Zomers op Het Loo

De zomer van 2018 lijkt een ouderwets mooie zomer te worden. Zo’n zomer waarin je met vrienden een barbecue over 3 weken kunt afspreken omdat het constant mooi, zomers weer is. De koninklijke familie had een speciaal een paleis voor de zomer: een zomerpaleis, een officiële zomerresidentie, naast de winterpaleis in den stad. En de zomers van de Oranjes duurden lang. Koningin Wilhelmina liet haar jaarlijkse zomerverblijf op zomerpaleis Het Loo duren van april tot diep in oktober. De kleurenpracht van de herfstbomen moest op hun retour zijn, eer de koningin besloot terug te keren naar Paleis Noordeinde, in de Haagse binnenstad. Vaarwel ‘Luilekker-Loo’, zoals de koningin het noemde. Het Loo stond voor: ultieme ontspanning in de Veluwse natuur.

Wandelen, lezen en buitenspelen

De zomer is de tijd van uitrusten, genieten van de rust, de natuur en van elkaar. Voor een koninklijke familie is dat niet anders, en nooit anders geweest. Maar een ‘zomerresidentie’ is voor een regerend vorst niet hetzelfde als een ‘vakantieverblijf’; het hof had zich enkel verplaatst naar buiten. Eeuwenlang was het gebruik dat de koning, maar ook de gehele beau monde in het voorjaar het paleis of het herenhuis in de stad verliet, om maandenlang het ‘familie-buiten’ te bewonen. Vader bleef in de stad werken en reisde vaak op-en-neer naar zijn gezin dat zich vermaakte met wandelen, lezen en buitenspelen beoefenen. In het najaar trokken deze families weer naar de stad en kon het societyleven met zijn diners, ontvangsten en schouwburgbezoek weer een aanvang nemen. Op deze wijze trok ook de koninklijke familie naar ‘buiten’, naar Het Loo en Soestdijk. Een welkome afwisseling met het formele leven in Den Haag met zijn ontvangsten van ministers en diplomaten, de galadiners en bals, naast de gewone arbeid van de vorst: staatsstukken bestuderen en tekenen. Het leven op Soestdijk of Het Loo betekende werken, maar toch ook ontspanning.

Koninklijk kegelen

Hoewel, niet elke vorst gaf zich over aan ontspanning en ongedwongen gezelligheid. Koning Willem I regeerde zijn koninkrijk (het huidige Nederland en België en Luxemburg) tijdens de zomermaanden vanuit zijn Groot Werkkabinet op Het Loo. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat tekende hij stapels Koninklijke Besluiten. Ontspanning? Hooguit een wandelingetje met een adjudant, een ritje te paard, een kopje thee in de Salon van de koningin. Wat verder in de 19de eeuw weten zijn kleinzoons wel raad met hun vrije tijd. Zij organiseerden op Het Loo valkenjachten in middeleeuwse stijl. Of paardenraces, waarvoor nabij het paleis een heuse renbaan werd aangelegd, inclusief een koninklijke tribune. Paleis Het Loo is in de 17de eeuw gebouwd als jachtpaleis en de uitgestrekte, dunbevolkte gebieden, het latere Kroondomein, leende zich ook later uitstekend voor jachtpartijen. In de Grote Vijver werd gevist en geroeid en ook was er een doolhof en een kegelbaan.

Cricket en croquet

Maar dat zijn de vaste onderdelen. In de rijke collectie van Het Loo kom ik nog regelmatig bijzondere voorwerpen tegen, die verhalen lijken te vertellen over het zomerse vermaak van de Oranjes in de 19de eeuw. Ik vind een kist met ijzeren poortjes die in het paleisgazon konden worden gestoken, compleet met hamers en ballen. Dit was het koninklijke croquetspel. Maar er is ook een spel van mooie beschilderde knotsen waarover lang-gerokte hofdames en geüniformeerde adjudanten rotan ringen wierpen. Een roodgeverfde grenenhouten kist met een ‘bats’ en ballen van het Engelse cricketspel was van prins Willem, de oudste zoon van koning Willem III, getuige het etiket ‘H.R.H. Prince of Orange’. Een partij roeiriemen zijn beschilderd met een gekroonde ‘W’, waarvan de kroon is verguld. Want tja, een koning is óók een koning als hij roeit…

Vliegtuig-skelter

Paleis Het Loo bleef favoriet bij koningin Wilhelmina. Ook in modernere tijden werd nog steeds ‘koninklijk’ speelgoed gemaakt. Zoals een door prins Hendrik eigenhandig gebouwd roeibootje. Of 2 skelters in de vorm van een vliegtuig uit omstreeks 1970, toen prinses Margriet en haar gezin een deel van de oostelijke vleugel van het paleis bewoonde. Het blauwe vliegtuig ‘PM1’ was van prins Maurits en de rode ‘PB1’ was van zijn broertje Bernhard. Het Loo was toen geen zomerpaleis meer, want koningin Juliana gaf voortaan de voorkeur aan een bungalow aan de Italiaanse kust. Spoedig daarna zou ook prinses Margriet een nieuw huis in de omgeving van het paleis betrekken. De tijden waren veranderd. Het Loo werd een museum.

Nu kunnen alle Nederlanders een ‘vorstelijke zomerervaring’ opdoen op Het Loo!

Geef een reactie