Desinfecterende middelen zijn vaak overbodig én duurder dan gewone schoonmaakmiddelen: wanneer is het wel nodig?
Publicatiedatum: 14 maart 2026
Desinfecterende middelen lijken een logische keuze wanneer u uw huis extra hygiënisch wilt houden. Toch blijkt in de meeste situaties dat gewoon schoonmaken met water en zeep of een allesreiniger voldoende is. Wij leggen uit hoe dit zit.
Wat doet een desinfectiemiddel?
Een desinfectiemiddel is bedoeld om micro-organismen, zoals bacteriën, virussen en schimmels, onschadelijk te maken. Het gaat dus een stap verder dan een gewoon schoonmaakmiddel, dat vooral het zichtbare vuil weghaalt. Dat vuil is juist vaak de plek waar micro-organismen zich aan vastklampen. Daarom werkt een desinfectiemiddel pas echt goed als het oppervlak eerst schoon is. Zolang er nog een laagje vet, stof of etensresten op zit, komt het middel minder goed bij de micro-organismen terecht en verliest het een groot deel van zijn werking.
Desinfecteren heeft daardoor altijd een vaste volgorde: eerst reinigen, dan pas desinfecteren. Schoonmaken haalt het grootste deel van de organismen al weg. Desinfecteren zorgt vervolgens voor die extra stap wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld bij ziekte.

Wat doet een normaal schoonmaakmiddel?
Een normaal schoonmaakmiddel, zoals een allesreiniger, verwijdert vooral vuil, vet en ander organisch materiaal van oppervlakken in huis. Dat klinkt eenvoudig, maar het heeft een belangrijk hygiënisch effect. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) geeft aan dat schoonmaken met water en zeep of met een allesreiniger het aantal micro-organismen al duidelijk vermindert, zonder dat daar een desinfectiemiddel voor nodig is. Door vuil weg te nemen haalt u ook de voedingsbron weg waarop bacteriën, virussen en schimmels kunnen groeien of zich verspreiden. Een gewoon schoonmaakmiddel is dus al voldoende voor het dagelijks onderhoud van uw woning.
Wanneer is desinfectie wél zinvol?
Desinfectie is pas nodig wanneer er een verhoogd risico op infectie aanwezig is. Dit kan bijvoorbeeld gelden wanneer iemand thuis ziek is, of als een arts dit specifiek aanbeveelt, bijvoorbeeld na een medische ingreep. Het is dus vooral nuttig als er daadwerkelijk sprake is van besmetting of wanneer een virus of bacterie zich in lichaamsvloeistoffen op oppervlakken bevindt. Dat gebeurt vooral als iemand ziek is en er lichaamsvloeistoffen, zoals braaksel, speeksel, slijm of bloed, op een oppervlak terechtkomen.

De nadelen van onnodig desinfecteren
Onnodig of te vaak desinfecteren kan meer kwaad dan goed doen. In de meeste huishoudens is het simpelweg niet nodig, waardoor het al snel verkeerd of te vaak wordt gebruikt. In een normaal huis leven van nature veel onschadelijke micro-organismen die helpen om een gezond evenwicht te bewaren. Wanneer er te veel wordt gedesinfecteerd, verdwijnen juist deze nuttige bacteriën en ontstaat er ruimte voor micro-organismen die u eigenlijk liever niet wilt hebben.
Daarnaast bevatten desinfectiemiddelen krachtige stoffen die bij veelvuldig gebruik irritaties kunnen veroorzaken aan de huid, ogen en luchtwegen. Mensen met astma of allergieën zijn hier extra gevoelig voor. Ook financieel is het niet ideaal: desinfecterende schoonmaakmiddelen zijn duurder en leveren in de meeste situaties geen extra voordeel op.
Daar komt bij dat overmatig desinfecteren ook schadelijk is voor het milieu. Resten van deze middelen komen via het riool in het water terecht, waar de werkzame stoffen lastig afbreekbaar zijn en schade kunnen veroorzaken aan waterorganismen en ecosystemen.
(Bron: RIVM, Margriet, nu.nl, nvz.nl. Foto: Shutterstock)



