“Het vergt een hoop moed je bij het Meldpunt Gedwongen Adoptie te melden”

Sinds de lancering van het Meldpunt Gedwongen Adoptie in oktober 2019, zijn er 500 meldingen binnen gekomen. Het meldpunt doet onderzoek naar gevallen waarbij Nederlandse moeders tegen hun zin een kind hebben afgestaan.

Onder druk afgestaan

Het gaat om de periode tussen 1956 en 1984, waarin naar schatting 15.000 Nederlandse kinderen onder druk zijn afgestaan voor adoptie. De meeste gedwongen adopties vinden plaats vanuit tehuizen waar de vaak ongehuwde en jonge moeders hun toevlucht zoeken. In die tijd is ongehuwd zwanger raken een grote zonde en reden voor de familie om de zwangere de rug toe te keren.

Meer dan 500 meldingen

Sinds de opening van het meldpunt zijn er 500 meldingen binnen gekomen. Van de 500 meldingen komt ongeveer de helft van kinderen die zeggen dat ze door hun moeder zijn afgestaan. Een kwart ervan zijn moeders die onder druk zijn gezet. De andere meldingen komen van vaders en hulpverleners.

“Er is moed nodig om je te melden”

Volgens Eugénie Smits van Waesberghe, zelf een afstandskind, vergt het een hoop moed om zich te melden bij het meldpunt. Haar melding heeft veel teweeg gebracht. Ze heeft zich gemeld voor haarzelf, haar overleden moeder en haar adoptieouders. “Ik heb daarmee veel families in verlegenheid gebracht”, aldus Smits van Waesberghe. “Het was fijn om mijn verhaal uitgebreid te mogen doen, maar ik was daarna behoorlijk van slag en voelde me enorm eenzaam.” Dat de gedwongen adopties gevoelig liggen, ervaart Smits van Waesberghe ook wanneer zij voor haar boek Zwartboek adoptie lotgenoten spreekt.

Belangrijk dat mensen zich melden

Smits van Waesberghe vindt het belangrijk dat mensen zich melden. “We moeten bijdragen aan een collectief bewustzijn. Het is belangrijk dat onze verhalen in de media komen. We moeten die stap zetten als we verwachten dat de maatschappij ons ‘ziet’. Ik heb daar ooit mijn nek voor uitgestoken en natuurlijk is dat niet altijd fijn geweest, maar ik vond wel dat het wel belangrijk om dit te doen.”

Melding maken

Iedereen die graag zijn of haar verhaal wil delen, kan een e-mail sturen naar afstandenadoptie@minjenv.nl. Bellen is ook mogelijk. Het meldpunt is van dinsdag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 13.00 uur bereikbaar op nummer 088-1264960. Een brief sturen kan ook. Deze mogen naar onderstaand adres:

Aanmeldpunt afstand en adoptie
Ministerie van Veiligheid en Justitie
Postbus 20201
2500 EH Den Haag

Het meldpunt is niet alleen op zoek naar verhalen, maar ook naar foto’s, brieven of dagboeken uit de periode 1956-1984. Kijk voor meer informatie op de website van de overheid.

Eugénie Smits van Waesberghe is 5 februari 2020 te gast in Tijd voor MAX.

Geef een reactie

Reactie

  1. minderdaneenadoptie says:

    Beste redactie:
    Nav het verhaal van Eugenie Smits ,heb ik een verhaal dat misschien nog verder gaat dan een adoptiekind zijn.
    ik ben als baby van 3 maanden bij mijn biologische moeder weggehaald en in een kindertehuis geplaatst. Tien jaar lang daar gezeten zonder uitzicht op een adoptie of pleeggezin.Nooit broers of zussen gezien. Zelfs geen enkele familielid. Daar zit je dan: ALLEEN op de Wereld. Niemand om je te troosten of te begeleiden. Kwetsbaar voor alles en iedereen. Alles meegemaakt wat een klein kind juist niet moet meemaken: vernederingen, sexuele handelingen verrichten bij de zusters, pestgedrag, opsluitingen, nooit buiten spelen, strenge straffen om het kleinste detail, geen verjaardagen/ vakanties / feestjes/Kerst/Carnaval/uitstapjes etcetc.
    Na 10 jaar een vervangend gezin. Eindelijk, maar helaas: beiden waren gestoorde volwassenen. Hier was wederom tucht , orde en discipline. Ik moest blij zijn dat zij mij uit de goot hadden gehaald. Zij was manisch depressief, straatvrees, smetvrees en hield het gezinnetje in een ijzeren greep. bij het minste of geringste vertoonde zij hysterisch gedrag. Hij was te zwak om hier weerstand aan te geven. Na een klein jaartje verplicht naar het Internaat van St.Louis in Oudenbosch. Ook hier weer tucht, orde en discipline. Blijk ik na jaren een OTS-er te zijn. Niks van steun en toewijding van de overheid voor mij. Na 2 jaar weer teruggeplaatst in oude pleeggezin. Jaren van terreur en onderdanigheid moeten verwerken. Eenzamer dan eenzaam is niet onder woorden te brengen. Hoe heeft de overheid mij dit allemaal aan kunnen doen. Navraag over mijn plaatsingen en leven is niet meer terug te vinden. Zelfs kinderbescherming MiddenBrabant loopt tegen een muur op. Ook zij komen niets te weten over mijn verleden. Hoe is het mogelijk dat alles zo in de doofpot gestopt kan worden. Voordat ik geplaatst werd is er een rapport opgemaakt, dat ik acute hulp nodig had om mijn verleden te verwerken. Nooit maar dan ook nooit is hier gehoor aan gegeven. Als 14-jarige sta je daar dan. weer een andere school( 6 scholen in vijf jaar tijd!!!!!) weer een andere omgeving. Bij minste of geringste weerwoord werd ik weggezet als een ondankbaar stuk vreten. Op mijn 21ste eindelijk VRIJ. Nu ben ik 60 jaar en het verleden heeft mij rap ingehaald. Geestelijk gebroken over wat mij allemaal is overkomen. PTSS???? Misschien maar nooit hierop onderzocht. Hulp vragen is zo moeilijk. Je bent alleen en je blijft alleen.