Schreeuwen, roekeloos inhalen en voorbij razen: waarom doen wielrenners dat?

Wielrenners zijn niet de meest populaire weggebruikers. Het schreeuwen, razendsnel voorbij fietsen en het creëren van gevaarlijke situaties wordt ze door veel ‘normale’ fietsers niet in dank afgenomen. De schrijver van dit stuk is zo’n ‘normale‘ fietser en wil het gedrag van de wielrenner graag beter begrijpen. De hoogste tijd voor een goed gesprek.

Het vinden van een wielrenner om mee in gesprek te gaan is niet moeilijk. De sport heeft de afgelopen jaren aan populariteit gewonnen en ook onder de collega’s bevindt zich een aantal wielrenners. Eén daarvan is Mattis. Hij beoefent de sport al 7 jaar en is ook lid van een wielervereniging. Hij zit 4 keer per week op de fiets en rijdt ook wedstrijden.

Mattis, ik woon zelf in een duingebied waar het op een mooie dag zwart ziet van de wielrenners. Wat mij dan altijd opvalt is dat geschreeuw. Waar is dat goed voor?
“Dat schreeuwen is om de rest van de mensen die met ons meefietsen duidelijk te maken dat er een obstakel aankomt. Dat kunnen we alleen doen door te schreeuwen, want als er harde wind is en je praat op normaal volume, dan verstaat niemand je. “

Dus het is niet bedoeld voor de andere weggebruikers?
“Nee, ik snap wel dat het overkomt als agressief gedrag, maar dat is het dus absoluut niet.”

Maar het komt toch best wel vaak voor dat wielrenners toch ‘aan de kant!’ of iets dergelijks schreeuwen naar andere fietsers.
“Dat ligt aan de asocialiteit van die personen. Ikzelf ken geen wielrenners die zo zijn, maar ik kom ze weleens tegen en dan vind ik het mijn taak om ze aan te spreken op hun gedrag.”

Wat zeg je dan?
“Dat ligt er een beetje aan, maar ik heb weleens in een situatie gezeten waarin ik het hoorde gebeuren en toen ben ik omgekeerd en heb gevraagd of ze dat zelf nou wel zo handig vonden. Zo hoop ik bij te dragen aan een beter imago voor de wielrenner.”

Duidelijk. En hoe zit het met het inhalen in een bocht? Is dat ook iets wat alleen asociale wielrenners doen?
“Dat is wel een lastige. Als een wielrenner ervaren is, dan maakt-ie vaak al ver van tevoren een inschatting of de inhaalmanoeuvre kan of niet. Voor jou komt het misschien plotseling, maar die wielrenner heeft dus allang gezien dat het kon. Maar hier geldt wel: garantie tot de voordeur.”

Hoe bedoel je dat, garantie tot de voordeur?
“Ik zal een voorbeeld geven. Ik was laatst aan het trainen en ik had de leiding over de groep. Op een gegeven moment wilden we een stel fietsers inhalen en ik dacht dat dit wel kon. Bleek van niet, want ik had door de bomen niet gezien dat er een auto aankwam. Wij waren al aan het inhalen toen we dat zagen en moesten keihard remmen. Die andere fietsers schrokken daar erg van en toen heb ik ook wel mijn verontschuldigingen aangeboden.”

Dat is eigenlijk heel sociaal. Zelf heb ik nog nooit zoiets meegemaakt, maar ik ben me weleens rot geschrokken door een wielrenner die mij razendsnel passeerde op een heel smal pad. Je hoort ze helemaal niet aankomen.
“Ja, dat klopt, want veel wielrenners hebben ook nog eens geen bel op hun fiets. Gelukkig zijn er ook en hoop die wachten totdat het pad weer breed genoeg is en dan passeren.”

Dus eigenlijk geldt ook hier weer: alleen de asociale wielrenners halen in waar het eigenlijk niet kan?
“Ja, eigenlijk wel. Maar ik moet zeggen, normale fietsers houden zich soms ook niet aan de regels. Dan rijden ze met z’n 3e naast elkaar waar dat eigenlijk niet kan. Heel gezellig natuurlijk, maar daar word ik als wielrenner chagrijnig van.”

Dus ‘normale’ fietsers moeten zich ook beter aan de regels houden?
“Ik denk dat het een stukje bewustwording is en dat het mes aan 2 kanten snijdt. Er zijn asociale renners bij, absoluut, maar de normale fietsers moeten zich ook realiseren dat er anderen voorbij moeten kunnen.”

Staat genoteerd. Dan nog een punt: hoe komt het dat er op een mooie dag op een druk stuk weg soms een heel peloton rijdt. Dat is toch totaal niet handig?
“Als ik verantwoordelijk zou zijn voor het peloton, dan zou ik daar nooit gaan fietsen. Door ervaring weet je waar je wel en niet moet zijn. Bovendien gaan bij mijn vereniging nooit met meer dan 14 wielrenners tegelijk op pad, want anders neem je te veel ruimte in beslag.”

Maar hoe komt het dat er wielrenners zijn die toch in een grote groep op drukke plekken gaan rijden?
“Bij onze vereniging gaat veiligheid boven alles en daar passen we alles op aan, terwijl daar bij andere verenigingen helemaal geen oog voor is. Zij gaan met heel veel mensen tegelijk de weg op en beseffen niet dat ze zo geen ruimte laten voor de andere weggebruikers. Ik als wielrenner en trainer erger me daar enorm aan.”

Dus wielrenners onderling vinden dit ook irritant?
“Ja, dat is een ongeschreven ergernis. Ik spreek bijvoorbeeld weleens groepen van 30 wielrenners aan. Dan ga ik er even bij rijden en vraag ik of zij dit wel zo slim vinden. Ik stel ze dan voor om op te splitsen, want dan geef je andere weggebruikers ook de ruimte. Vaak wordt me dit niet in dank afgenomen en zeggen ze zoiets als “laat ze toch lekker fietsen.” Zulke mensen kunnen wel wat opvoeding gebruiken, vind ik.”

Tot slot: zijn er ook dingen die ‘normale’ fietsers anders kunnen doen zodat we elkaar minder in de weg zitten op het fietspad?

“Ik denk dat het voor ‘gewone’ fietsers verstandig is om niet te proberen achterom te kijken als er wordt gebeld. Stel: een wielrenner belt omdat hij er langs wil, dan nadert deze persoon met 40 kilometer per uur. Erg snel, dus. Als je dan omkijkt om te zien wie er belt, trek je uit reflex je stuur mee en kan er dus niemand meer langs. Het is beter om gewoon vooruit te blijven kijken.”

Geef een reactie