus verplaatsen ze zich naar een wat diepere verticale gang om te overwinteren. Ze richten in die tijd geen schade aan, tot ze in april weer aan het graven en knagen slaan.

ongedierte
Lees ook: Slakken, luizen en ander ongedierte in de tuin bestrijden zonder gif

Beschermde diersoort

Veenmollen zijn opgenomen in de Rode Lijst als kwetsbare soort. Ze mogen daarom zoals gezegd niet gedood worden. Toch mag u verschillende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat ze uw (moes)tuin verlaten of uw planten tegen ze beschermd zijn. We zetten de methoden op een rij.

Natuurlijke vijanden

Veenmollen staan op het menu van mollen, spitsmuizen, eksters, katten, vossen, kraaien, insectenetende vogels, kikkers en salamanders. Door gunstige omstandigheden te creëren voor deze natuurlijke vijanden vermindert u het aantal vraatgrage krekels.

Narcissen planten

Kweker Krijn Spaan geeft in een groentip het advies om in het najaar narcissen te planten. Veenmollen houden daar niet van en blijven dan uit de buurt.

Wortels in potten verbouwen

Het planten van wortels lokt veenmollen. Die kunnen echter ook prima in diepe potten verbouwd worden. De veenmollen kunnen er dan niet bij. Het werkt ook voor andere soorten planten soms om ze voor te kweken in potten en ze pas in de volle grond te planten wanneer ze sterk genoeg zijn. Ze hebben dan een betere overlevingskans bij de aanwezigheid van veenmollen.

veenmollenBarrières

Plaats barrières om kwetsbare planten. Die moeten dan wel minstens 30 centimeter in de grond steken, aangezien veenmollen tot die diepte actief zijn.

Graaf potten in

U kunt de veenmollen vangen door potten tot de rand toe in te graven. Leg een houtje of iets dergelijks over de open bovenkant en de veenmollen zullen erin vallen en kunnen er niet meer uit. Zo kunt u ze op een andere plek, ver van uw tuin weer uitzetten.

Nematoden

Tenslotte noemen we nog nematoden. Het inzetten van nematoden (aaltjes) zorgt ervoor dat hun aantal gereduceerd wordt. In dit geval worden de veenmollen overigens wel gedood. De aaltjes dringen bij de krekels naar binnen en geven een bacterie af die dodelijk is. Nematoden zijn daarmee geen bestrijdingsmiddel, maar een natuurlijke correctie op de bodembiologie. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) zegt op zijn website dat de soort Steinernema carpocapsae hiervoor kan worden ingezet. De meest optimale tijd hiervoor is de periode eind april – eind juni, aangezien de omstandigheden (temperatuur en licht) dan het meest gunstig zijn.

(Bron: Gardeners World, Stichting Landschapsbeheer Zeeland, Tuinen van Appeltern, Kennis- en Adviescentrum Dierplagen, archief. Foto’s: Shutterstock )

Geef een antwoord