Zomaar een praatje

Onlangs keek ik op zondagavond laat naar het programma De Kist van onze gewaardeerde collega’s van de EO. Daarin gaat presentator Kefah Allush in gesprek met inspirerende Nederlanders over het leven en – de titel van het programma indachtig – de dood. De gimmick van het programma is dat Kefah aan komt zetten met een levensgrote lijkkist. Dat hoeft van mij niet zo en dat heeft deze begenadigde interviewer ook niet nodig. Hij is oprecht geïnteresseerd in zijn gesprekspartners, stelt ze op hun gemak, weet de juiste toon te vinden en stelt precies op het goede moment de goede vragen of laat juist dan een stilte vallen, die de ander als vanzelf gaat invullen.

Kleine Kluun schaamde zich

Die bewuste zondag sprak Kefah met de schrijver Raymond van de Klundert, beter bekend als Kluun. Van zijn boek Komt een vrouw bij de dokter, over de ziekte en het overlijden van zijn eerste vrouw, werden wereldwijd 1,2 miljoen exemplaren verkocht. Kluun is een makkelijke prater en het werd een mooi en open gesprek, waarin diverse familieleden van de schrijver de revue passeerden. Zoals zijn brave vader die in een sigarenfabriek werkte. Kluun bekende dat hij zich als kind weleens schaamde voor zijn vader, omdat die met wie hij ook maar tegenkwam, een praatje maakte. Op straat, in de winkel, op de markt, met iedereen knoopte Van de Klundert senior een praatje aan. “Daar gaat-ie weer”, dacht de kleine Kluun dan vaak. Het waren nooit diepgravende gesprekken, het ging over koetjes en kalfjes en het verliep altijd in een aimabele sfeer.

Verrassende uitkomst

Het mooie is, dat Kluun later een onderzoek van een gerenommeerde Amerikaanse universiteit was tegengekomen, waarin het leven van een groot aantal mensen was gevolgd en werd gekeken welke factoren van invloed waren op hun levensduur. Natuurlijk kwamen daar de bekende zaken uit als roken, alcohol, gezond eten en voldoende bewegen. Maar wat hem én mij verraste, was dat nummer 1 het maken van praatjes was. Gewoon, oppervlakkige gesprekjes met mensen in je sociale omgeving. Dat maakt dat je langer en – maar dat was niet onderzocht – ook gelukkiger leeft.

Steun uit de buurt

Het kan dus geen toeval zijn wat ik in een rapportage van Mijnkwaliteitvanleven.nl las. Dat is een grootschalig programma in Nederland om zichtbaar te maken waar goede zorg om draait. Het is een initiatief van Patiëntenfederatie Nederland in samenwerking met Mezzo, Per Saldo, Zorgbelang Nederland, PCOB en NOOM. U kunt er zelf online aan deelnemen. Tot mijn vreugde bleek uit het onderzoek dat senioren vaak steun uit de buurt krijgen. Bijna 80 procent van de 65-plussers kan in de buurt terecht voor een praatje. Vaak blijft het niet bij praten alleen, meer dan de helft van de ondervraagden krijgt hulp uit de buurt wanneer dit nodig is. Hulp wordt vooral geboden in de vorm van klusjes, gezelschap en vervoer. Senioren helpen elkaar ook onderling vaak.

Langer en gelukkiger leven

Bijna de helft van de senioren geeft aan dat de hulp uit de buurt het leven beter maakt. Van de ouderen met een beperking geeft 1 op de 12 aan, dat ze zonder de hulp niet meer zelfstandig zouden kunnen wonen. Ouderen helpen ook vaak andere ouderen, ze zetten elkaars vuilnis buiten, bieden hulp in tijd van nood en gaan met elkaar mee bij ziekenhuisbezoeken. Toch is er ook een groep ouderen die niemand in de buurt heeft om hulp te vragen of dat niet durft. Mét de directeur van KBO-PCOB Manon Vanderkaa roep ik dan ook ouderen op: “Maak kennis met je buren, maak een praatje en durf om hulp te vragen. Als je weinig contact in de buurt hebt, bezoek dan een middag in het buurthuis of wijkvereniging.” Want zomaar een praatje maken kan bijdragen aan een langer en gelukkiger leven!

Geef een reactie