Vaarwel Nederland: Brazilië

Gelukszoekers werden ze genoemd, de Nederlanders die in de jaren 50 de oversteek waagden naar het nieuwe land. In 1948 dacht 1 op de 3 Nederlanders erover om ons land te verlaten. Ruim een half miljoen Nederlanders stapten ook echt op de boot. In het tweede seizoen van de documentaireserie Vaarwel Nederland volgt MAX het spoor van landverhuizers in onder andere Israël, Brazilië en Zuid-Afrika.

Niet uitbreiden

Door overheidsregels mogen boerenbedrijven niet uitbreiden. En ouders zien hun zonen niet graag werken in een fabriek. Daarom emigreren na de oorlog tienduizenden Nederlandse boeren naar Canada en Nieuw-Zeeland. Maar ook het onbekende Brazilië klinkt aantrekkelijk omdat boeren hier als groep naartoe mogen gaan. Zo ontstaan er op verschillende plekken in Brazilië Nederlandse dorpen, kolonies genoemd, waar Nederlandse boeren in een coöperatie samenwerken.

Castrolanda

Iedere maandagavond oefent het boeren mannenkoor in de molen ‘de immigrant’ in Castrolanda, een Nederlandse kolonie in het zuidoosten van Brazilië. Boerenzonen, opgegroeid in Brazilië maar voor wie Nederland nog altijd dichtbij is. Een van de leden van het koor is Reinder Barkema die net als zijn vrouw Janny als kind is geëmigreerd. Hun ouders zijn de pioniers van de Protestantse Nederlandse kolonie Castrolanda, 70 jaar geleden gesticht door 50 boeren uit Drenthe.

Rampspoed

Er volgen jaren van rampspoed, de Nederlandse koeien gaan één voor één dood en er is veel armoede. Toch houden de boeren vol en weten ze grote bedrijven op te bouwen. Reinder en Janny hebben hun kinderen zo Nederlands mogelijk opgevoed: “in huis spreken we Nederlands met elkaar en dat zijn we ook altijd met de kinderen blijven doen.”

Holambra

Een van de plekken waar Nederlanders in de jaren 50 terechtkwamen is het Braziliaanse Holambra. Ooit een nederzetting met een paar eenvoudige huisjes, tegenwoordig een stad met 12.000 inwoners, waarvan 4000 met Nederlandse wortels. Holambra is de bloemenhoofdstad van Brazilië en een grote toeristische trekpleister met nagemaakte Hollandse huisjes, een molen en restaurants met pannenkoeken, poffertjes en kroketten op het menu. De jaarlijkse bloemententoonstelling expoflora trekt miljoenen Braziliaanse toeristen.

Samba op klompen

Natuurlijk is klompendans nog steeds springlevend in Holambra. Fanfarra Amigos de Holambra is klompendansgroep van jongeren uit arme gezinnen. Via een speciaal programma krijgen ze de kans om ervaring op te doen met optredens in binnen- en buitenland. Zo proberen hopen de oprichters van het gezelschap dat kinderen minder in aanraking komen met drugs, prostitutie en criminaliteit. De jongeren treden op in Volendamse klederdracht en zijn 2 jaar geleden op tournee geweest in Nederland.

Met een lening uit Amerika

In 1953 vertrekken de ouders van Toon Eltink met 10 kinderen vanuit het Brabantse Oirschot naar de katholieke kolonie Holambra. Een paar jaar eerder kocht een groep Nederlandse boeren hier met een lening uit Amerika een stuk grond. De Amerikanen zien dit als een manier van ontwikkelingssamenwerking voor de Nederlandse emigranten maar ook om Brazilië vooruit te helpen.

Nadat Toon de landbouwschool heeft afgemaakt krijgt hij van zijn vader een stuk land om daar een boerderij te beginnen. Elk jaar koopt hij er een stukje bij. Hij is trots dat hij hierdoor zijn kinderen allemaal een enorme boerderij heeft kunnen schenken. Toon is actief voor het museum waar hij probeert om het beste van Nederland en Brazilië te laten zien.

Nederlands met een Braziliaanse twist

Erik en Janet Bosch hebben een melkveehouderij en een akkerbouwbedrijf in Arapoti, de jongste Nederlandse kolonie van Brazilië. Op de 7 heuvels waaruit het dorp bestaat vestigden zich hier 25 Nederlandse gezinnen. De ouders van Erik waren daar ook bij. Vooral het begin was moeilijk voor zijn moeder, die maar moeilijk kon wennen aan de eenvoud van het Braziliaanse platteland. Erik en Janet zijn als kind totaal Nederlands opgevoed en die normen en waarden van thuis proberen ze nu vast te houden, maar wel met een Braziliaanse twist.

Noodlot slaat toe

Johan Scheffer komt als protestantse zendingsonderwijzer naar Brazilië. In Castrolanda is hij jarenlang de directeur van de Christelijke Nederlandse basisschool en later ook van een landbouwschool. Bijna alle kinderen van de Nederlandse immigranten heeft hij in de klas gehad. Zelf wilde hij weg uit Nederland voor het avontuur. Het was echter niet de bedoeling dat Johan nog steeds in Brazilië zou wonen. Op het moment dat hij met zijn gezin wil terugkeren naar Nederland slaat het noodlot toe. Zijn vrouw en jongste zoon komen om het leven bij een busongeluk: “Als dat niet was gebeurd dan zat ik nu waarschijnlijk met een hengel te vissen aan een slootje in Nederland.”

Speciaal uitwisselingsprogramma

Gerda Jeuken en Bep van de Groes werken als vrijwilligsters voor de Nederlandse bibliotheek in Holambra, die al meer dan 70 jaar bestaat. Ze zijn hartsvriendinnen en dat waren ze in Nederland ook al. Als 2 jonge bakvissen komen ze 50 jaar geleden naar Holambra. Met een speciaal uitwisselingsprogramma voor meisjes, georganiseerd door de katholieke tuindersbond. Als de welvaart in Nederland in de jaren ’60 groeit, besluiten veel Nederlandse emigranten in Brazilië om terug te gaan. Er ontstaat daardoor in Holambra een tekort aan jonge huwbare Hollandse vrouwen. Gerda en Bep zijn ervan overtuigd dat ze niet alleen als gezinshulp naar Brazilië zijn gehaald maar ook als huwelijkskandidaat. En ja: ze zijn allebei getrouwd met een Nederlandse emigrant.

Aflevering 2 van Vaarwel Nederland is te zien op dinsdag 19 mei 2020 om 20.25 uur op NPO 2. 

Geef een reactie

Reactie

  1. Taninhaaa says:

    Het is wel apart dat, emigranten hier in nederland , bijna “verplicht” moeten zich gaan “emanciperen”… Na het lezen van deze documentaire, zie ik, dat hetzelfde probleem ervaren de Nederlanders ook in een andere land….maar dan hebben ze wel de geluk om niet te hoeven zich “verplicht te emanciperen”…. heb ik hier een beetje de vermoedens van…