Medische missers moeten in de openbaarheid

Ondanks dat ziekenhuizen verplicht zijn calamiteiten te melden gebeurt dat niet altijd. Als argument daarvoor wordt gegeven dat het niet altijd duidelijk is dat het om een calamiteit gaat. Minister Schippers van Volksgezondheid wil daarom naar een nieuwe definitie van het begrip calamiteit.

Openheid

Minister Schippers laakt beleid van ‘luiken dicht’ door sommige instellingen. In de uitzending van het onderzoeksprogramma Zembla zegt zij meer vertrouwen te hebben in ziekenhuizen die openheid betrachten. Door medische missers van ziekenhuizen door de Inspectie voor Volksgezondheid (IGZ) via internet openbaar te maken kunnen instellingen van elkaars fouten leren.

Non-actief

De minister van Volksgezondheid wil meer bevoegdheden voor de IGZ. Naast het publiceren van calamiteitenrapporten moet de inspectie een arts op non-actief kunnen zetten in afwachting van de medische tuchtzaak. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) onderschrijft de noodzaak dat onderzoeksrapporten na calamiteiten openbaar gemaakt moeten worden. Daarbij moet echter wel rekening gehouden worden met de privacy van patiënten en hun familieleden.

Risicovol

Het eventueel schorsen van artsen door de IGZ mag volgens Yvonne van Rooy, voorzitter van de NVZ, er uiteindelijk niet toe leiden dat er geen risicovolle operaties meer worden uitgevoerd. “Dat kan namelijk voor de patiënt het verschil maken tussen leven en dood. Het ziekenhuis blijft een ingewikkelde organisatie waar altijd risico’s op de loer liggen.”

(Bron: ANP)

Geef een antwoord

Reactie

  1. oosterwijck says:

    Natuurlijk moeten medische missers in de openbaarheid. Er sterven elk jaar, of lopen onherstelbaar schade op, duizenden mensen, door wan presteren van een arts. Meestal is het onkunde of onverschilligheid, maar soms is het misdadig gedrag. Ik heb eens meegemaakt, dat op zaterdagochtend, 9.30 uur, een chirurg bij mij in de winkel kwam, samen met een verpleegster. Ze stonken beide naar alcohol en waren duidelijk onder invloed. Zij mocht een cadeautje uitzoeken. Toen ging zijn pieper (in die tijd had je nog geen mobiele telefoons). Hij vroeg of hij even mocht bellen? Ik hoorde dat hij weekenddienst had en dat er iemand met hersenletsel was binnengebracht in het ziekenhuis. Met spoed vertrokken ze. Ik mocht het cadeau later bij zijn verpleegster thuis bezorgen. Je zult maar geopereerd worden door die man, op dat moment.

    Daar staat een andere ervaring tegenover: Een vuilnisophaler, die tijdens een hete zomerdag, even stopte bij een supermarkt om een blikje limonade te kopen, kreeg een officiele waarschuwing/berisping aan zijn broek. De officiele aanklacht was, “Onder werktijd een versnapering genuttigd”. Er stond bij geschreven: “Na 3 van dergelijke berispingen volgt onherroepelijk ontslag”.

    Wat is mijn punt: Waarom worden bepaalde beroepen altijd ontzien en beschermd? Waarom wordt Jan Lul, altijd de dupe van een corrupt rechtensysteem.