Deel 7: Dialogen

Omroep: MAX

Duur: 0:02:55

Uitzending: ma 4 apr 2016 00:00

Deel 7: Dialogen

Een gesprek tussen personages in een verhaal heet een dialoog. Veel mensen vinden het moeilijk om dialogen op te schrijven, terwijl we meestal geen enkele moeite hebben met het voeren van dialogen.

Luister naar gesprekken

Om geloofwaardige dialogen te kunnen schrijven is het wel handig om eerst te weten hoe mensen in het echt dialogen voeren. En dat is vaak niet met volledige zinnen: mensen onderbreken de ander en zichzelf, ze haperen, stamelen en zeggen soms de meest onverwachte dingen.

Thuisopdracht

Luister ook eens een dialoog af en schrijf hem uit. Voer hem naderhand met een huisgenoot op. Plaats uw bijdrage in een reactie hieronder, zodat anderen kunnen zien wat u heeft geschreven.

In deel 8 wordt het schrijven in dichtvorm uitgelegd. Dit is namelijk ook een vorm van schrijven. Klik hier als u terug wilt naar het overzicht van de cursus.

Geef een reactie

Reacties (5)

  1. Loizza says:

    “Ik voel me niet zo goed vandaag.”
    “Wat heb je dan?”
    “Weet ik niet; ik zat lekker buiten en toen kreeg ik het koud”.
    “Dus je hebt wel wat van het mooie weer meegepikt?”
    “O ja, ik heb urenlang buiten gezeten. Eerst op m’n rollator tegen de muur.”
    “En gisteren zat je zo lekker in een stoel.”
    “Ja, maar die hadden ze weggehaald omdat er een groep naar het terras kwam. Gelukkig kwam er een verzorgende langs die weer een stoel voor me heeft neergezet en me erop geholpen.”
    “En toen kreeg je het koud?”
    “Ja, de wind werd kil.”
    “Dan gaan we toch binnen een kopje thee drinken? Ik heb je schone wasgoed meegenomen en een oplossing voor een probleem.”
    “Wat dan?”
    “Een antislipmatje voor onder de beer, zodat die niet meer van de stoel af glijdt.”
    “Maar ik voel me echt niet zo lekker.”
    “Kom maar hierheen, dan help ik je in je stoel.”
    “Daar kom ik net uit.”
    “Ja, maar als het buiten te koud is kan je het beste hier binnen in je fijne stoel zitten. Ik maak de thee wel even verder af. Koekje erbij?”

  2. Ank van Gulik says:

    Dialoog: In een restaurant moeder met kleuters:

    ‘Ik hoorde uw peuter praten en was verbaasd hoe zo’n meiske van nog geen twee zulke volzinnen maakt. Maar ik zag uw
    andere dochtertje niet. Die was uit beeld. En hoe oud ben jij?

    ‘Ik ben drie, kijk maar drie vingers’.

    Moeder: ‘Het zou een beetje te snel gaan als mijn hummel van nog geen twee al volzinnen sprak’
    ‘Ja ik was ook zeer verbaasd, maar toen zag ik je grotere meisje en ik begreep het’.

  3. Cesaria says:

    “En wat mag het zijn vandaag, mevrouwtje?”
    “Ik wil graag stamppot maken, met zoveel mogelijk groenten?”
    “Wat kan u mij aanbevelen, groenteman?”
    “Ach, ik heb keuze zat nu in de winter.”
    “Doe maar van alles wat.”
    “Juist ja, mag er ook een rode kool bij?”
    “Ik heb hier het recept van mijn moeder en dat smaakt verrukkelijk.”
    “Doe maar.”
    “Ja, het weer is kil en vochtig, en ik denk dat zo’n stamppot wel zal smaken, vind u niet groenteman?”
    “Dat denk ik wel, mevrouwtje, als je wil schuif ik wel aan tafel bij u.”
    “Nou, van mij mag het, maar wat zal uw vrouw daarvan vinden?”
    “Die is vanavond niet thuis.”
    “Nee, toch maar liever niet.”
    “Maak er maar een lekker potje van en laat het vooral smaken.”
    “Doe ik, dag.”

  4. Bertasdottir says:

    “Vandaag wordt er een pakketje bezorgd, zou je dat voor me aan willen nemen?”
    “Hoe laat komt dat pakketje en wat is het?”
    “Het komt ergens in de middag …………wat het is vroeg je?”
    “Ja, dat vroeg ik, ja!”
    “Het komt uit China. Eigenlijk weet ik niet precies wat het is, het is voor Ricogrande.”
    “Wie is Ricogrande?”
    “Nou Pepe, wat maak je me nou, die heb ik je vorige week aangewezen.”
    “Die met die lange zwarte leren jas?”
    “Nee joh…………..”
    “Hoe zag hij er dan uit?”
    “Hij is lang. Denk even goed na!”
    “Bedoel je die lange die zoveel rookt en door je heen kijkt als hij tegen je praat?”
    “Ja, die bedoel ik. Misschien kan een van je assistenten het naar mij toe brengen, dat zou heel fijn zijn!”
    “Komt voor elkaar!”
    Ik drukte op het uitknopje van mijn telefoon en liep naar Jason om hem opdracht te geven vanmiddag het pakketje
    naar Sjaak in het Parkhotel te brengen.

  5. Walgro says:

    Waar ga jij naar toe.
    – Naar de bakker de bestelling op halen.
    Oh, wil je dan iets lekkers mee brengen voor bij de lunch.
    – Is goed. Wat moet ik mee brengen dan?
    Ja, kijk maar wat ze hebben. Doe maar iets.
    – Zal de bakker blij mee zijn, maar ik een “doe maar iets” en doe er maar twee want dan heb ik ook nog iets.
    Je weet toch wel wat lekker is, of niet dan.
    – Dat weet ik wel, maar of jij dat lekker vindt weet ik niet. Maar ik zal wel kijken. De groeten!
    Ja, houdoe